Boezemfibrilleren: behandeling
Boezemfibrilleren is niet levensbedreigend, maar wel zwaar voor het hart. Om problemen te voorkomen, is de behandeling bij boezemfibrilleren belangrijk. Ook als je geen of weinig klachten hebt!
Onderdelen van de behandeling
De behandeling van boezemfibrilleren gaat niet alleen over behandeling van het boezemfibrilleren zelf. Het gaat ook over het opsporen en behandelen van andere ziekten die je misschien hebt. En over risico’s die invloed hebben op boezemfibrilleren. Onderdelen van de behandeling zijn:
- opsporen en behandelen van ziekten die boezemfibrilleren veroorzaken of erger maken;
- kleiner maken van het risico op boezemfibrilleren door gezond leven;
- zorgen dat er geen bloedstolsels ontstaan (antistolling);
- behandelen van de klachten:
- zorgen voor een normaal hartritme (ritmecontole);
- vertragen van het hartritme (frequentiecontrole). - regelmatig opnieuw beoordelen hoe het gaat.
Opsporen en behandelen
Er zijn verschillende ziekten die boezemfibrilleren kunnen veroorzaken of erger maken. Voorbeelden zijn:
- hoge bloeddruk;
- diabetes (suikerziekte);
- hartklepziekte;
- hartfalen;
- slaapapneu.
Behandeling van deze ziekten zorgt ervoor dat de kans kleiner is dat boezemfibrilleren terugkomt of erger wordt. Ook is de kans groter dat de behandeling van boezemfibrilleren succesvol is.
Gezond leven
Soms zijn aanpassingen nodig in de manier waarop je leeft. Dit maakt de kans kleiner dat boezemfibrilleren terugkomt of erger wordt. Ook maakt het de kans groter dat de behandeling van boezemfibrilleren succesvol is. Gezonde aanpassingen die extra belangrijk zijn bij boezemfibrilleren:
- Afvallen als je overgewicht hebt.
- Regelmatig en voldoende bewegen.
- Geen alcohol gebruiken.
Andere dingen waar je zelf op kunt letten zijn:
- Gezond eten.
- Je cholesterol regelmatig laten checken.
- Niet roken en geen drugs gebruiken.
- Goed slapen en stress vermijden.
- Trouw je medicijnen innemen.
Antistolling
Vaak zijn antistollingsmedicijnen (bloedverdunners) nodig, omdat boezemfibrilleren het risico op een herseninfarct verhoogt. Dat risico is niet bij iedereen even groot. Het hangt af van:
- leeftijd;
- of je andere aandoeningen hebt zoals:
- hartfalen;
- hoge bloeddruk;
- diabetes (suikerziekte);
- eerder herseninfarct of hartinfarct;
- problemen met de bloedvaten (vooral door slagaderverkalking).
Zorgen voor een normaal ritme (ritmecontrole)
Er zijn verschillende manieren om weer een normaal hartritme te krijgen. We noemen dat ook wel een sinusritme. Mogelijke behandelingen zijn:
- cardioversie (elektrisch of met medicijnen);
- medicijnen om het goede ritme vast te houden (anti-aritmica);
- katheterablatie;
- ablatie via een (kijk)operatie.
Vertragen van het hartritme (frequentiecontrole)
Soms lukt het niet om het normale hartritme te herstellen en vast te houden. Medicijnen kunnen helpen om de hartslag te vertragen en het hart te beschermen als het boezemfibrilleren blijft bestaan. Dat noemen we ‘frequentiecontrole’ (rate-control). Die medicijnen zijn meestal levenslang nodig. Ze stoppen het boezemfibrilleren niet, maar ze verminderen de klachten en de gevolgen.
Regelmatig opnieuw beoordelen hoe het gaat
Het is belangrijk dat jouw arts regelmatig beoordeelt hoe het met je gaat. Hoe gaat het met de klachten? Krijg je nog de juiste behandeling voor het boezemfibrilleren? Zijn er nieuwe risico’s die om aandacht vragen? Wie de controle uitvoert en waar dat gebeurt, kan verschillen. Dat kan bijvoorbeeld bij de cardioloog of bij de huisarts.