Hartstichting.nl wordt geladen

Hoe werkt een pacemaker?

De pacemaker heeft een sensor die voortdurend het hartritme bewaakt. De pacemaker stuurt kleine elektrische stroompjes (prikkels) naar het hart als het te langzaam klopt of er pauzes zijn in de hartslag. Of als de kamers ongelijk samentrekken. Bij inspanning geeft de pacemaker meer prikkels zodat je hart sneller klopt. 

Wie krijgt een pacemaker?

Bij een gezond hart zorgt het geleidingssysteem dat het hart in een goed ritme samentrekt en ontspant. Als er te weinig prikkels zijn of als de prikkels niet goed over het hart verspreiden, dan wordt het ritme te traag of ongelijk. Bij mensen die zo’n probleem hebben, kan een pacemaker zorgen voor een goed hartritme.

Pacemaker

Waarom krijg je een pacemaker?

Een pacemaker helpt bij een te traag hartritme. Bijvoorbeeld bij:

Boezemfibrilleren en hartfalen

Bij boezemfibrilleren is het ritme van het hart meestal te snel. Dat is geen reden om een pacemaker te plaatsen. Maar soms heeft iemand met boezemfibrilleren ook wel eens een te lage hartslag of afwisselend een hoge en een hele lage hartslag. Dan kan een pacemaker nodig zijn. Voor mensen met hartfalen is er een speciale pacemaker die de kamers meer synchroon laat samentrekken. Dit heet (cardiale resynchronisatietherapie, CRT).  

Samen beslissen

Het is afhankelijk van de aandoening welke soort het meest geschikt is. De cardioloog legt uit waarom een pacemaker voor jou een goede behandeling is en welke pacemaker dan het beste is. Samen met de cardioloog beslis je of je dat wilt. Bereid het gesprek met de cardioloog goed voor en stel gerust vragen. Hiervoor kun je deze vragenlijst gebruiken. 

Soorten pacemakers

Er zijn verschillende soorten pacemakers. Het soort pacemaker dat je krijgt, is afhankelijk van de ziekte.

  • Pacemaker met elektrodedraden via de bloedvaten

    De ‘gewone’ pacemakers die veel mensen kennen, zijn ongeveer 0,7 cm dik, zo’n 4,5 cm breed en 5 cm lang. Ze zijn gemaakt van titanium. De arts plaatst het kastje meestal onder de huid onder het linker sleutelbeen. Vanuit het kastje gaan 1, 2 of 3 elektrodedraden door de bloedvaten naar het hart.  

    Bij een pacemaker met 1 elektrodedraad zit de elektrode meestal in de rechterkamer. Bij 2 elektroden is dat meestal in de rechterboezem en de rechterkamer. Dit is het meest toegepaste type pacemaker. Deze elektrodedraden zitten vast aan de binnenzijde van de hartwand. Bij een CRT-pacemaker is er een derde draad nodig op de linkerkamer. 

  • Pacemaker met andere plaatsing van de elektroden (CSP)

    Bij een pacemaker met elektrodedraden via de bloedvaten, worden de elektrodedraden soms op een andere plaats in het hart vastgemaakt. Dit heet CSP: conduction system pacing. Bij CSP geeft de pacemaker elektrische prikkels zo dicht mogelijk bij het natuurlijke geleidingssysteem van het hart. Door het natuurlijke geleidingssysteem van het hart te gebruiken, trekken de linker- en rechterhartkamer zoveel mogelijk tegelijk samen. Er is dan minder kans op hartfalen.  

    CSP bestaat nog niet zo lang. Het plaatsen van de elektroden is wat moeilijker en lukt soms ook niet. Het is nog geen standaard behandeling en is niet voor iedereen geschikt. Dit is onder andere afhankelijk van de pompfunctie van de linkerkamer. Voor sommige groepen patiënten is dit een goede oplossing, maar voor andere groepen patiënten weten we dat nog niet. 

  • CRT-pacemaker bij hartfalen

    CRT betekent cardiale resynchronisatie therapie. Een CRT-pacemaker kan helpen bij hartfalen en wordt daarom ook wel hartfalenpacemaker genoemd. 

