Stel direct je vraag
Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Mijn Gids?

Je kunt alles in de Gids bewaren om later terug te lezen, of om te delen.

    Door op bewaar te klikken geef je toestemming voor het gebruik van jouw gegevens voor de Gids. Als je de website verlaat, worden de gegevens verwijderd.

    Meer over privacy en voorwaarden.

    Mijn Gids?

    Klik nu hier om deze pagina
    in je Gids te bewaren.

    Elektrofysiologisch onderzoek

    Elektrofysiologisch onderzoek (EFO) is een onderzoek om hartritmestoornissen op te sporen.

    Informatie over ritmestoornis

    Elektrofysiologisch onderzoek geeft nauwkeurige informatie over een ritmestoornis. Het laat zien wat voor soort ritmestoornis het is en waar de ritmestoornis ontstaat. Soms gebruikt de arts dit onderzoek als proefbehandeling om te testen of bepaalde medicijnen goed werken.

    Voorbereiding onderzoek

    Overleg met de cardioloog:

    • over medicijngebruik of overgevoeligheid voor medicijnen, jodium of pleisters
    • bij zwangerschap
    • als je extreem angstig bent voor het onderzoek

    De patiënt mag ten minste 4 uur voor aanvang van het onderzoek niets meer eten. Drinken mag soms wel.

    Verloop van het onderzoek

    Voor een elektrofysiologisch onderzoek is een ziekenhuisopname van 1 tot 2 dagen nodig. Voor dit onderzoek gebruikt de arts een elektrodekatheter. Deze wordt meestal ingebracht via de lies. De plek waar het bloedvat aangeprikt wordt, wordt plaatselijk verdoofd. De elektrodekatheter geleidt elektrische prikkels en wordt gebruikt om:

    • elektrische prikkels naar het hart te sturen
    • de elektrische activiteit van het hart te meten

    De arts schuift een aantal elektrodekatheters via een ader naar het hart. Als de elektrodekatheters op de juiste plek liggen, wekt de arts een ritmestoornis op via stroomstootjes of medicijnen. De patiënt voelt dan zelf ook dat het hart op hol slaat. De ritmestoornis wordt vastgelegd op een hartfilmpje (ECG). De cardioloog kan zo na afloop beoordelen wat voor soort ritmestoornis iemand heeft.

    Soms gaat de opgewekte ritmestoornis niet vanzelf over. De arts probeert deze dan te stoppen met elektrische prikkels via de katheter of met medicijnen (anti-aritmica). Als de stoornis blijft aanhouden, is soms een elektrische schok (cardioversie) nodig.

    Na het onderzoek

    Het onderzoek duurt meestal 1 tot 2 uur. Na het onderzoek drukt de arts het wondje in de lies stevig aan. Houd ten minste enkele uren en eventueel tot de volgende dag bedrust. Rijd niet zelf naar huis met de auto of fiets. Til een week lang geen zware dingen, zwem niet en fiets niet.

    Prof. dr. Isabelle van Gelder, cardioloog

    "Prachtig om te zien hoe onderzoek de zorg voor patiënten met boezemfibrilleren echt verbetert."

    Lees het verhaal

    Vervolgbehandeling

    Na het onderzoek bespreekt de cardioloog de uitslag met de patiënt en geeft aan of er een behandeling nodig is. Afhankelijk van de ritmestoornis zijn er een aantal mogelijkheden:

    Een ablatie volgt soms direct op het elektrofysiologische onderzoek, maar vindt ook als aparte behandeling plaats.

    Risico's elektrofysiologisch onderzoek

    De risico’s tijdens dit onderzoek zijn klein. De meest voorkomende complicatie is een bloeduitstorting op de prikplaats. Het onderzoek wordt niet uitgevoerd bij zwangere vrouwen. Bij het onderzoek gebruikt de arts röntgenstralen. Het is beter een ongeboren kind niet bloot te stellen aan röntgenstraling. Daarom is het belangrijk om een zwangerschap tijdig aan de cardioloog te melden. Het onderzoek wordt dan uitgesteld.

    Onderzoek naar hartritmestoornissen

    Hartritmestoornissen worden lang niet altijd op tijd herkend, en dat kan levensbedreigende gevolgen hebben. Met onderzoek willen we erfelijke afwijkingen eerder op het spoor komen. Ook willen we boezemfibrilleren, een veelvoorkomende ritmestoornis, eerder en beter behandelen. Onderzoek naar hartritmestoornissen krijgt daarom topprioriteit bij de Hartstichting. 

    Meer over het onderzoek

    Downloads

    Stel je vraag aan de Infolijn

    • Bel 0900 3000 300 (ma t/m vrij van 9.00 - 13.00 uur)
    • Chat met de Infolijn via het groene balkje (zijkant)