Stel direct je vraag
Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Mijn Gids?

Je kunt alles in de Gids bewaren om later terug te lezen, of om te delen.

    Door op bewaar te klikken geef je toestemming voor het gebruik van jouw gegevens voor de Gids. Als je de website verlaat, worden de gegevens verwijderd.

    Meer over privacy en voorwaarden.

    Mijn Gids?

    Klik nu hier om deze pagina
    in je Gids te bewaren.

    De eventrecorder is een apparaatje om een hartritmestoornis op te sporen. Ook kan hiermee onderzocht worden of een ritmestoornis de oorzaak is van bijvoorbeeld duizeligheid of wegraken.

    Hartritmestoornis vastleggen

    Soms treedt de ritmestoornis slechts af en toe op. Het is dan niet gemakkelijk om een hartritmestoornis zichtbaar te maken op een hartfilmpje (ECG) of een holteronderzoek. Met een eventrecorder kan de patiënt zelf een hartfilmpje maken op het moment dat een hartritmestoornis optreedt. Dat kan gewoon thuis.

    Voor wie?

    De eventrecorder wordt toegepast bij klachten van hartritmestoornissen, duizeligheid en/of wegrakingen. Een onderzoek met een eventrecorder kan geadviseerd worden door de huisarts of cardioloog.

    Prof. dr. Isabelle van Gelder, cardioloog

    "Prachtig om te zien hoe onderzoek de zorg voor patiënten met boezemfibrilleren echt verbetert."

    Lees het verhaal

    Verschillende eventrecorders

    Er zijn verschillende soorten eventrecorders. Het type is afhankelijk van de klachten van de patiënt. Sommige eventrecorders registreren ritmestoornissen op het moment dat de patiënt zelf aangeeft dat de stoornis optreedt (on-demand). Andere zijn ook geschikt om informatie te registreren tijdens wegrakingen (looping-recorders). Hierbij is het belangrijk om ook het ECG vast te leggen van de periode voorafgaand aan de klachten . 

    Naast eventrecorders die buiten het lichaam worden geplaatst, zijn er ook implanteerbare hartritmemonitoren.

    Hoe werkt de eventrecorder?

    De patiënt krijgt bij het afhalen van de recorder een duidelijke instructie, bijvoorbeeld over het activeren van het apparaatje. De arts plakt de elektroden op de juiste plek en het apparaatje wordt met een clip aan kleding bevestigd of hangt aan een koordje om de hals. De gegevens die de eventrecorder registreert worden door de patiënt per telefoon of computer doorgestuurd naar een centrale. Daar zet een deskundige de overgestuurde signalen om in een hartfilmpje.

    De patiënt krijgt de eventrecorder 1 tot 3 weken mee naar huis. Meestal is dit voldoende om de klachten te registeren.

    Eventrecorder met elektroden

    Bij de meeste eventrecorders krijgt de patiënt elektroden op de borst geplakt. Het bijbehorende apparaatje kan de patiënt met een clip aan de kleding bevestigen of met een koordje om de hals hangen.

    De eventrecorder heeft een knop die de patiënt indrukt wanneer hij klachten heeft. Er wordt dan een hartfilmpje in het geheugen vastgelegd.

    Wanneer de eventrecorder vol is dan belt de patiënt naar een centrale om de gegevens door te sturen. In sommige gevallen worden de gegevens niet doorgebeld, maar verstuurd per computer. Wanneer de patiënt zich ongerust voelt, kan hij ook direct na de opname bellen om de gegevens door te sturen. Als er een hele week geen klachten optreden, wordt er meestal toch 1 keer per week een opname gemaakt en doorgebeld.

    Eventrecorder zonder elektroden

    Er zijn ook eventrecorders zonder elektroden die een eenvoudig hartfilmpje (ECG) maken. Deze komen onder andere voor in de vorm van een creditcard die om de hals wordt gedragen, of in de vorm van een horloge.

    Diagnose na gebruik eventrecorder

    Meestal is een paar weken voldoende om de klachten vast te leggen. De huisarts of cardioloog ontvangt de geregistreerde hartfilmpjes via de centrale. Na afloop van het onderzoek bespreekt hij de resultaten met de patiënt. Als het nodig is, vindt er nader onderzoek plaats.

    Onderzoek naar boezemfibrilleren

    Onderzoek naar hartritmestoornissen krijgt topprioriteit bij de Hartstichting. We willen boezemfibrilleren eerder en beter behandelen.

    Meer over het onderzoek

    Downloads

    Stel je vraag aan de Infolijn

    • Bel 0900 3000 300 (ma t/m vrij van 9.00 - 13.00 uur)
    • Chat met de Infolijn via het groene balkje (zijkant)