Stel direct je vraag
Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Ventrikelseptumdefect (VSD)

Een ventrikelseptumdefect (VSD) is een aangeboren hartafwijking. Bij deze aandoening is er een gaatje in het tussenschot van de hartkamers van het hart.

Wat is VSD?

Het hart bestaat uit 2 hartkamers en 2 boezems. De hartkamers (ventrikels) zijn van elkaar gescheiden via een tussenschot (septum). Bij een VSD sluit het tussenschot tussen de hartkamers niet helemaal goed. Er zit een gaatje in.

Oorzaken VSD

Een VSD ontstaat voor de geboorte. De oorzaak is meestal onbekend. Soms speelt erfelijkheid een rol of zijn er nog andere aangeboren (hart)afwijkingen. Door het gaatje stroomt bloed van de linker- naar de rechterhartkamer. Dit komt doordat de bloeddruk in de linkerhartkamer hoger is dan rechts. In de rechterhartkamer mengt het zuurstofarme bloed met het zuurstofrijke bloed. Het hart pompt het mengsel naar de longen. Via de longen stroomt het terug naar de linkerboezem en vervolgens weer naar de linkerhartkamer.

Vanwege het VSD maakt dus een deel van het bloed opnieuw een rondje door het hart en de longen. Deze extra stroom bloed door het hart belast het hart en de longen. Het hart moet sneller en krachtiger pompen dan normaal. Het VSD kan leiden tot een hoge bloeddruk in de longslagader en hartfalen. Als het VSD vlakbij een hartklep zit, dan kan de klep daardoor gaan lekken.

Arianne en René

“Tijdens de 20-wekenecho bleek dat Zinzy een hartafwijking had.”

Lees ons verhaal

Wat merk je van een VSD?

Bij een klein VSD merkt een kind niets. Meestal groeit het in het 1e of 2e levensjaar dicht. Hoe groter de opening in het tussenschot, hoe eerder de symptomen optreden. Soms zijn de symptomen al merkbaar als baby.

Een klein VSD veroorzaakt in het algemeen geen symptomen en kan vanzelf sluiten. Maar een klein VSD dichtbij de aortaklep wordt in het algemeen wel behandeld, om lekkage van de aortaklep te voorkomen.

Bij een groter VSD kan het kind:

  • sneller en zwaarder ademhalen
  • moeite met de voeding hebben (kind is moe/buiten adem voordat de fles leeg is)
  • in de groei achterblijven
  • vaker luchtweginfecties oplopen

Diagnose

Een kind met een VSD hoeft geen klachten te hebben. Daardoor wordt een VSD soms pas op latere leeftijd ontdekt. Meestal ontdekt de arts een VSD doordat hij een hartruis hoort via de stethoscoop. Het geruis ontstaat doordat bloed van de ene naar de andere hartkamer stroomt.

Op een echo kan de arts zien of er een gaatje in het tussenschot van de hartkamers zit en waar dit zich bevindt. Ook controleert de arts de grootte van de hartkamers en boezems en kijkt hij of er klepafwijkingen zijn.

Behandeling

De behandeling van een VSD is afhankelijk van de grootte en de plek van het gaatje:

  • ongeveer de helft van de gaatjes sluit spontaan, meestal op kinderleeftijd
  • bij een middelgroot VSD wacht de cardioloog af of het gaatje dichtgroeit
  • een groot VSD sluit de arts vrij snel, liefst tussen de 3 en 6 maanden. Een kind is dan groot genoeg om de operatie goed te doorstaan

Hartfalen kan behandeld worden met medicijnen en/of een (tijdelijk) bandje om de longslagader. Na verloop van tijd volgt de definitieve ingreep: het plaatsen van een parapluutje of een operatie om het gat te dichten.

Parapluutje

Soms kan de arts het gaatje dichtmaken met een soort parapluutje. Dit gebeurt via een hartkatheterisatie. De arts schuift dan een dun slangetje (katheter) vanuit een slagader in de lies naar het hart. Via dit slangetje plaatst hij het parapluutje in het gaatje. Als het parapluutje op de juiste plek is, wordt het geopend en de opening wordt afgesloten.

Operatie

Het sluiten van het VSD gebeurt meestal via een openhartoperatie. De borstkas wordt geopend om bij het hart te komen. Tijdens de operatie neemt een hartlongmachine de functies van het hart en de longen tijdelijk over. De hartchirurg sluit het gat in het tussenschot met hechtingen. Op een iets groter gat hecht hij een soort lapje (patch). Dit is een synthetische patch of een patch afkomstig van een stukje hartvlies (pericard).

TikkieRing

Tikkies zijn stoere bedels voor kinderen met een hartafwijking. Bij ieder onderzoek en elke behandeling krijgt je kind een passende Tikkie voor aan de TikkieRing.



> Meer over de TikkieRing

Na de behandeling

Kinderen herstellen over het algemeen snel na de ingreep. De cardioloog controleert of de littekens goed genezen en het gaatje goed gesloten is. In de eerste 6 maanden is er een verhoogde kans op bloedpropjes. Daarom moet het kind na de ingreep ongeveer een half jaar een lage dosis aspirine slikken.

Vaak gaan ze binnen een paar weken weer naar school. Ze mogen weer alles doen wat hun leeftijdgenootjes ook doen. De kinderen blijven wel onder controle van de arts. Op latere leeftijd is er een risico op hartritmestoornissen.

Leven met VSD

Na sluiting van het gat hebben kinderen met een VSD een normale levensverwachting. Zij mogen alles doen wat hun leeftijdsgenootjes ook doen. Volwassenen met een gesloten VSD hebben meestal geen nieuwe operaties of andere ingrepen nodig.

Risico op endocarditis

Kinderen die behandeld zijn voor een VSD zijn gevoeliger voor ontstekingen aan de binnenkant van het hart (endocarditis). In de eerste 6 maanden na de behandeling is antibiotica nodig voorafgaand aan sommige ingrepen aan het gebit of het tandvlees. Overleg dit met de cardioloog.

> Meer over endocarditis

Vragen over je hart?

Chat of bel met een voorlichter van de Infolijn

Contact Infolijn

Onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen

Veel kinderen met een hartafwijking worden succesvol geopereerd. Hoe verminder je de kans dat ze later opnieuw hartproblemen krijgen?

> Meer over dit onderzoek

Meer lezen

Lopend onderzoek aangeboren hartafwijkingen

Lopend onderzoek aangeboren hartafwijkingen

Aangeboren hartafwijkingen

Aangeboren hartafwijkingen

Problemen na aangeboren hartafwijking beter voorspellen

Problemen na aangeboren hartafwijking beter voorspellen