Stel direct je vraag
Naar content trash arrow-down-light menu paper stack arrow-left mail-bordered instagram linkedin youtube minus arrow-right arrow-right-la heart-border share heart facebook twitter arrow-down stethoscope heartbeat link timer food smoke close briefcase plus question-mark mail sheet external scale search info whatsapp check aed 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 mannen niuews nieuwsbrief onderzoek overgewicht reanimeren recepten roken samenwerken phone sphere location play home

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Mijn Gids?

Je kunt alles in de Gids bewaren om later terug te lezen, of om te delen.

    Door op bewaar te klikken geef je toestemming voor het gebruik van jouw gegevens voor de Gids. Als je de website verlaat, worden de gegevens verwijderd.

    Meer over privacy en voorwaarden.

    Mijn Gids?

    Klik nu hier om deze pagina
    in je Gids te bewaren.

    Een harttransplantatie is het vervangen van het eigen hart door een donorhart. Bij een zeer slechte conditie van het hart, is dit voor sommige mensen de enige behandeling. Er is een groot tekort aan orgaandonoren. Niet iedereen krijgt op tijd een donorhart. De wachttijd is lang en onzeker en varieert van 1 dag tot meer dan 2 jaar. Gemiddeld is de wachttijd voor een donorhart ruim 1,5 jaar.

    Wie komt in aanmerking?

    Een harttransplantatie is een zware ingreep, waarvoor je alleen in aanmerking komt bij ernstig hartfalen. Voorwaarden waaraan de patiënt moet voldoen zijn:

    • eindstadium van een hartziekte én
    • ernstige klachten hebben (klasse III en IV hartfalen) én
    • geen andere behandeling mogelijk
    • geen contra-indicaties

    Uitgebreide screening

    Voor iemand op de wachtlijst komt, krijgt hij een uitgebreid onderzoek (screening):

    • kan hij de transplantatie lichamelijk, psychisch en sociaal aan?
    • functioneren alle andere organen goed?
    • hoe groot is de kans op slagen en zijn er risico's?

    Redenen voor afwijzing zijn vooral medische problemen die de vooruitzichten ná de transplantatie verminderen, zoals een recente behandeling tegen kanker, slecht functionerende organen of ernstig overgewicht. Er is geen strikte leeftijdsgrens. De lichamelijke en geestelijke conditie van de patiënt is bepalend.

    Na uitgebreide medische onderzoeken en gesprekken met specialisten, transplantatieverpleegkundigen en maatschappelijk werkers, beslist het transplantatieteam of de patiënt op de wachtlijst komt.

    Wachtperiode donorhart

    Als er een donorhart beschikbaar komt, wordt er gekeken bij wie op de wachtlijst het hart het best past. Als een donorhart geschikt is voor meerdere patiënten, gaat het hart naar degene die het langst op de wachtlijst staat.

    Stichting Eurotransplant in Leiden beheert de wachtlijst. Deze stichting is verantwoordelijk voor de verdeling van donororganen in België, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Slovenië en Kroatië. De gegevens van de donor en de ontvanger blijven anoniem.

    Regelmatige controle

    Tijdens de wachtperiode gaat de patiënt regelmatig naar de polikliniek voor controle bij het transplantatieteam. Ook is het belangrijk dat de patiënt de eigen gezondheid goed in de gaten houdt. Het is verstandig om de jaarlijkse griepprik te halen. Bij klachten zoals infecties, koorts of een plotselinge verslechtering van de gezondheid is het belangrijk om contact op te nemen met het transplantatieteam. De gezondheid van een patiënt kan namelijk een reden zijn om tijdelijk te worden uitgesloten van een transplantatie.

    Altijd bereikbaar

    Patiënten die op de wachtlijst staan moeten bereikbaar zijn. Dat betekent dat de patiënt:

    • 24 uur per dag bereikbaar is
    • altijd aan het transplantatieteam moet melden als hij of zij binnen Nederland vakantie gaat
    • niet op vakantie naar het buitenland kan of naar een moeilijk bereikbare plaats in Nederland

    Het wachten op een harttransplantatie kan voor patiënten een onzekere periode zijn die veel spanning met zich meebrengt. Soms helpt het om contact te hebben met patiënten die al een donorhart hebben of ook wachten op een nieuw hart. Meer informatie over lotgenotencontact staat op de website van de Vereniging Harten Twee.

