Pacemaker

Een pacemaker is een apparaatje dat geïmplanteerd wordt om het hartritme te regelen. Als het ritme afwijkt, geeft de pacemaker stroomstootjes af en trekt het hart weer samen in het juiste ritme.

afbeelding van een pacemakerDe pacemaker bestaat uit 2 delen: de pulsgenerator (het kastje) en de elektrodedraden die voor de signalen van en naar het hart zorgen.

De pacemaker heeft een sensor die voortdurend het hartritme bewaakt. Als het hart te snel, te langzaam of onregelmatig klopt, geeft de pacemaker stroomstootjes om het hart weer in het juiste ritme te krijgen.

Bijna alle pacemakers houden rekening met inspanning. De pacemaker bepaalt het ritme en houdt daarbij rekening met de inspanning die op dat moment wordt geleverd. Bij een grotere inspanning is het ritme dat de pacemaker aangeeft sneller dan in rust. De stroomstootjes volgen elkaar bij inspanning sneller op.

De pacemaker registreert voortdurend het hartritme en houdt bij welke therapie deze afgeeft. Deze gegevens slaat de pacemaker op in het geheugen. De pacemakertechnicus kan het geheugen uitlezen.

Voor wie?

Een pacemaker is een oplossing voor verschillende ritmestoornissen. Een pacemaker kan het hartritme versnellen als dit te langzaam is. Deze versnelling wordt toegepast bij patiënten met het Sick Sinus Syndroom, een AV-blok, ablatie van de bundel van His of het lange QT-syndroom.
 
Bij boezemfibrilleren kan een pacemaker ervoor zorgen dat de kamers in het juiste ritme blijven samentrekken.

Voor mensen met hartfalen waarbij de hartkamers niet gelijktijdig samentrekken, bestaat een speciale pacemaker. Gebruik van deze pacemaker wordt ook wel cardiale resynchronisatietherapie (CRT) genoemd.

Ontwikkeling van de pacemaker

De pacemaker bestaat al vanaf 1932. Toen was het nog een uitwendige pacemaker die op een rijdend karretje stond. In 1958 kregen mensen voor het eerst een inwendige pacemaker. De technologische ontwikkeling van pacemakers gaat snel. Pacemakers worden steeds kleiner en hebben steeds meer instellingen. In december 2012 is de eerste draadloze pacemaker geplaatst. Deze wordt voorlopig alleen op experimentele basis ingezet.

Verschillende soorten pacemakers

Er zijn verschillende soorten pacemakers. Een pacemaker heeft 1, 2 of 3 elektrodedraden. De cardioloog kan vertellen welke pacemaker het meest geschikt is.

AAI-pacemaker

De AAI-pacemaker stimuleert het samentrekken van de boezems wanneer de sinusknoop niet goed werkt, bijvoorbeeld bij het Sick Sinus Syndroom. Deze pacemaker heeft een elektrode in de rechterboezem.

VVI-pacemaker

De VVI-pacemaker stimuleert het samentrekken van de kamers. Deze pacemaker wordt vaak gebruikt bij boezemfibrilleren, om ervoor te zorgen dat de kamers in het juiste ritme blijven pompen als de boezems op hol slaan. De VVI-pacemaker heeft een elektrode in de rechterkamer maar geen elektrodes in de boezems.

DDD-pacemaker

De DDD-pacemaker stimuleert de boezems én de kamers. Hij is geschikt voor patiënten met een AV-blok of patiënten met zowel een AV-blok als een Sick Sinus Syndroom. De elektroden worden geplaatst in de rechterboezem en in de rechterhartkamer. Deze pacemaker heeft een paar voordelen ten opzichte van de VVI-pacemaker.

  • De DDD-pacemaker zorgt ervoor dat het samentrekken van boezems en kamers elkaar goed opvolgt. Dit is bevorderlijk voor de pompwerking van het hart.
  • De DDD-pacemaker houdt rekening met de frequentie van de boezems. Bij inspanning loopt deze frequentie op en de pacemaker stimuleert de kamers dan in hetzelfde ritme.

