Hartstichting.nl wordt geladen

Medicijnen bij hartfalen

Bij hartfalen krijg je altijd medicijnen om je hart weer beter te laten werken. De medicijnen verlagen de kans op een ziekenhuisopname of overlijden. Ze ondersteunen het hart, zodat het niet of minder snel achteruit gaat. Hierdoor nemen je klachten af.

Medicijnen voor hartfalen met verminderde knijpkracht

Er zijn 4 soorten medicijnen die samen de basis vormen voor de behandeling van hartfalen met verminderde knijpkracht:

  • ACE-remmer of ARNI: een ACE-remmer is een bloeddrukverlager en een ARNI is een combinatie van een bloeddrukverlager en een medicijn dat je hart ondersteunt
  • Bètablokker: medicijn dat je hartslag en de bloeddruk verlaagt
  • MRA: medicijn dat het hart beschermt tegen het vormen van littekens
  • SGLT2-remmer: medicijn dat afvoer van vocht met natrium en glucose bevordert en daardoor hart en nieren beschermt

Hartfalen met licht verminderde knijpkracht 

Medicijnen die helpen bij hartfalen met verminderde knijpkracht lijken ook vaak te helpen bij hartfalen met licht verminderde knijpkracht. Deze tussenvorm van hartfalen werd pas later als aparte vorm gezien. Er is daarom nog minder bekend over het effect van medicijnen. 

Medicijnen voor hartfalen met een stijve hartspier

Bij deze vorm van hartfalen is nog minder duidelijk welke medicijnen goed werken. Heel belangrijk is de behandeling van onderliggende hartziekten zoals bijvoorbeeld een hartspierziekte. Daarnaast krijg je medicijnen voor bijkomende aandoeningen zoals hoge bloeddruk. Als je te veel vocht vasthoudt, kun je plasmiddelen krijgen. Plasmiddelen kunnen ook benauwdheid verminderen.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar medicijnen die kunnen helpen bij hartfalen met een stijve hartspier. SGLT2-remmers lijken ook goed te werken bij deze vorm van hartfalen. 

Veelgestelde vragen over medicijnen

  • Wat als deze medicijnen niet genoeg helpen?

    Soms helpen al deze medicijnen niet genoeg. Je arts zoekt naar combinaties van medicijnen die bij jou beter werken. Aanpassingen die nodig kunnen zijn:

    • Als je een ACE-remmer of ARNI niet goed verdraagt, kun je het advies krijgen om over te stappen op een ander soort bloeddrukverlager (angiotensine receptorblokker, ARB)
    • Als je hartslag met deze medicijnen nog te hoog blijft, ​kan het medicijn ivabradine soms helpen.
    • Hebben de gebruikelijke medicijnen niet het gewenste effect? Dan krijgen hartfalenpatiënten die boezemfibrilleren hebben soms digoxine.
    • Als je een ijzertekort hebt, dan krijg je via een infuus ijzer toegediend.
  • Moet ik jaarlijks een griepprik nemen?

    Ja, als hartfalenpatiënt heb je meer risico dat je ernstig ziek wordt door de griep.

  • Kan ik de medicatie combineren met andere medicijnen?

    Sommige medicijnen kunnen hartfalen verergeren. Slik je naast de medicijnen voor hartfalen ook nog andere medicijnen? Vertel dit altijd aan de cardioloog.

    Let bijvoorbeeld op bij pijn en ontstekingen:

    • Gebruik geen ontstekingsremmers, zoals ibuprofen en diclofenac. Deze middelen kunnen het hartfalen erger maken.
    • Paracetamol mag wel. Werkt paracetamol niet goed genoeg, overleg dan met je arts. 
  • Zijn er hulpmiddelen voor medicijnen?

    Er zijn veel hulpmiddelen die helpen om je medicijnen op een goede manier in te nemen. Vraag bij de apotheek of arts eens naar:

    • een verdeeldoos voor de medicijnen
    • een medicijnenpaspoort
    • ​tips voor handige apps om je medicijnen niet te vergeten

Overige hartfalen behandelingen

Soms zijn andere behandelingen mogelijk. Met een ingreep is het soms mogelijk de oorzaak van hartfalen weg te nemen, waardoor je je beter voelt. Of je kunt een speciale pacemaker of ICD krijgen om je hart beter te laten werken. In zeldzame gevallen kan een steunhart of harttransplantatie nodig zijn.

  • Oorzaak wegnemen met medische ingreep

    ​Vaak is een andere hartziekte of aandoening de oorzaak van hartfalen. Dan kan het behandelen van die aandoening je klachten verminderen en ervoor zorgen dat het hartfalen niet erger wordt.