    Donor worden

    Hartpatiënten moeten soms (te) lang wachten op een donorhart. Helaas overlijden er elk jaar mensen terwijl ze wachten. Het is daarom belangrijk dat mensen zich inschrijven als orgaandonor.

    > Meer over donorregistratie op transplantatiestichting.nl

    Hart beschikbaar

    Als er een hart beschikbaar is moet er snel gehandeld worden. Belangrijk is:

    • de bloedsomloop van de overledene moet op gang blijven
    • het donorhart moet behandeld worden, zodat het nog 4 tot 6 uur bruikbaar is
    • het donorhart moet onderzocht worden of het gezond is

    Eurotransplant gaat direct op zoek naar de meest geschikte patiënt op de wachtlijst. Deze moet een vergelijkbare lichaamsbouw en dezelfde bloedgroep hebben. Als meerdere personen geschikt zijn voor het donorhart, is de patiënt die het langst op de wachtlijst staat de eerste keuze.

    De patiënt krijgt een telefoontje dat er een hart beschikbaar is en wordt opgehaald met de ambulance. In het ziekenhuis krijgt de patiënt een aantal onderzoeken om de conditie te bepalen. Ondertussen onderzoeken artsen of het donorhart gezond is en geen afwijkingen heeft. De patiënt hoort dan of de operatie definitief door kan gaan.

    Lucas

    "Ik ben superblij met mijn nieuwe hart!"

    Lees mijn verhaal

    Wat is een steunhart?

    Een patiënt op de wachtlijst komt mogelijk in aanmerking voor een steunhart. Dit is een mechanische pomp die de functie van de hartkamers ondersteunt of overneemt. Meestal de linkerhartkamer. De medische naam is Left Ventricular Assist Device (LVAD). Het eigen hart blijft zoveel mogelijk zelf werken.

    Het steunhart wordt aangesloten op het hart. Het zuigt bloed uit de hartkamer en pompt het verder het lichaam in. De pomp wordt meestal in de buikholte geplaatst en wordt van buitenaf aangestuurd. De benodigde onderdelen draagt de patiënt bij zich. Soms zijn de effecten op de pompfunctie van het eigen hart zo groot, dat een harttransplantatie niet meer nodig is. Toepassingen steunhart:

    • een verzwakte hartspier een tijdje rust geven
    • overbruggen wachttijd tot aan de transplantatie

    Permanent steunhart

    Tegenwoordig krijgen mensen met ernstig hartfalen die niet in aanmerking komen voor een harttransplantatie soms ook een steunhart. Het gaat dan om een permanent steunhart dat niet is bedoeld als overbrugging, maar als blijvende therapie. Dit wordt ook wel bestemmingstherapie (destination therapy) genoemd. 

    Leven met een steunhart

    Implantatie van een steunhart leidt tot verbetering van het inspanningsvermogen en van de kwaliteit van leven. Ook de overleving van patiënten verbetert na implantatie van een steunhart.

    Met een steunhart kan de patiënt een redelijk normaal leven leiden. De patiënt kan vaak weer (gedeeltelijk) aan het werk. Met sporten moet de patiënt voorzichtig zijn en verder moet hij oppassen met contact met water vanwege het risico op een infectie aan de opening in de buik.

    In 2010 kreeg meneer Miltenburg het nieuwste type steunhart in het LUMC. Hij had ernstig hartfalen. Door het steunhart leidt hij weer een redelijk normaal leven.

    Hoe verloopt de harttransplantatie?