Cardiale Resynchronisatietherapie (CRT)

De CRT-pacemaker zorgt ervoor dat bij patiënten met hartfalen de 2 kamers weer tegelijk samentrekken.

Het plaatsen van de pacemaker

Het plaatsen van een pacemaker is een relatief eenvoudige ingreep. Het duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur (bij de CRT-pacemaker duurt de ingreep iets langer). De pacemaker wordt meestal onder plaatselijke verdoving geplaatst. De patiënt is bij kennis, maar krijgt wel pijnstillende en rustgevende medicijnen.

de plek van de pacemaker in het lichaamDe plek van de pacemaker

De pacemaker wordt onder de huid boven de linker of rechter borstspier geplaatst (subcutane implantatie) of onder de borstspier (submusculaire implantatie).De cardioloog overlegt met de patiënt waar de pacemaker het beste geplaatst kan worden.

De ingreep

Op de plaats waar de pacemaker moet komen, maakt de arts een snee van 5 tot 10 centimeter. Hier wordt een holte (pocket) onder de huid gemaakt, waarin de pacemaker geplaatst wordt.
 
Vervolgens schuift de cardioloog via de sleutelbeenader en de grote holle ader de elektrodedraden naar de juiste plek in het hart. De uiteinden van de draden haken vast aan de binnenzijde van de hartwand met een schroefje (soort kurkentrekkertje) of weerhaakjes. De elektrodedraden worden aan de andere kant bevestigd aan de kop van de pacemaker.

De pacemaker wordt ingesteld door de pacemakertechnicus. De technicus controleert ook of de pacemaker goed werkt.

Soms een hartoperatie

De ingreep onder plaatselijke verdoving waarbij de elektroden in het hart worden geplaatst, is de meest toegepaste ingreep. Soms moet de elektrode aan de buitenzijde van het hart worden geplaatst. Dan is een hartoperatie onder volledige narcose nodig.

Na de ingreep

De eerste 6 weken moeten de elektroden de kans krijgen om vast te groeien in het hart. Houd daarom de volgende regels aan:

  • vermijd rekken, strekken en ronddraaiende bewegingen van de arm boven schouderhoogte (ook niet zwemmen)
  • til geen zware dingen en verricht geen zwaar werk met de armen (de onderarmen mogen wel bewegen)
  • probeer de arm niet achter het te lichaam brengen, pas bijvoorbeeld op met het aantrekken van de jas
  • vermijd knellende kleding in verband met irritatie van de wond
  • probeer de arm wel te bewegen, anders ontstaan er mogelijk pijnklachten aan het schoudergewricht (frozen shoulder)

Pacemakercontrole

Na de implantatie moet de patiënt regelmatig voor controle terugkomen bij de pacemakertechnicus en cardioloog. De technicus test de pacemaker door om te kijken of hij nog goed werkt en stelt deze indien nodig bij. De cardioloog doet de medische controle van het hart.

Controle vanaf huis

Bij de nieuwste pacemakers hoeft de patiënt niet steeds naar het ziekenhuis voor controle. Met telemonitoring kan de pacemaker vanaf huis gecontroleerd worden via een monitor die werkt op de vaste of mobiele telefoonlijn. De arts houdt zo de werking van de pacemaker in de gaten. Telemonitoring kan de controles in het ziekenhuis niet helemaal vervangen, maar de patiënt hoeft minder vaak naar het ziekenhuis.

Vervangen pacemaker

De batterij van een pacemaker gaat 6 tot 10 jaar mee. Bij controles ziet de arts ruim op tijd of de batterij leeg raakt. Dan wordt de pacemaker (het kastje) vervangen. Het vervangen van de pacemaker is een kleine ingreep. De elektrodedraden blijven meestal zitten en worden aangesloten op het nieuwe kastje.