    Mogelijke behandelingen voor oorzaken zijn:

  • Steunhart of harttransplantatie

    ​Een steunhart is meestal een overbrugging naar een harttransplantatie. Het is een soort pomp die het hart ondersteunt. Soms is een steunhart een blijvende behandeling, als een harttransplantatie niet kan of niet gewenst is. Een harttransplantatie is een laatste redmiddel als de werking van het hart heel slecht is Je krijgt dan een donorhart. Dit gebeurt niet zomaar. Er gaat een uitgebreide procedure aan vooraf. Jaarlijks komen er weinig donorharten beschikbaar, waardoor er een wachtlijst is. 

  • CRT: Speciale ICD of pacemaker bij hartfalen

    ​Bij sommige mensen met hartfalen trekken de hartkamers niet meer tegelijk samen. Een speciale pacemaker of CRT laat beide hartkamers weer tegelijk samentrekken. Deze behandeling heet cardiale resynchronisatietherapie (CRT).

  • ICD bij gevaarlijke ritmestoornissen

    Soms ontstaan er door hartfalen gevaarlijke hartritmestoornissen die een hartstilstand kunnen veroorzaken. Een ICD kan het hart weer in het juiste ritme brengen. Je krijgt een ICD als je al eens een hartstilstand hebt gehad of als je veel last hebt van ritmestoornissen. Je kunt ook een ICD krijgen als de knijpkracht van je hart slecht blijft ondanks een zo goed mogelijke instelling op medicijnen. Je krijgt een gewone ICD of een CRT met een ICD-functie (CRT-D).

Wat doen bij ernstige klachten?

Hartfalen kan plotseling erger worden. Er hoopt zich in korte tijd vocht op in de longen. Je krijgt het ineens erg benauwd en wordt kortademig. Soms hoor je een piepende ademhaling. De klachten gaan niet over en worden vaak erger als je gaat liggen. Bel direct 112 bij ernstige kortademigheid die niet overgaat. Er is dan dringend behandeling nodig in het ziekenhuis.

Begeleiding en controle

Hartfalen is een chronische ziekte. Je staat onder behandeling van een cardioloog. Meestal ga je voor controle en advies naar een hartfalenpoli. Hier word je begeleid door een hartfalenverpleegkundige. Ook andere vormen van begeleiding zijn mogelijk.

  • Hartfalenverpleegkundige

    De meeste ziekenhuizen hebben een hartfalenpoli. Die is helemaal gericht op de zorg voor hartfalenpatiënten.

    Een hartfalenverpleegkundige:

    • beantwoordt vragen over medicijnen of dieet
    • controleert gewicht en bloeddruk
    • signaleert verergering van de klachten
    • stuurt de behandeling op tijd bij

    Heb je geen hartfalenverpleegkundige? Vraag dan in het ziekenhuis naar de mogelijkheden voor begeleiding.

  • Hartrevalidatie

    Hartrevalidatie richt zich op voldoende bewegen, gezond eten, gezond gewicht, minder stress en medicijngebruik. Voor hartfalen zijn er speciale programma's ontwikkeld. Meedoen aan dit programma helpt om je dagelijks leven weer zo goed mogelijk op te pakken. Daarnaast is er aandacht voor het leren omgaan met beperkingen. Informeer bij de arts of verpleegkundige naar hartrevalidatie bij jou in de buurt. 

  • Telebegeleiding (telemonitoring)

    Met telebegeleiding kan je arts of hartfalenverpleegkundige jouw medische situatie op afstand beoordelen en je begeleiden.

    Bij telebegeleiding: 

    • meet je zelf thuis belangrijke waarden zoals gewicht, bloeddruk en hartslag
    • die waarden geef je via een app of online programma door aan een zorgverlener die kijkt of alles goed is
    • indien nodig neemt een zorgverlener contact op om de behandeling aan te passen 

    Voordelen:

    • Je arts of hartfalenverpleegkundige signaleert op tijd als er iets mis is. Zo kun je een opname in het ziekenhuis voorkomen
    • Je  hoeft minder vaak naar het ziekenhuis voor controle

    Telebegeleiding is niet voor elke patiënt een geschikte vorm van begeleiding en is niet in elk ziekenhuis mogelijk. Er is een keuzehulp Telebegeleiding bij hartfalen. In deze keuzehulp vind je waar telebegeleiding beschikbaar is. Denk je dat telebegeleiding voor jou een goede ondersteuning is, praat er dan over met je arts of hartfalenverpleegkundige. 

  • Bloed prikken ter controle

    Tijdens de behandeling van hartfalen is regelmatig bloedonderzoek nodig. Je arts controleert bijvoorbeeld je nierfunctie en het zoutgehalte (natrium en kalium) in je bloed. Hieruit is af te leiden of je de medicijnen goed verdraagt en of de dosering goed is.

Gezonde leefstijl is belangrijk

Door gezond te leven vergroot je de kans op succes van de behandeling.
Een lekkere salade op tafel

Stel je vraag aan onze voorlichters

  • Chat met een voorlichter via de chatknop (10.00 tot 16.30 uur)
  • Bel met een voorlichter: 0900 3000 300 (9.00 - 13.00 uur)

We zijn bereikbaar van maandag t/m donderdag