    Op de operatiekamer wordt de patiënt onder narcose gebracht en aangesloten op de beademingsmachine. De operatie begint met het openen van de borstkas. Het bloed wordt tijdens de operatie met een hart-longmachine door het lichaam rondgepompt. Het eigen hart van de patiënt wordt verwijderd en vervangen door het donorhart. De hartchirurg verbindt het donorhart met de bloedvaten van het oude hart. Daarna koppelt hij de hart-longmachine af en wordt de bloedsomloop van de patiënt hersteld. Daarna is het afwachten of het nieuwe hart zelf op gang komt. De operatie duurt meestal 4 tot 6 uur.

    Welke ziekenhuizen?

    In Nederland mogen Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC) en Universitair Medisch Centrum Utrecht harttransplantaties uitvoeren. Harttransplantaties bij kinderen worden alleen uitgevoerd in het Erasmus MC.

    Risico's en complicaties

    Een harttransplantatie is een zware ingreep. Mogelijke complicaties zijn:

    • het donorhart komt na implantatie niet op gang
    • ontstaan van hersenschade tijdens de operatie; een complicatie die heel af en toe voorkomt
    • een kleine kans op een bloeding in het operatiegebied, direct na de operatie
    • tijdelijke nierproblemen (gevolg van het gebruik van de hart-longmachine en medicijnen tijdens de operatie)

    Het komt voor dat een patiënt tijdens de transplantatie (of vlak ná de ingreep) komt te overlijden. De kans hierop is ongeveer 10%. Na 5 jaar is 75 tot 80% van de getransplanteerden nog in leven.

    Nazorg en controle

    Na de operatie moet de patiënt ongeveer 3 weken in het ziekenhuis blijven, bij complicaties is dit langer.

    In het eerste jaar na de transplantatie gaat de patiënt regelmatig op controle bij de cardioloog om:

    • te controleren of het nieuwe hart goed werkt
    • afstotingsverschijnselen tijdig te herkennen
    • infecties te herkennen en voorkomen
    • medicijngebruik te beoordelen

    De patiënt blijft ook daarna onder controle en moet altijd alert zijn bij klachten zoals koorts, ziekte, vermoeidheid of kortademigheid.

    Medicijnen

    Na een harttransplantatie krijgt de patiënt verschillende soorten medicijnen:

    • medicijnen tegen afstoting
    • bloedverdunners
    • middelen om infectie te voorkomen (de eerste maanden)
    • soms maagbeschermende middelen
    • middelen tegen hoge bloeddruk

    Vooral de medicijnen tegen afstoting kunnen bijwerkingen hebben. Als de patiënt hier last van heeft, dan moet hij dit melden aan het transplantatieteam.

    Afstotingsverschijnselen

    Het lichaam probeert stoffen af te stoten die er niet thuishoren. Na een harttransplantatie is dit natuurlijk niet de bedoeling. Afstoting van het donorhart is een risico, maar komt niet zo vaak voor. Afstotingsverschijnselen zijn meestal goed te behandelen, maar ze moeten wel op tijd herkend worden.

    De patiënt krijgt medicijnen om acute afstoting te voorkomen. De cardioloog controleert of de medicijnen goed aanslaan. Regelmatig onderzoekt hij stukjes hartweefsel om te kijken of er geen afstotingsverschijnselen zijn. Dit onderzoek heet hartbiopsie.

    Klachten bij afstoting

    De patiënt zelf moet alert zijn op afstotingsverschijnselen. In het begin geven afstotingsverschijnselen vage klachten die lijken op een griepje. De patiënt voelt zich niet lekker, is moe, kortademig en koortsig. In een latere fase zijn de klachten: vocht vasthouden, een grauwe of gelige huidskleur, hartritmestoornissen en shock. Klachten moeten altijd serieus genomen worden. De patiënt moet contact opnemen met de transplantatieverpleegkundige als hij klachten heeft die kunnen wijzen op afstoting.