Pacemaker-registratiekaart

Iedereen met een pacemaker krijgt een pacemaker-registratiekaart. Hierop staan de gegevens van uw pacemaker en enkele persoonlijke gegevens. Veel ziekenhuizen registreren de gegevens van een pacemaker bij de Dutch ICD and Pacemaker Registry (DIPR). De DIPR:

  • bewaakt de kwaliteit en invoer van de juiste gegevens
  • biedt snel hulp bij problemen met een bepaald type pacemaker
  • houdt controleafspraken bij
  • is toegankelijk voor specialisten in het ziekenhuis

Risico’s en bijwerkingen

Hoewel het plaatsen van een pacemaker weinig risico’s kent en meestal goed verloopt, zouden tijdens of na de implantatie de volgende complicaties kunnen optreden:

Infectie

De operatiewond kan ontsteken. Kenmerken zijn een rode, pijnlijke wond en/of plotselinge koorts. De patiënt krijgt voor, tijdens en na de implantatie dan ook antibiotica. Een infectie rond de pacemaker of de elektroden komt heel zelden voor. Soms moeten de pacemaker en de elektroden verwijderd worden.

Stolselvorming in het bloed

Er kunnen bloedstolsels vormen op de elektrodedraden in de aders. Om dit te voorkomen, is de buitenkant van de elektrodedraden bewerkt (anti-trombotisch).

Bloeding

Vooral wanneer er bloedverdunners worden gebruikt, bestaat de kans dat tijdens of na de ingreep bloedingen optreden. Om dit tegen te gaan, krijgt de patiënt een drukverband.

Tamponade

Heel zelden prikt een elektrodedraad tijdens de ingreep door de wand van de hartkamer. Dan stroomt er bloed in het hartzakje. Dat bloed wordt weggezogen via een punctie.

Klaplong

Om de elektroden van de pacemaker in het hart te plaatsen, wordt een ader aangeprikt. Als het longvlies hierbij per ongeluk geraakt wordt, kan een (gedeeltelijke) klaplong ontstaan. Dit is een zeldzame complicatie die wordt verholpen door lucht weg te zuigen.

Verplaatsing van een elektrodedraad

In de eerste weken na de implantatie zijn de elektrodedraden nog niet vastgegroeid in het hart. Soms raakt een van de elektrodedraden los van de hartwand. De pacemaker maakt dan geen contact meer met het hart en werkt niet meer. De draad moet vastgezet worden.

Losraken of kapotgaan van de elektrodedraden

Door voortdurend bewegen kan een elektrodedraad losraken of breken. De draad moet dan vastgemaakt of vervangen worden. Het continu hebben van de hik kan wijzen op een losgeraakte pacemakerdraad.

Verplaatsing pacemaker

Heel soms groeit de pacemaker naar buiten. Hierdoor ontstaat er druk op de huid, een bobbel of een wondje.

Pacemakersyndroom

Soms functioneert de pacemaker goed, maar ontstaan er toch klachten zoals: hartkloppingen, moeheid en duizeligheid. Dit kan komen doordat het prikkelen van de boezems en kamers niet goed op elkaar afgestemd is. Dit heet het pacemakersyndroom. Dit komt vaker voor bij VVI-pacemakers dan bij de andere soorten. Soms is een andere afstelling nodig of een ander type pacemaker. Ook medicijnen (anti-aritmica) kunnen de klachten soms verhelpen.

Apparaten en invloeden van buitenaf

Moderne pacemakers zijn goed beschermd tegen invloeden van buitenaf. Toch kan een sterk elektromagnetisch veld de pacemaker storen. Als de pacemaker reageert op een magnetisch veld van een apparaat is dit meestal tijdelijk. Door weg te lopen van het apparaat werkt de pacemaker direct weer normaal.

Neem bij twijfel over het gebruik van apparaten thuis of op het werk contact op met de pacemakertechnicus of cardioloog. Eventueel kan er een werkplekonderzoek gedaan worden.

