Stel direct je vraag
Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Het WPW-syndroom (syndroom van Wolff-Parkinson-White) is een aangeboren hartritmestoornis. Er is een extra elektrische verbinding tussen de boezems en de kamers. Het hart klopt tijdens een aanval erg snel, vaak meer dan 200 slagen per minuut. Het WPW-syndroom is een aangeboren afwijking, maar is meestal niet erfelijk. In Nederland komt WPW naar schatting bij 20.000 mensen voor.

Normaal hartritme 

Bij een normaal hartritme ontstaat een elektrische prikkel in de sinusknoop in de rechterboezem. De prikkel verspreidt zich over de boezems. Daarna komt de prikkel bij de AV-knoop. Deze knoop houdt de elektrische prikkel even vast tussen de boezems en de kamers. Dan verspreidt de AV-knoop de prikkel over de hartkamers. Deze ingebouwde vertraging werkt als een soort veiligheidsmechanisme.

> Meer over het normale hartritme

Wat is het WPW-syndroom?

Bij het syndroom van Wolff-Parkinson-White bestaat er een extra elektrische verbinding tussen de boezems en de kamers: de bundel van Kent. Via deze bundel kunnen de elektrische prikkels een omweg nemen. Ze gaan dan niet allemaal door de AV-knoop. De bundel van Kent vertraagt de prikkel niet zoals de AV-knoop, maar laat hem op volle snelheid door. Hierdoor kunnen verschillende gevaarlijke ritmestoornissen ontstaan.

De bundel van Kent kan een te snel ritme in de boezem onvertraagd doorgeven aan de hartkamers. Een ritmestoornis in de boezems kan hierdoor leiden tot ventrikelfibrilleren. Dit is een levensgevaarlijke ritmestoornis waarbij het hart geen bloed meer rondpompt. Dit komt bijna nooit voor.

> Meer over ventrikelfibrilleren

Soms springt bij het WPW-syndroom de prikkel via de bundel van Kent weer terug naar de boezems. Er ontstaat een cirkelbeweging, die ook wel cirkeltachycardie of re-entry tachycardie wordt genoemd.

Vragen over ritmestoornissen?

  • Chat met een voorlichter via het groene balkje: ma t/m vrij van 8.30 - 16.30 uur
  • Bel met een voorlichter: 0900 3000 300: ma t/m vrij van 9.00 - 13.00 uur

Symptomen WPW

Het hart klopt tijdens een aanval erg snel, vaak meer dan 200 slagen per minuut. De pols is zwak. Een aanval duurt een paar minuten tot een aantal uren. Meestal gaat een aanval vanzelf over. Klachten die optreden tijdens een aanval zijn:

  • hartkloppingen
  • hartbonzen
  • duizeligheid
  • (neiging tot) flauwvallen
  • kortademigheid en pijn op de borst

Zweten, niet lekker voelen en misselijkheid kunnen bijkomende klachten zijn tijdens een aanval.

Niet iedereen met het syndroom van Wolff-Parkinson-White heeft klachten. Veel mensen weten niet eens dat ze de aandoening hebben. Dit komt omdat het WPW-syndroom niet altijd ritmestoornissen veroorzaakt. Die ontstaan vaak pas op latere leeftijd.

Het komt ook voor dat op hoge leeftijd de klachten van het WPW-syndroom zomaar verdwijnen. Dit komt dan doordat de bundel van Kent het vermogen verliest om de prikkel te geleiden.

Diagnose en onderzoek

Het WPW-syndroom is vaak zichtbaar op een hartfilmpje (ECG), ook wanneer er geen klachten zijn. Met elektrofysiologisch onderzoek (EFO) onderzoekt de arts het risico op ritmestoornissen.

Onderzoek Hartstichting

Hartritmestoornissen worden lang niet altijd op tijd herkend. Dat kan ernstige gevolgen hebben. Er is onderzoek nodig om ritmestoornissen eerder op het spoor te komen en beter te behandelen.

> Meer over de onderzoeken

Behandeling WPW

Het komt voor dat een ECG wijst op een WPW-syndroom, maar dat de patiënt nooit last heeft van ritmestoornissen. Dan is onderzoek en behandeling niet altijd nodig. Zijn er aanwijzingen voor ritmestoornissen? Dan beoordeelt de arts met een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) of behandeling nodig is. Behandeling kan nodig zijn bij een acute aanval of om ritmestoornissen in de toekomst te voorkomen.

Behandeling bij een acute aanval

Soms zijn er medicijnen nodig om een aanval te stoppen, bijvoorbeeld door cardioversie.

In zeldzame gevallen kan een ernstige situatie ontstaan als de ritmestoornis overgaat in ventrikelfibrilleren. Dan pompt het hart geen bloed meer rond en raakt de patiënt binnen enkele seconden buiten bewustzijn. Er is een elektrische schok met een defibrillator of AED nodig om het hart weer in het normale ritme te krijgen.
 

Behandeling om toekomstige ritmestoornissen te voorkomen

Zonder behandeling nemen de ritmestoornissen vaak toe als de patiënt ouder wordt. De behandelopties zijn:

  • Medicijnen om ritmestoornissen te voorkomen (anti-aritmica)
  • wegbranden van de bundel van Kent via een ablatie of een hartoperatie (dit wordt bijna nooit gedaan)

Als de bundel van Kent met succes uitgeschakeld is, is de ritmestoornis meestal voor altijd verdwenen. Controle is dan niet meer nodig.


 

Nieuwsbrief Hartstichting

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het onderzoek en de activiteiten van de Hartstichting. 

Schrijf je in

Gids Hartritme 

Lees alles over je hartslag en welke hartritmestoornissen er zijn. En kom meer te weten over hartkloppingen, overslagen of een hoge of lage hartslag. 

Ga naar de Gids