Dilaterende cardiomyopathie (DCM)
Wat is DCM?
Bij DCM is de linkerkamer van het hart wijder dan normaal. Daardoor trekt het hart minder krachtig samen. Het hart pompt minder bloed rond, vooral als je beweegt of inspant.
DCM wordt ook wel gedilateerde cardiomyopathie genoemd.
Hoe vaak komt het voor?
Er zijn geen precieze cijfers van hoeveel mensen DCM hebben. De schatting is ongeveer 1 op de 250-3.000 mensen.
Oorzaken
De oorzaak van DCM is niet altijd duidelijk. Soms is de aanleg al vanaf de geboorte aanwezig. In andere gevallen ontstaat het later. Mogelijke oorzaken zijn:
- Erfelijke afwijking: in 40% van de gevallen is een erfelijke afwijking de oorzaak van DCM, bijvoorbeeld een mutatie in het LMNA-gen of PLN-gen.
- Infectie: in zeldzame gevallen kan een infectie van een bacterie of een virus kan leiden tot een hartspierontsteking. Een klein deel van de mensen krijgt na een hartspierontsteking (myocarditis) een cardiomyopathie.
- Vergiftiging: bijvoorbeeld door langdurig gebruik van alcohol en drugs.
- Hormonale ziekten: bijvoorbeeld diabetes, snelle of trage schildklier, ziekte van Cushing of de ziekte van Addison.
- Voedingstekort: bijvoorbeeld een (ernstig) tekort aan vitaminen of mineralen.
- Zwangerschap: bij sommige vrouwen ontstaat DCM rond of na de bevalling.
- Auto-immuunziekten: zoals reuma, coeliakie, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, artritis, sarcoïdose
- Medicijnen: bijvoorbeeld bij kanker of psychiatrische aandoeningen
- Andere erfelijke aandoening
Symptomen
De klachten verschillen per persoon. Soms heb je nauwelijks klachten, soms juist veel. Mogelijke symptomen zijn:
- Kortademigheid
- Vermoeidheid
- Hartkloppingen
- Flauwvallen
Als de ziekte erger wordt, kunnen ook hartritmestoornissen en hartfalen ontstaan.
Onderzoeken en diagnose
De arts kan verschillende onderzoeken doen om DCM vast te stellen. Bijvoorbeeld:
- ECG (hartfilmpje)
- Holteronderzoek (24-uurs hartfilmpje)
- Echo van het hart
- Erfelijkheidsonderzoek (DNA-onderzoek)
Behandeling
DCM is (nog) niet te genezen. De behandeling richt zich op het verminderen van klachten en het voorkomen dat de ziekte erger wordt. Welke behandeling je krijgt, hangt af van jouw situatie en klachten. Mogelijke behandelingen zijn:
- Medicijnen: bijvoorbeeld plastabletten (diuretica), ACE-remmers, bètablokkers, ARNI, SGLT2-remmers of bloedverdunners.
- Pacemaker of ICD
- Cardiale resynchronisatietherapie (CRT)
- Steunhart
- Harttransplantatie
Prognose
Hoe goed je vooruitzichten zijn, hangt af van de oorzaak en hoe erg je hart is aangedaan. De huidige behandelingen kunnen de klachten vaak goed verminderen en de levensverwachting verbeteren.