Huishoudelijke apparaten

De meeste huishoudelijke apparaten zijn goed afgeschermd. Met een pacemaker is het gebruik van deze apparaten, zoals een keukenmachine, elektrisch mes of magnetron geen probleem. Maar houd dit soort apparaten niet tegen de pacemaker en zorg ervoor dat ze in goede technische staat zijn. Ook een inductiekookplaat of -oven zijn bij normaal gebruik veilig.

Telefoons, computers en multimedia apparatuur

Een draadloze telefoon (DECT) is veilig. Een mobiele telefoon is ook veilig. Maar bewaar de telefoon niet in de borstzak aan de pacemakerkant en houd de telefoon op minimaal 15 centimeter afstand van de pacemaker.

Computers, laptops, tablets of printers kunnen zonder problemen worden gebruikt. Ook draadloze netwerken zoals wifi en WLAN kunnen geen kwaad. Bij sommige tablets (o.a. de iPad) wordt de cover bevestigd met magneten. Deze magneten kunnen de pacemaker storen als de tablet op de borst ligt, bijvoorbeeld als iemand in slaap valt. Er is geen risico zolang de tablet op minimaal 15 cm van de pacemaker is.

Houd ook 15 centimeter afstand van draagbare multimedia-spelers (zoals spelcomputers) en van de controllers of stuurwielen van spelcomputers.

Veiligheidspoortjes in winkels

Door veiligheidspoortjes in winkels lopen is meestal geen probleem. Loop er wel snel doorheen en leun niet tegen de poortjes. De poortjes kunnen reageren op de metalen onderdelen van een pacemaker.

Veiligheidscontrole vliegveld

Opsporingsapparatuur op vliegvelden reageert vrijwel zeker op de metalen onderdelen van de pacemaker. De patiënt kan daarom beter aangeven dat hij een pacemaker heeft. De magneetstaaf die het personeel gebruikt bij het handmatig fouilleren is veilig als de beambte deze in een vloeiende beweging over de pacemaker haalt en de staaf op minimaal 15 centimeter afstand van de pacemaker houdt. Het is beter om direct om een handmatige controle te vragen, zonder magneetstaaf. Dit zal meestal geen probleem zijn, zeker niet bij het tonen van de pacemakerpas.

Medische apparatuur

Er zijn medische apparaten die een risico kunnen opleveren. Raadpleeg de cardioloog als u binnenkort een van de volgende onderzoeken of behandelingen moet ondergaan:

  • MRI (er zijn inmiddels ook MRI-veilige pacemakers en elektrodedraden op de markt)
  • ultrakortegolf behandeling (UKG-behandeling)
  • bestraling
  • vergruizen van een gal- of niersteen
  • een ingreep onder algehele narcose of een andere grote ingreep

De arts zoekt naar het beste alternatief of schakelt de pacemaker tijdelijk uit.

Andere specialisten

Vertel ook de fysiotherapeut, de tandarts en de schoonheidsspecialist dat u een pacemaker heeft. Zij gebruiken soms apparaten met elektromagnetische velden of elektrische impulsen.

Afstand tot apparaten

In onderstaand schema staat welke afstand het beste is tot sommige apparaten. Er zijn ook apparaten die de patiënt met pacemaker beter geheel kan vermijden.

Houd minstens 30 cm afstand bij: Houd minstens 90 cm afstand bij: Beter geheel te vermijden:
Stereoluidsprekers van grote geluidsinstallaties Krachtige magneten voor industriële toepassingen Elektrolyse (ontharing)
Navigatiesystemen voor in de auto (TomTom, etc.) Motoren met een zeer hoog vermogen Massagestoel
Portofoon of mobilofoon Zendantennes en hoogspanningskabels Magnetische matrassen / stoelen
  Draaiende elektromotoren (bv. de wisselstroomdynamo van een auto) Powerplate / trilplaat
  Afstandsbedieningen met antenne Lichaamsvet-weegschalen
    Elektrische wapenstok / taser gun
    Krachtstroomgeneratoren
    Wii balanceboard

Leven met een pacemaker

Mensen met een pacemaker kunnen een redelijk normaal leven leiden. Er zijn wel dingen om rekening mee te houden.