    Bij een deel van de patiënten met hartfalen blijkt dat de beide kamers van het hart ongelijk samentrekken en ontspannen. De prikkel die zorgt voor het samentrekken verspreidt zich niet tegelijk over de beide kamers. De oorzaak is meestal een linkerbundeltakblok. De prikkel verspreidt zich te langzaam over de linkerkamer en daardoor trekt deze later samen dan de rest van de hartspier. Hierdoor pompt het hart minder goed. 

    De CRT-pacemaker zorgt ervoor dat de linker en de rechterkamer van het hart tegelijk samentrekken. Deze pacemaker heeft 3 elektrodedraden. Een elektrode in de rechterkamer, een in de rechterboezem en een derde elektrode in een bloedvat op de buitenkant van het hart, achter de linkerkamer.

  • Draadloze pacemaker

    Er bestaat ook een pacemaker zonder elektrodedraden. Deze pacemaker is veel kleiner dan andere pacemakers, ongeveer zo groot als een vulpenvulling. De elektrode en de batterij zitten verwerkt in het kleine apparaatje. De pacemaker wordt in zijn geheel in het hart geplaatst. Dat gaat met een katheter, via een bloedvat in de lies. Dit type pacemaker is niet voor iedereen geschikt, maar voor sommige patiënten is het de enige oplossing om een pacemaker te kunnen krijgen. 

Plaatsen pacemaker met elektrodedraden

Het plaatsen van een pacemaker duurt 1,5 tot 2 uur. Bij de CRT-pacemaker duurt de ingreep iets langer. De pacemaker wordt meestal vlak onder de huid, links onder het sleutelbeen geplaatst. Soms plaatst de arts de pacemaker dieper onder de borstspier. Je krijgt meestal een plaatselijke verdoving en bent bij kennis. Wel krijg je pijnstillende en rustgevende medicijnen.

pacemaker

Hoe gaat de ingreep?

De cardioloog maakt een sneetje op de plek waar de pacemaker moet komen. Daar maakt hij of zij een holte (pocket) onder de huid, waar de pacemaker precies in past. Via een ader onder het sleutelbeen schuift de arts elektrodedraden naar de juiste plek in het hart. De uiteinden van de draden haken vast aan de binnenzijde van de hartwand. Daarna legt de cardioloog de pacemaker in de pocket en schroeft de elektrodedraad of -draden erin vast. De pacemakertechnicus stelt de pacemaker in en controleert of hij goed werkt. Dan sluit de arts de wond met een hechtdraad. 

Soms een operatie nodig

Soms is het niet mogelijk om de elektroden via de bloedvaten naar de binnenkant van het hart te brengen. Bijvoorbeeld als de bloedvaten te nauw zijn, of bij kleine kinderen. Dan is er een operatie nodig om de elektroden op de buitenkant van het hart te plaatsen. Dat gebeurt onder narcose door een hartchirurg. 

Plaatsen draadloze pacemaker

Een draadloze pacemaker wordt geplaatst met een katheter via een bloedvat in de lies. De pacemaker komt in de punt van de rechterkamer en haakt zich daar vast in de wand. 

Beelden draadloze pacemaker

Risico's en bijwerkingen

Elke operatie of ingreep brengt risico’s met zich mee. Implantatie van een pacemaker is een veilige ingreep met een lage kans op complicaties. Complicaties kunnen snel na de implantatie optreden, maar ook pas na maanden of jaren. Bij sommige complicaties is het nodig om een nieuwe ingreep te doen. Dit gebeurt bij ongeveer 2 van de 100 patiënten. De kans op complicaties is groter bij het plaatsen van meerdere elektrodedraden, zoals bij CRT. De mogelijke complicaties verschillen per soort pacemaker. Over de complicaties bij reguliere pacemakers met elektrodedraden via de bloedvaten weten we meer dan over draadloze pacemakers en CSP.