    Voorkomen infecties

    De medicijnen die afstoting tegengaan, maken de patiënt vatbaarder voor infecties. Een infectie lijkt misschien heel onschuldig, maar kan voor iemand met een donorhart grote gevolgen hebben. Maatregelen die de patiënt zelf moet nemen om infecties te voorkomen zijn:

    • persoonlijke hygiëne
    • goede tandzorg en mondhygiëne: meld de harttransplantatie aan de tandarts. Hij moet met het transplantatieteam overleggen bij welke ingrepen van tevoren antibiotica gegeven wordt
    • hygiënisch werken bij het koken
    • uit de buurt blijven van mensen met infecties, zoals griep, keelontsteking of een koortslip
    • jaarlijks een griepprik halen (niet tijdens de behandeling tegen afstoting of bij ziekte)

    Controle op vernauwingen in de kransslagaders

    Bij ongeveer 1 op de 4 mensen ontstaan na een harttransplantatie vernauwingen in de kransslagaders van het nieuwe hart. Het klassieke symptoom van angina pectoris of hartinfarct is een drukkende pijn op de borst. Maar mensen met een donorhart voelen dit niet, omdat er 2 zenuwbanen zijn doorgesneden. Mensen met een donorhart krijgen daarom ieder jaar een onderzoek van de kransslagaders.

    Leven met een donorhart

    Een nieuw hart is een grote verandering. De meeste mensen merken dat hun leven sterk verbetert na de harttransplantatie. De patiënt heeft meestal meer energie en wil dingen ondernemen.

    Aanpassen leefstijl

    Een diëtist geeft advies over het aanpassen van het voedingspatroon, onder andere over de maximale hoeveelheid zout, vocht en kilocalorieën per dag. Het is belangrijk om niet te roken, zo min mogelijk alcohol te gebruiken, voldoende te rusten en ontspannen. Fel zonlicht moet vermeden worden, omdat medicijnen de huid gevoeliger maken voor zonlicht.

    De meeste mensen met een donorhart merken dat hun uithoudingsvermogen na de transplantatie sterk verbetert. Een transplantatieverpleegkundige begeleidt de patiënt bij het herstel. Het is belangrijk activiteiten langzaam weer op te pakken:

    • begin met een korte wandeling en loop steeds langere stukken
    • fietsen en zwemmen mag na 6 weken
    • autorijden mag na ongeveer 6 weken, bespreek dit eerst met de arts

    In het eerste jaar na de transplantatie kan de patiënt beter geen verre reizen maken. Daarna mag het wel, mits de gezondheid goed en stabiel is. Bespreek reisplannen met de cardioloog of transplantatieverpleegkundige.
    De behoefte aan seksualiteit kan na een harttransplantatie veranderd zijn. Bijvoorbeeld door lichamelijke of psychische problemen of door de medicijnen. Bespreek dit met de verpleegkundige en geef ook een eventuele kinderwens aan.

    Weer aan het werk

    Veel mensen met een donorhart zijn jonger dan 65 jaar. Een groot deel kan het oude werk op termijn weer oppakken. Uiteraard in goed overleg met de bedrijfsarts en werkgever. Soms is aangepast werk nodig of een aanpassing in het aantal werkuren.

    Psychosociale zorg

    Na de harttransplantatie krijgt de patiënt begeleiding van een maatschappelijk werker. Het gaat hierbij om hoe de patiënt zich voelt na de transplantatie, hoe zijn of haar partner, familie en vrienden reageren, of er hulpmiddelen nodig zijn en of het lukt om de nieuwe leefregels en adviezen te volgen.

    Voorlichting over orgaandonatie

    De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) organiseert gratis voorlichtingsbijeenkomsten over orgaandonatie. Deze worden verzorgd door een vrijwilliger, die vaak zelf een donororgaan heeft. Neem voor meer informatie contact op per e-mail vrijwilliger@transplantatiestichting.nl of telefoon (071 579 84 42).
     

    Patiëntenvereniging

    De Vereniging Harten Twee is de patiëntenorganisatie voor mensen die zelf of in de omgeving te maken hebben met een hart- en/of longtransplantatie.

    Stel je vraag aan de Infolijn

    Lees meer over harttransplantaties

    Wouter

    Wouter: “Na mijn harttransplantatie wil ik optimaal het geluk uit het leven halen”

    Claudia

    Claudia: “Mijn droom kwam uit: meedoen aan de World Transplant Games”

    Lucas

    Lucas: “Ik ben superblij met mijn nieuwe hart, iedereen zou donor moeten zijn”