Pacemakerpas

De patiënt krijgt van de arts een pacemaker-registratiekaart, ook wel een pacemakerpas genoemd. Hierop staan de gegevens van de pacemaker en enkele persoonlijke gegevens. Het is handig om deze pas altijd mee te nemen om te laten zien aan specialisten, ook op vakantie.

Autorijden

Na de ingreep moet de wond genezen en moet de patiënt nog wennen aan de pacemaker. Daarom geldt het advies om een week tot een maand na de ingreep geen auto te rijden.

Mensen met een pacemaker zijn niet verplicht om dit te melden bij het CBR voor het krijgen van een rijbewijs voor een personenauto (rijbewijs groep 1). Vraag de cardioloog voor de zekerheid om in het medisch dossier te zetten dat autorijden toegestaan is.

Om toestemming te krijgen als beroepschauffeur (rijbewijs groep 2) is een specialistisch rapport nodig van een onafhankelijke medisch specialist. Het CBR wijst deze specialist toe.

Sporten

De eerste 6 weken na implantatie zijn de meeste sporten niet toegestaan. Daarna zijn de meeste sporten gewoon mogelijk. Alleen met contactsporten, zoals vechtsporten of balsporten moet opgepast worden. Een klap of trap op de plek van de pacemaker is erg pijnlijk. De pacemaker gaat hierdoor niet kapot, maar er is wel een kleine kans dat de aansluiting van een elektrode knapt.

Overleg bij twijfel over een sport met de cardioloog. Vertel ook de pacemakertechnicus welke sporten u doet, zodat de technicus hiermee rekening kan houden bij de instelling van de pacemaker.

Vakantie

In principe kunnen mensen met een pacemaker gewoon op vakantie. Wel is het verstandig altijd de pacemakerpas mee te nemen. Reizen per auto, boot, trein of vliegtuig geeft geen enkel probleem.

Neem bij reizen naar het buitenland een verklaring mee in de taal van het land (of in het Engels) waarin staat dat u een pacemaker draagt. Dit voorkomt problemen bij het passeren van veiligheidscontroles. Controlepoortjes op vliegvelden vormen geen gevaar voor de pacemaker, zolang u er maar vlot doorheen loopt.

Houd er in het buitenland rekening mee dat de pacemaker alleen uitgelezen kan worden in een ziekenhuis dat werkt met hetzelfde merk. Kijk of er op de website van de leverancier adressen van buitenlandse ziekenhuizen staan.

Werk

Mensen met een pacemaker mogen meestal vrij snel na de ingreep weer aan het werk. De eerste weken is zwaar lichamelijk werk niet toegestaan.

Werken met zware elektrische apparatuur kan de pacemaker beïnvloeden (bijvoorbeeld zware transformatoren in elektrische lasapparatuur). Overleg bij twijfel met de cardioloog of pacemakertechnicus of de werkplek veilig is of laat een werkplekonderzoek uitvoeren.

Een pacemaker is geen reden om iemand arbeidsongeschikt te verklaren, ook niet gedeeltelijk. Als u bij sollicitaties terughoudende reacties bemerkt vanwege de pacemaker, stel dan voor dat de werkgever contact opneemt met de cardioloog.

Psychische en sociale gevolgen

Iedereen reageert verschillend op het dragen van een pacemaker. Sommige mensen gaan gewoon door met hun leven alsof er helemaal niets aan de hand is. Anderen vragen juist veel aandacht van hun omgeving. Weer anderen worden er wat onzeker en angstig van. Praat met mensen in de omgeving. Soms biedt een gesprek met een lotgenoot of patiëntenbegeleider uitkomst. Kijk op de website van De Hart&Vaatgroep of neem contact op met de Infolijn Hart en Vaten. Neem bij ernstige of aanhoudende klachten contact op met de cardioloog of huisarts.