  • Korte termijn complicaties bij pacemaker met elektrodedraden

    • Bloeduitstorting of onderhuidse bloeding op de prikplaats. Komt voor bij ongeveer 2 van de 100 patiënten. De kans hierop is iets groter als je bloedverdunners gebruikt. Meestal verdwijnt dit vanzelf.
    • Infectie van de wond. Komt voor bij ongeveer 2 van de 100 patiënten. Soms is het nodig om de pacemaker en de elektrodedraden te verwijderen. Ook kan behandeling met antibiotica nodig zijn. Je krijgt pas een nieuwe pacemaker als de infectie voorbij is.
    • Losraken of verplaatsen van de elektrodedraad. Komt voor bij ongeveer 3 van de 100 patiënten. Een ingreep is nodig om de draad weer op de goede plaats vast te maken.
    • Klaplong. Komt voor bij ongeveer 1 van de 100 patiënten. Om je longen liggen longvliezen. Soms prikt de arts bij het plaatsen van een elektrode per ongeluk door het longvlies. Er kan dan een long inklappen. Dit is pijnlijk en je wordt kortademig. Een klaplong herstelt vaak spontaan. Soms moet de longarts met een slangetje de lucht uit de borstholte laten.
    • Bloeding in het hartzakje (tamponade). Komt voor bij 1 van de 1000 patiënten. Meestal lukt het om het bloed af te voeren door een slangetje (drain). Je wordt dan een paar dagen opgenomen. Heel soms helpt het slangetje onvoldoende. Een open hartoperatie is dan nodig om de bloeding te stoppen.
  • Lange termijn complicaties bij pacemaker met elektrodedraden

    • Trombose-arm. Komt voor bij minder dan 1 op de 100 patiënten. Soms ontstaat er een bloedstolsel in de bloedvaten met de elektrodedraden. Als het bloed niet goed kan doorstromen, wordt de arm dik en kan verkleuren naar rood, blauw of paars. Bloedverdunners en steunkousen kunnen helpen om de klachten te verminderen.
    • Frozen shoulder. Pijnlijk en stijf schoudergewricht door te weinig bewegen van de arm. Om te zorgen dat dit niet gebeurt krijg je leefregels mee van het ziekenhuis.
    • Kapotte elektrodedraad. Als een elektrodedraad niet goed meer werkt, dan plaatst de arts meestal een nieuwe draad.
    • Ontsteking rondom de pacemaker. Dit kan ook na langere tijd voorkomen, bijvoorbeeld door een (huid)bacterie. Als zo’n ontsteking niet overgaat met antibiotica, dan is het nodig de pacemaker en de elektroden tijdelijk te verwijderen.
    • Verplaatsing van de pacemaker. Heel soms groeit de pacemaker naar buiten. Hierdoor ontstaat er druk op de huid, een bobbel of zelfs een wondje. 
  • Complicaties bij draadloze pacemaker

    • Bloeding in de lies. Op de plaats waar de arts de katheter in het bloedvat brengt.
    • Verplaatsing van de pacemaker in de rechterkamer. Meestal verwijdert de arts dan de pacemaker en plaatst hem opnieuw.
    • Bloeding in het hartzakje (tamponade). Komt voor bij ongeveer 1 op de 100 patiënten. Dat is iets vaker dan bij een pacemaker met elektrodedraden. Meestal lukt het om het bloed af te voeren door een slangetje (drain). Je wordt dan een paar dagen opgenomen. Heel soms helpt het slangetje onvoldoende. Een open hartoperatie is dan nodig om de bloeding te stoppen.
    • Trombose in een ader in het been. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de katheter met de  pacemaker de wand van het bloedvat een beetje beschadigt of als het bloed niet goed langs de katheter kan stromen. 

Na de ingreep

Een pacemaker wordt geplaatst tijdens een korte ziekenhuisopname. Als alles goed gaat mag je soms nog dezelfde dag naar huis. En anders blijf je na de ingreep nog één of twee dagen in het ziekenhuis. Dat hangt af van het ziekenhuis en van de soort pacemaker. In het ziekenhuis wordt eerst gecontroleerd of de pacemaker goed werkt. 

