Atriumseptumdefect (ASD)
Een atriumseptumdefect (ASD) is een aangeboren hartafwijking. Er zit dan een gaatje in het tussenschot tussen de 2 boezems van het hart. Door dit gaatje kan extra bloed van de linker- naar de rechterboezem stromen.
Wat is een ASD?
Het hart heeft 2 boezems en 2 kamers. Tussen de boezems zit een tussenschot. Bij sommige mensen zit in dit tussenschot een opening. Dit heet een atriumseptumdefect. Het woord atrium betekent boezem en septum betekent tussenschot.
Wat gebeurt er bij een ASD?
Bij een atriumseptumdefect stroomt extra bloed van de linkerboezem naar de rechterboezem. Soms is dit maar weinig en geeft het geen klachten. Is het gat groter? Dan moet vooral de rechterkant van het hart harder werken. Ook de longen worden dan extra belast. Hierdoor kan de rechterkant van het hart groter worden.
Welke soorten ASD zijn er?
Er bestaan verschillende soorten ASD:
- ASD type II (ASD secundum)
- ASD type I (ASD primum)
- Sinus venosus defect
- Sinus coronarius defect
ASD type II (ASD secundum)
ASD type II komt het meest voor: bij ongeveer 80% van de mensen met een ASD. Het gaatje zit in het midden van het tussenschot tussen de boezems.
ASD type I (ASD primum)
ASD type I komt voor bij ongeveer 15% van de mensen met een ASD. Het gaatje zit in het onderste deel van het tussenschot, dicht bij de hartkleppen tussen de boezems en de kamers. Door deze afwijking kunnen de hartkleppen ook gaan lekken.
Sinus venosus defect
Dit type ASD komt minder vaak voor, bij ongeveer 5% van de mensen met een ASD. Vaak zijn ook de verbinding tussen de longader en de bovenste lichaamsader of boezem verkeerd aangelegd. Er zijn twee vormen:
- Superieur sinus venosus defect: het gaatje zit hoog in de boezems
- Inferieur sinus venosus defect: het gaatje zit laag in de boezems
Sinus coronarius defect
Dit is de zeldzaamste vorm van ASD en komt voor bij minder dan 1% van de mensen met een ASD. In de sinus coronarius komt het zuurstofarm bloed vanuit de kransslagaders van het hart samen. Normaal ligt dit bloedvat tegen de achterkant van de linkerboezem. Bij deze afwijking ontbreekt de scheiding tussen de sinus coronarius en de linkerboezem. Daardoor is er een opening.
Wat is het verschil tussen een PFO en een ASD?
Een Patent Foramen Ovale (PFO) is, net als een ASD, een opening tussen de boezems. Toch is het niet hetzelfde. Tijdens de zwangerschap ontstaat het tussenschot bij de foetus doordat 2 lagen naar elkaar toe groeien. Bij een ASD zit er een gat in 1 van deze lagen. Bij een PFO zijn de 2 lagen niet goed aan elkaar vastgegroeid.
Welke klachten kun je krijgen?
Jonge mensen met een ASD hebben vaak weinig of geen klachten. Bij volwassenen wordt een ASD vaak toevallig ontdekt, bijvoorbeeld bij een ander onderzoek. Als er klachten ontstaan, dan is dat meestal tussen het 30e en 40e levensjaar. Veelvoorkomende klachten zijn dan:
- Kortademigheid bij inspanning
- Hartkloppingen naar aanleiding van externe controle door de cardioloog
- Blauwe verkleuring van de huid door te weinig zuurstof in het bloed (dit komt zelden voor)
Hoe wordt de diagnose gesteld?
De arts kan verschillende onderzoeken doen om een ASD vast te stellen:
- Lichamelijk onderzoek: de arts hoort soms een hartruis door te luisteren met een stethoscoop
- Echo van het hart: hiermee is een opening in het tussenschot van de linker- en de rechterboezem goed te zien. Het kan een echo via de borstkas zijn, of een echo via de slokdarm. Ook wordt dan gekeken of het ASD met een parapluutje te sluiten is.
- ECG (hartfilmpje)
- Soms kan een MRI van het hart (CMR), een röntgenfoto of een hartkatheterisatie ook nodig zijn.
Behandeling van een ASD
De behandeling hangt af van de grootte en het type ASD. Soms sluit een ASD vanzelf. Dit gebeurt vooral op jonge leeftijd. Is het gaatje klein en geeft het geen klachten? Dan is behandeling niet altijd nodig. Moet het ASD wel gesloten worden? Dan zijn er 2 mogelijkheden:
- Sluiting met een parapluutje
- Operatie
Sluiting met een parapluutje
Bij de meeste mensen kan het ASD worden gesloten met een zogenoemd parapluutje (device). Dit heet een percutane device-sluiting. Via een ader in de lies brengt de arts een slangetje naar het hart. Door dit slangetje wordt het parapluutje naar het gaatje gebracht en daar geopend. Zo wordt het ASD afgesloten. Na de ingreep kom je in het begin regelmatig op controle. Gaat alles goed, dan is meestal één controle per paar jaar voldoende.
Operatie
Soms is sluiten met een parapluutje niet mogelijk. Dan is een operatie nodig. Dit is een openhartoperatie. De borstkas wordt geopend om bij het hart te komen. Dat kan via het borstbeen of via een opening onder de oksel.
Tijdens de operatie neemt een hart-longmachine tijdelijk het werk van het hart en de longen over.
- Bij een klein gaatje worden de randen aan elkaar gehecht.
- Bij een groter gaatje wordt een lapje (patch) over het gat geplaatst. Dit lapje is van synthetisch materiaal of van een stukje van het hartzakje (pericard).
Na de operatie blijf je meestal een paar dagen in het ziekenhuis. Ook na een operatie kom je eerst vaker op controle. Later is meestal één controle per paar jaar genoeg.
Medicijnen
Voor of na de sluiting van een ASD kunnen medicijnen nodig zijn, zoals:
- Bloedverdunners om bloedstolsels te voorkomen
- Medicijnen tegen hartritmestoornissen
- Plaspillen bij hartfalen
Na het sluiten van een ASD
Na de sluiting kan de binnenkant van het hart tijdelijk gevoeliger zijn voor ontstekingen (endocarditis). In de eerste 6 maanden na de behandeling is soms antibiotica nodig vóór bepaalde medische ingrepen of behandelingen bij de tandarts. Overleg hierover altijd met je cardioloog.
Interessant voor jou
Stel je vraag aan onze voorlichters of ervaringsdeskundigen
- Chat via de chatknop onder in beeld (van 10.00 tot 13.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur)
- Bel met een voorlichter: 0900 3000 300 (9.00 tot 13.00 uur, € 0,05 per minuut)
We zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag, met uitzondering van feestdagen.
Deze pagina is inhoudelijk gecontroleerd door medische deskundigen.
Wij hebben de tekst over Atriumseptumdefect (ASD) onder andere geschreven met:
- 2020 ESC Guidelines for the management of Adult Congenital Heart Disease. European Heart Journal, 42(6), 563–645
- Bradley & Zaidi (2020). Atrial Septal Defect. Cardiology Clinics, 38(3), 317-324
- Brida et al. (2022). Atrial septal defect in adulthood: a new paradigm for congenital heart disease. Eur Heart J. 43(28), 2660-2671
- Boek Praktische echocardiografie. dr. J.P.M. Hamer, dr. P.G Pieper, dr. J.P. van Melle en dr. B.J. Bouma. Vierde, herziene druk, 2021.