Hartstichting.nl wordt geladen

Belangrijke informatie op een rij

Een arts stelt de diagnose hartfalen met een combinatie van: 

  • een gesprek over je klachten
  • lichamelijk onderzoek
  • bloedonderzoek
  • een hartfilmpje (ECG)
  • een echo van het hart  

Vaak begint dit onderzoek bij de huisarts en volgt daarna aanvullend onderzoek in het ziekenhuis. 

Voorbereiding

Heb je langere tijd klachten, zoals kortademigheid, vermoeidheid of het vasthouden van vocht? Maak dan een afspraak met je huisarts. 

Het kan helpen om vooraf je klachten en vragen op te schrijven. Zo vergeet je niets tijdens het gesprek. Neem als het mogelijk is iemand mee naar de afspraak. Diegene kan meeluisteren, vragen stellen en helpen om de informatie later terug te halen. 

Gesprek en lichamelijk onderzoek

De arts bespreekt eerst je klachten en vraagt naar je gezondheid. Daarna onderzoekt de arts je lichaam. Zo meet de arts onder andere je bloeddruk, hartslag en gewicht. Ook luistert de arts naar je hart en longen. 

Op basis van de uitkomsten bepaalt de arts welke onderzoeken nodig zijn om te onderzoeken of je hartfalen hebt. 

Een arts verricht lichamelijk onderzoek bij een meneer

Bloedonderzoek

Als de arts denkt aan hartfalen wordt vaak bloedonderzoek gedaan. De arts beoordeelt je bloeduitslag altijd samen met andere onderzoeksresultaten. 

onderzoeker met buisje bloed
  • Naar welke bloedwaarden kijkt de arts?

    Bij bloedonderzoek kijkt de arts onder andere naar BNP en NT-proBNP. Dit zijn stofjes in het bloed die stijgen als het hart extra hard moet werken.

    Een verhoogde waarde betekent niet automatisch dat je hartfalen hebt. Daarom bekijkt de arts de uitslag altijd samen met de resultaten van andere onderzoeken

Hartfilmpje (ECG)

Op een hartfilmpje ziet een arts of er afwijkingen zijn in je hartritme en of je eerder een hartinfarct hebt gehad. Een afwijking op het hartfilmpje kan een aanwijzing zijn dat je hartfalen hebt. 

Röntgenfoto van hart en longen

Met een röntgenfoto van de borst kan de arts zien of het hart vergroot is en of er vocht rond de longen zit. Soms komen de klachten niet door het hart, maar door problemen met de longen. Een röntgenfoto helpt om dit verschil te zien.  

Echo van het hart (echocardiogram)

Als bovenstaande onderzoeken erop lijken te wijzen dat je hartfalen hebt, dan krijg je een echo van het hart. Een echocardiogram brengt het hart in beeld met geluidsgolven. De arts kan hiermee zien hoe goed het hart pompt en hoe de hartkleppen werken. Vaak wordt ook de ejectiefractie gemeten.  

Wat is de ejectiefractie?

De ejectiefractie is een maat voor de knijpkracht van het hart. Het laat zien hoeveel bloed het hart bij iedere hartslag wegpompt.

De ejectiefractie kan op verschillende manieren gemeten worden, bijvoorbeeld met een echo of CT-scan. Bij een gezond hart ligt de ejectiefractie meestal tussen de 50 en 70 procent.

Is de ejectiefractie lager? Dan pompt het hart minder krachtig. Dit kan een aanwijzing zijn voor hartfalen.  

Veelgestelde vragen over ejectiefractie

  • Welke ejectiefractie is normaal?

    Bij het meten van de ejectiefractie zijn meestal 2 uitkomsten mogelijk:

    50% of hoger: normale knijpkracht

    Lager dan 50%: verminderde knijpkracht 

  • Heb je altijd een lage ejectiefractie bij hartfalen?

    Nee. Bij sommige vormen van hartfalen is de ejectiefractie normaal. Het hart pompt dan voldoende bloed weg, maar ontspant zich niet goed waardoor het zich minder goed vult met bloed. Daarom kijkt de arts niet alleen naar de ejectiefractie, maar ook naar andere onderzoeksresultaten.

  • Kan de ejectiefractie verbeteren?