Voor de veiligheid kan de pacemaker in het begin iets te hoog staan. Je hart krijgt dan steeds een stroomstootje dat iets sterker is dan strikt noodzakelijk. Zo nodig stelt de pacemakertechnicus de instelling van de pacemaker bij. Dat kan met een apparaat dat door de huid heen de chip van de pacemaker aanstuurt. 

Na de ingreep kun je last hebben van tintelingen in je arm of been. Meestal is dit tijdelijk en komt het door de verdoving of door irritatie van een oppervlakkige zenuw. Als de wond pijn doet, kun je pijnstillers innemen. 

Voorkomen van een infectie

Om infectie te voorkomen, mag de wond de eerste dagen na de plaatsing niet nat worden. Houd de wond thuis goed in de gaten. Neem contact op met het ziekenhuis als de huid rondom de wond dik, rood of vochtig wordt, of als de wond bloedt. Neem ook contact op als je aanhoudende pijn of koorts hebt.

Bewegen van de arm

Het is niet goed om de arm aan de kant van de pacemaker helemaal stil te houden. Dan kan het schoudergewricht pijnlijk en stijf worden (frozen shoulder). De dag na de implantatie kun je de arm weer rustig bewegen. De eerste een tot twee weken is het advies meestal om wel te bewegen maar heftige bewegingen te vermijden. Daarna kun je de arm weer normaal gebruiken. In het ziekenhuis krijg je te horen welke regels voor jou gelden. 

Regelmatige controle

Na plaatsing heb je regelmatig een controle bij de pacemakertechnicus en de cardioloog. De eerste controles zijn meestal na een paar weken en na 2 of 3 maanden. Daarna één of twee keer per jaar. Als het nodig is past de pacemakertechnicus de instellingen van de pacemaker aan. 

Thuismonitoring

Bij veel moderne pacemakers is thuismonitoring mogelijk. Dat is controle terwijl je gewoon thuis bent. De gegevens uit je pacemaker gaan via een speciaal kastje (monitor) of via een app op je smartphone naar een beveiligd zorgplatform. Daar worden ze gecontroleerd. Bij bijzonderheden krijgt de cardioloog of de pacemaker-technicus een bericht. Je hoeft dan minder vaak naar het ziekenhuis voor controle. 

Maar let op: de controle van de gegevens gebeurt meestal 1 keer per dag en alleen op werkdagen. Het is daarom belangrijk dat je zelf blijft opletten op klachten waarvoor je misschien direct hulp nodig hebt. Je cardioloog kan je vertellen of thuismonitoring voor jou mogelijk is. Niet alle ziekenhuizen bieden het aan. Verder hangt het af van het type pacemaker en jouw persoonlijke situatie. 

  • Pacemaker-registratiekaart

    Je krijgt van het ziekenhuis een pacemakerpas (ook wel ‘Cardiac Device Card’). De pas wordt opgestuurd of gegeven bij de eerste controle. Op de pas staat belangrijke informatie, zoals merk, type en serienummer van de pacemaker. Ook het ziekenhuis en contactgegevens voor noodgevallen staan op de pas. 

  • Vervangen pacemaker als de batterij leeg is

    De meeste pacemakers gaan zo'n 6 tot 12 jaar mee. Als de pacemaker je hartritme voortdurend ondersteunt, is de batterij eerder leeg dan wanneer de pacemaker maar af en toe in werking hoeft te komen. De cardioloog of de pacemakertechnicus kan je vertellen hoe lang jouw pacemaker naar schatting zal meegaan. Als de batterij leeg raakt, ziet men dit ruim op tijd bij de controles. 

    Vervangen pacemaker met elektrodedraden 

    De batterij zit in het pacemakerkastje, dus als hij leeg is wordt het hele kastje vervangen. Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving. Meestal krijg je alleen een nieuw kastje. Dit wordt aangesloten op de oude elektrodedraden. Meestal mag je dezelfde dag nog naar huis.  