Seksualiteit en zwangerschap

Soms is de patiënt (of diens partner) bang dat er iets mis kan gaan tijdens het vrijen. Deze angst is begrijpelijk, maar niet nodig. Bij twijfel, overleg dan met uw huisarts of cardioloog. Meer informatie staat in de brochure Intimiteit en seksualiteit na een hartaandoening van De Hart&Vaatgroep.

Een pacemaker hoeft bij zwangerschap geen specifieke problemen te geven. Het is wel verstandig om een kinderwens vooraf te bespreken met de cardioloog.

Verzekeringen

De basisverzekering is bij elke verzekeraar gelijk en de voorwaarden zijn door de overheid bepaald. De aanvullende ziektekostenverzekeringen en bijhorende voorwaarden worden door de zorgverzekeraars zelf bepaald. Vergelijk daarom de voorwaarden en premies van verschillende aanbieders.

Een pacemaker kan een hogere premie van een levensverzekering of een hypotheek tot gevolg hebben. Voor de verzekeraar vormt een pacemaker een licht verhoogd gezondheidsrisico. Als u de pacemaker verzwijgt, kunt u later problemen krijgen bij een uitkering.

Kinderen met een pacemaker

Een kind met een pacemaker moet voorzichtiger leven dan andere kinderen om te voorkomen dat de pacemaker beschadigd of ontregeld raakt.

In de eerste 6 weken na de operatie moet het kind nog een beetje rustig aan doen, vooral met de arm die het dichtst bij de pacemaker zit. Dus bijvoorbeeld geen zware dingen tillen, geen zware rugzak om of gymnastiekoefeningen doen zoals kopjeduikelen of op de handen staan. Voor baby's gelden geen bijzonderheden.

Zwemmen

Kinderen met een pacemaker mogen zwemmen, maar moeten hiermee wachten totdat de operatiewond helemaal dicht is. Vraag voor de zekerheid nog even na bij de kindercardioloog of het kind inderdaad mag zwemmen.

Rennen en stoeien

In principe kan de pacemaker wel tegen een stootje, binnen bepaalde grenzen. Bij peuters is het belangrijk om te voorkomen dat het kind hard valt. Het kind mag gewoon met zijn of haar broertjes, zusjes en vriendjes stoeien. Pas wel op dat het geen (harde) klap of por krijgt op de plaats waar de pacemaker zit.

Tillen en strekken

Als het kind al wat ouder is, moet het opletten met tillen en strekken:

  • niet met het hele gewicht aan de handen hangen
  • niet te zwaar tillen
  • geen radslag maken
  • niet vechten

Sporten

Er zijn sporten die kinderen met een pacemaker beter niet kunnen doen. Streetdance is af te raden, net als boksen, ijshockey en worstelen. Gewoon dansen, tennis en voetbal is meestal geen probleem. Vraag de kindercardioloog om advies en breng in ieder geval de gymdocent op de hoogte.

De Pacemaker Foundation

De Pacemaker Foundation zet zich in voor kinderen met een pacemaker. Op de website van deze stichting is een forum waar kinderen en ouders vragen kunnen stellen of in contact kunnen komen met andere kinderen met een pacemaker of met hun ouders.

Lees ook

Onderzoek om vooraf te bepalen of een pacemaker zinvol is

Welke patiënt met hartfalen heeft baat bij een speciale pacemaker, en welke niet? Joost Lumens ontwikkelt een computermodel om het effect van de pacemaker vooraf te bepalen.

Meer lezen

Vragen over hart of vaten?

Mail de Infolijn Hart & Vaten

stuur een e-mail

Bel de Infolijn Hart & Vaten 0900 3000 300

maandag t/m vrijdag van 9.00 - 13:00 uur.

Hartstichting.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van hartstichting.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert. Lees ons cookie-statement voor meer informatie.