    De knijpkracht gaat niet altijd achteruit bij hartfalen. Bij hartfalen met een stijve hartspier is de knijpkracht normaal. Het hart ontspant dan niet goed en vult zich minder goed met bloed. Dit maakt de diagnose soms lastig, want de klachten lijken op andere aandoeningen. De arts kijkt daarom niet alleen of de linkerhartkamer goed knijpt, maar ook of hij zich goed vult met bloed.

Vormen van hartfalen

Artsen verdelen hartfalen in 2 vormen. Ze kijken daarbij naar hoe krachtig de hartspier samentrekt.   

  • Hartfalen met verminderde knijpkracht (systolisch hartfalen)
  • Hartfalen door een stijve hartspier (diastolisch hartfalen) 

Je kunt hartfalen aan de linkerkant en rechterkant van het hart hebben. Dit heeft linkszijdig of rechtszijdig hartfalen. Meestal begint hartfalen aan één kant en kan het later ook de andere kant beïnvloeden.

NYHA-classificatie

De ernst van hartfalen wordt vaak ingedeeld met de NYHA-classificatie. Deze indeling geeft aan hoeveel klachten iemand heeft bij inspanning of in rust.  

  • Klasse 1: geen klachten bij normaal actief zijn.
  • Klasse 2: in rust geen klachten. Wel klachten bij normaal actief zijn.
  • Klasse 3: in rust weinig tot geen klachten. Al klachten bij licht actief zijn.
  • Klasse 4: in rust klachten en ook klachten bij licht actief zijn. 

Vervolgonderzoeken

Als vaststaat dat je hartfalen hebt, onderzoekt de arts ook wat de oorzaak is. Dat is belangrijk, om een goede behandeling te kunnen starten.

Niet iedereen krijgt dezelfde onderzoeken. De arts bepaalt welke onderzoeken nodig zijn. Dit zijn de mogelijke onderzoeken die je kunt krijgen:

CT-scan of MRI van het hart 

Een CT-scan van het hart of een MRI van het hart geeft een gedetailleerd beeld van het hart en de hartspier. Zo kan de arts het hart in werking zien.   

Inspanningstest

Bij een inspanningstest onderzoekt de arts hoe het hart reageert op lichamelijke inspanning, bijvoorbeeld tijdens het fietsen. 

Hartkatheterisatie

In sommige gevallen is een hartkatheterisatie nodig. Hierbij brengt de arts een dun slangetje via een bloedvat naar het hart om te bekijken of de kransslagaders vernauwd zijn. 

Isotopenonderzoek

 Een isotopenonderzoek is een scan met radioactieve deeltjes. Deze scan geeft informatie over de doorbloeding van de hartspier tijdens inspanning en in rust.   

Erfelijkheidsonderzoek

In sommige gevallen kan een erfelijkheidsonderzoek nodig zijn. Hiermee onderzoekt de arts of hartfalen het gevolg is van een erfelijke hartspierziekte. Dit is meestal niet nodig als er al een andere oorzaak van het hartfalen is gevonden. 

Leven met hartfalen? Stap voor stap meer grip

Leven met hartfalen roept vaak vragen op. Je bent niet de enige. In het gratis e-mailprogramma 'Leven met hartfalen' krijg je begrijpelijke uitleg, informatie en steun. Zo krijg je meer inzicht in wat hartfalen betekent en hoe je ermee om kunt gaan.
Illustratie van een stethoscoop die een rood hart beluistert

Stel je vraag aan onze voorlichters of ervaringsdeskundigen

  • Chat via de chatknop onder in beeld (van 10.00 tot 13.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur)
  • Bel met een voorlichter: 0900 3000 300 (9.00 tot 13.00 uur, € 0,05 per minuut)

Onze voorlichters zijn bereikbaar van maandag t/m donderdag, met uitzondering van feestdagen. Onze ervaringsdeskundigen zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag.

Deze pagina is gecontroleerd door drs. Marleen Glade

Marleen is medisch deskundige bij de Hartstichting. Ze is gespecialiseerd in hartfalen en andere hart- en vaatziekten, zoals hartritmestoornissen en hart- en vaataandoeningen bij vrouwen. Marleen studeerde Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en deed onderzoek naar hartfalen.

Waar komt de informatie op deze pagina vandaan?

Deze pagina is gemaakt met informatie uit medische richtlijnen en betrouwbare bronnen. We gebruikten onder andere deze bronnen:

We vinden het belangrijk dat je onze informatie goed begrijpt. Daarom testen we onze teksten met mensen zoals jij. Zo maken we onze website zo duidelijk en toegankelijk mogelijk.