    Wanneer er alleen iets mis is met een elektrodedraad, dan vervangt de arts alleen deze elektrodedraad. Als de pacemaker nog niet oud is en goed werkt blijft die gewoon zitten. Een kapotte elektrodedraad wordt alleen verwijderd als deze nog maar kort in het lichaam zit. Na een jaar is een draad zo vastgegroeid dat het veel moeite kost om hem te verwijderen. Het is dan makkelijker om de draad te laten zitten en een nieuwe draad erbij te plaatsen. Als er sprake is van een infectie op de elektrodedraden, dan is soms een operatie nodig om de draden te verwijderen. 

    Vervangen draadloze pacemaker 

    Als de batterij van een draadloze pacemaker bijna leeg is, dan zijn er verschillende mogelijkheden. Dat hangt af van het merk en type van de pacemaker. Soms kan de arts de oude pacemaker verwijderen en een nieuwe plaatsen. En soms blijft de oude pacemaker zitten en komt de nieuwe pacemaker ernaast. Jouw cardioloog kan vertellen op welke manier de vervanging bij jou gaat.

Meer over pacemakers?

Vraag dan onze gratis folder aan. Hierin lees je alles over pacemakers.
Tablet met een foto van een arts die uitleg geeft

Leven met een pacemaker

De meeste patiënten zeggen dat zij na ongeveer een half jaar aan de pacemaker gewend zijn. Je kunt wel een tijdlang bij bepaalde bewegingen de elektrodedraden voelen. Met een pacemaker kun je bijna alles doen wat je vroeger ook deed. Er zijn wel dingen om rekening mee te houden.

  • Autorijden

    Heb je een pacemaker? Dan gelden er extra regels als je wil autorijden. Want als je klachten krijgt tijdens het rijden kan dit gevaarlijk zijn. Voor jezelf en voor andere mensen in het verkeer. Soms is een keuring door het CBR nodig voordat je de weg weer op mag. Bespreek dit met je cardioloog. 

    Lees meer over autorijden met een hartaandoening op CBR.nl

  • Sporten

    Voordat je weer gaat sporten is het verstandig om met je cardioloog te overleggen welke sporten voor jou geschikt zijn. Ook de controles bij de pacemakertechnicus zijn een goed moment om je sportactiviteiten te bespreken. De pacemakertechnicus houdt daar rekening mee bij de instelling van de pacemaker.  

    Bij een pacemaker met elektrodedraden zijn sommige sporten minder geschikt. Bijvoorbeeld sporten waarbij er veel trek komt op de elektrodedraden of waarbij je een klap op het pacemakerkastje kunt krijgen. 

  • Vakantie

    In principe kunnen mensen met een pacemaker gewoon op vakantie. Wel is het verstandig altijd de pacemakerpas mee te nemen. Reizen per auto, boot, trein of vliegtuig geeft geen enkel probleem. Neem bij reizen naar het buitenland een verklaring mee in de taal van het land (of in het Engels) waarin staat dat je een pacemaker draagt. Dit voorkomt problemen als je veiligheidscontroles passeert. Controlepoortjes op vliegvelden vormen geen gevaar voor de pacemaker, zolang je er maar vlot doorheen loopt.

    Houd er in het buitenland rekening mee dat de pacemaker alleen uitgelezen kan worden in een ziekenhuis dat werkt met hetzelfde merk. Kijk of er op de website van de leverancier adressen van buitenlandse ziekenhuizen staan.

  • Werk

    Met een pacemaker kun je meestal gewoon weer aan het werk. Zware elektrische apparaten, elektromotoren of zware magneten veroorzaken (elektro)magnetische velden. Die kunnen de werking van een pacemaker verstoren. Als je met dat soort apparaten werkt, overleg dan met de cardioloog en/of pacemakertechnicus of dit in jouw geval risico oplevert. Laat bij twijfel een werkplekonderzoek uitvoeren. Als er risico is, dan kun je met de bedrijfsarts en je werkgever overleggen welke aanpassingen mogelijk zijn. 

  • Psychische en sociale gevolgen

    Iedereen reageert verschillend op het dragen van een pacemaker. Sommige mensen gaan gewoon door met hun leven alsof er helemaal niets aan de hand is. Anderen worden er wat onzeker en angstig van. Praat erover met je partner of andere mensen in je omgeving. Misschien heb je behoefte aan een gesprek met iemand die ook een pacemaker heeft? Neem voor lotgenotencontact contact op met de voorlichters van de Hartstichting. Je kunt met de voorlichters bellen of chatten.  

    Blijf je je langdurig zorgen maken of houd je angstgevoelens? Dan kan het goed zijn om een psycholoog te bezoeken. Je huisarts kan je hierin adviseren.  

  • Seksualiteit en zwangerschap

    Er is geen reden om je seksuele activiteiten te veranderen of beperken als je een pacemaker hebt. Tijdens seks gaat je hartslag vaak omhoog. De pacemaker ondersteunt daarbij. Bespreek het met elkaar als jij of je partner onzeker zijn over intimiteit met een pacemaker. 

    Een zwangerschap hoeft met een pacemaker geen specifieke problemen op te leveren. Het is wel verstandig om een kinderwens vooraf te bespreken met de cardioloog. 

  • Verzekeringen

    Voor het afsluiten van een basisverzekering voor ziektekosten mag het dragen van een pacemaker niets uitmaken. De basisverzekering is voor iedereen gelijk en door de overheid bepaald. 

    Voor aanvullende ziektekostenverzekeringen kan men je pacemaker zien als een extra gezondheidsrisico. De zorgverzekeraar kan dan bijvoorbeeld een hogere premie vragen. Vergelijk dus de premies en voorwaarden van de verschillende maatschappijen. 

    Een pacemaker kan ook een hogere premie van een levensverzekering of een hypotheek tot gevolg hebben. Voor de verzekeraar of bank vormt een pacemaker een licht verhoogd gezondheidsrisico. Als je de pacemaker verzwijgt, kun je later problemen krijgen bij een uitkering.

  • Verwijderen van de pacemaker na overlijden

    Bij veel crematoria en begraafplaatsen is het verplicht om de pacemaker te verwijderen voor de crematie of begrafenis. Bij een crematie heeft dit te maken met het ontploffingsgevaar van de batterij. Bij een begrafenis is het wenselijk vanwege het milieu. 

Waar kan ik beter bij uit de buurt blijven met een pacemaker?

Een pacemaker is gevoelig voor sterke elektrische en magnetische velden. Ze kunnen de werking van de pacemaker tijdelijk verstoren. Zodra je uit de buurt bent, werkt de pacemaker weer normaal.

  • Huishoudelijke apparaten

    Huishoudelijke apparaten, zoals een blender of magnetron vormen geen risico. Voor een inductiekookplaat gelden verschillende adviezen. Raadpleeg hiervoor de pacemakertechnicus.

  • Elektronische apparaten

    In veel elektronische apparaten zoals smartphones, tablets, laptops, (draadloze) oortjes en koptelefoons en oplaadcases zitten magneten. Houd deze apparaten op minimaal 15 cm afstand van de pacemaker. Tijdens draadloos opladen is 30 centimeter een veilige afstand. Houd je mobiele telefoon met bellen aan je oor aan de andere kant dan waar de pacemaker zit. En stop hem aan de andere zijde in je borstzakje. 

  • Elektrische auto

    Rijden in een elektrische auto levert geen problemen op voor de pacemaker. Je kunt dus veilig gebruik maken van een elektrische auto of bus. 

  • Veiligheidspoortjes in winkels

    De controlepoortjes in winkels vormen meestal geen probleem voor je pacemaker. Maar je moet er wel snel doorheen lopen en niet tussen de poortjes blijven staan. De poortjes kunnen reageren op de metalen onderdelen van een pacemaker.

  • Veiligheidscontrole vliegveld

    Op luchthavens kun je gewoon door de controlepoortjes. Loop er doorheen zonder stil te staan en blijf ook niet vlak achter het poortje staan. Houd ongeveer een meter afstand. Het alarm kan afgaan omdat de apparatuur reageert op het metaal van de pacemaker. Laat dan je pacemakerpas zien. Vaak zal het luchthavenpersoneel je handmatig controleren. Vraag in dat geval om een controle zonder magneetstaaf.  De bodyscan die op luchthavens wordt gebruikt waarbij je even stil staat in de scanner is veilig. 

  • Medische apparatuur

    Laat bij een medische behandeling altijd aan de behandelend arts of zorgverlener weten dat je een pacemaker hebt. Soms zijn maatregelen vooraf nodig. Apparaten voor medische behandelingen en onderzoeken kunnen namelijk invloed hebben op de werking van de pacemaker. Soms moet de pacemakertechnicus de instellingen van de pacemaker tijdelijk aanpassen. En soms moet de arts een andere behandeling kiezen. 

    Ook de tandarts en mondhygiënist moeten het weten als je een pacemaker hebt. De apparatuur bij de tandarts is veilig als de apparaten en kabels op minstens 20 cm afstand van de pacemaker blijven. 

  • Afstand tot apparaten

    In onderstaand schema staat welke afstand je het beste kunt houden tussen de pacemaker en sommige apparaten. Er zijn ook apparaten die je met een pacemaker beter helemaal kunt vermijden. 

    Houd minstens 15 cm afstand bij: 

    • Corsage of naamplaatje met magneet
    • Mobiele telefoon 

    Houd minstens 30 cm afstand bij: 

    • Stereoluidsprekers van grote geluidsinstallaties
    • Navigatiesystemen voor in de auto (TomTom, etc.)
    • Portofoon of mobilofoon 

    Houd minstens 90 cm afstand bij: 

    • Krachtige magneten voor industriële toepassingen
    • Motoren met een zeer hoog vermogen
    • Zendantennes en hoogspanningskabels
    • Draaiende elektromotoren (bv. de wisselstroomdynamo van een auto) 

    Beter vermijden: 

    • Elektrolyse (ontharing)
    • Massagestoel
    • Magnetische matrassen/ stoelen
    • Powerplate/ trilplaat
    • Lichaamsvet-weegschalen
    • Elektrische wapenstok/ tasergun
    • Krachtstroomgeneratoren 

Kinderen met een pacemaker

Een kind met een pacemaker kan met veel dingen gewoon meedoen. Soms moet hij of zij iets voorzichtiger zijn, bijvoorbeeld met sommige sporten. De eerste 6 weken na de operatie moet het kind nog een beetje rustig aan doen, vooral met de arm die het dichtst bij de pacemaker zit. Dus bijvoorbeeld geen zware dingen tillen, geen zware rugzak om of gymnastiekoefeningen doen zoals aan een klimrek hangen of op de handen staan. Voor baby's gelden geen bijzonderheden.

  • Zwemmen

    Kinderen met een pacemaker mogen zwemmen, maar moeten hiermee wachten totdat de operatiewond helemaal dicht is. Vraag voor de zekerheid nog even na bij de kindercardioloog of het kind inderdaad mag zwemmen.

  • Rennen en stoeien

    In principe kan de pacemaker wel tegen een stootje, binnen bepaalde grenzen. Bij peuters is het belangrijk om te voorkomen dat het kind hard valt. Het kind mag gewoon met zijn of haar broertjes, zusjes en vriendjes stoeien. Pas wel op dat het geen (harde) klap of por krijgt op de plaats waar de pacemaker zit.

    Als het kind al wat ouder is, moet het opletten met tillen en strekken:

    • niet met het hele gewicht aan de handen hangen
    • niet te zwaar tillen
    • geen radslag maken
    • niet vechten
  • Sporten

    Er zijn sporten die kinderen met een pacemaker beter niet kunnen doen. Streetdance is af te raden, net als boksen, ijshockey en worstelen. Gewoon dansen, tennis en voetbal is meestal geen probleem. Vraag de kindercardioloog om advies en breng in ieder geval de gymdocent op de hoogte.

Stel je vraag aan onze voorlichters of ervaringsdeskundigen

  • Chat via de chatknop onder in beeld (van 10.00 tot 13.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur)
  • Bel met een voorlichter: 0900 3000 300 (9.00 tot 13.00 uur, € 0,05 per minuut)

We zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag, met uitzondering van feestdagen.

Deze pagina is inhoudelijk gecontroleerd door medische deskundigen.