Hartfalen

Bij hartfalen is de pompfunctie van het hart verminderd. Het hart pompt niet genoeg bloed rond en er ontstaan klachten zoals vermoeidheid of vocht vasthouden.

In Nederland zijn ruim 140.000 patiënten met hartfalen. Naar schatting neemt dit aantal verder toe tot 195.000 in 2025.

Ontstaan hartfalen

Bij hartfalen is de pompfunctie van het hart verminderd. In het begin merk je hier niets van. Het hart compenseert dit zelf door harder te werken of extra spieren aan te maken. Op een gegeven moment werkt dit niet meer en ontstaan er klachten.

Systolisch en diastolisch hartfalen

Er zijn 2 vormen van hartfalen: systolisch en diastolisch hartfalen. Systolisch hartfalen komt het meeste voor. Diastolisch hartfalen komt vaker bij vrouwen voor.

Systolisch hartfalen

Systole is de fase van de hartslag waarin het hart zich samentrekt. Bij systolisch hartfalen trekt de hartspier niet krachtig genoeg samen. Het hart pompt per hartslag veel minder bloed rond dan normaal.

Diastolisch hartfalen

De diastole is de fase waarin het hart zich ontspant en het bloed vanuit de aders de kamers instroomt. Bij diastolisch hartfalen knijpt het hart nog wel goed samen, maar kan niet meer goed ontspannen. De hartspier is te stijf,en kan zich niet goed vullen met bloed. Hierdoor heeft de kamer minder bloed om rond te pompen.

Deze vorm van hartfalen komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en patiënten zijn meestal ouder.

Oorzaken hartfalen

Er zijn verschillende oorzaken voor hartfalen, zoals langdurige hoge bloeddruk of een hartinfarct. Ook een hartritmestoornis zoals boezemfibrilleren kan ertoe bijdragen dat iemand hartfalen krijgt.

Hartinfarct

Bij een hartinfarct sterft een deel van de hartspier af, en hier vormt zich een litteken. Dit stukje hartspier trekt na het infarct niet meer hetzelfde samen als de rest van de hartspier. Hierdoor kan op den duur de pompfunctie van het hart verminderen en hartfalen ontstaan. Of dit gebeurt is afhankelijk van de ernst en de plek van het infarct.

Na een hartinfarct kan het litteken uitrekken, waardoor er een soort uitstulping ontstaat. Dit wordt aneurysma cordis genoemd. Soms rekt de hele wand van de hartkamer(s) uit, dit heet dilateren. In beide gevallen is dit ongunstig voor de pompfunctie van het hart.

Hoge bloeddruk

Hartfalen kan het gevolg zijn van een langdurig hoge bloeddruk. Als het hart voortdurend tegen een hoge druk in moet pompen, zal het hart eerst meer spieren aanmaken om dit voor elkaar te krijgen. Op den duur wordt de verdikte hartspier stijver en minder soepel en neemt de pompkracht af.

Hartklepaandoening

Als de hartkleppen niet goed sluiten of vernauwd zijn, moet het hart harder werken. Dit is op den duur ongunstig voor de pompfunctie en zo kan er door een hartklepaandoening hartfalen ontstaan.

Na behandeling van de de hartklepaandoening kan de pompfunctie zich weer grotendeels herstellen.

Ritmestoornissen

Bij ritmestoornissen klopt het hart te snel, te langzaam of onregelmatig. Dit vraagt meer inspanning van het hart. Bij langdurige ritmestoornissen, zoals boezemfibrilleren, kan dit leiden tot hartfalen.

Hartspierziekten

Cardiomyopathie is een hartspierziekte waarbij de hartspier verdikt of verwijd is . De cellen hebben een abnormale bouw of zijn vervangen door vet- of bindweefsel. De pompkracht van het hart neemt hierdoor langzaam af.

Virus

Myocarditis is een acute ontsteking van de hartspier, meestal veroorzaakt door een virus. Als deze aandoening de hartspier ernstig heeft beschadigd, kan er hartfalen ontstaan. Dit overkwam ook Wouter Duinisveld. Lees zijn verhaal

Aangeboren hartafwijking

Kinderen die geopereerd zijn aan een aangeboren hartafwijking, krijgen later vaak last van hartritmestoornissen of hartfalen. 

Hartfalen komt bij hen vaak doordat de rechterhartkamer minder goed werkt. Deze vorm van hartfalen is minder goed te behandelen. De huidige medicijnen werken vooral bij hartfalen waarbij de linkerhartkamer niet goed functioneert.

Klachten bij hartfalen

Als het hart het bloed niet goed kan rondpompen, ondervindt het hele lichaam problemen. De organen krijgen minder zuurstof en voedingsstoffen, en dit geeft klachten.

De meest voorkomende klachten bij hartfalen zijn:

  • vermoeidheid
  • kortademigheid (vooral bij inspanning)
  • opgezette benen en enkels (het lichaam houdt vocht vast)
  • onrustig slapen en ’s nachts vaak plassen

Andere klachten zijn:

  • hartritmestoornissen
  • opgeblazen gevoel, minder eetlust en een moeilijke stoelgang
  • koude handen en voeten
  • prikkelhoest (vooral bij plat liggen)
  • vergeetachtigheid en gebrek aan concentratie

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Raadpleeg bij dit soort klachten altijd de huisarts.

 

Acute klachten

Meestal is hartfalen chronisch, maar het kan ook acuut optreden (astma cardiale). Er hoopt zich in korte tijd vocht op in de longen en de patiënt heeft het benauwd en krijgt last van een piepende ademhaling.  De klachten verergeren in een liggende houding.

Bel direct de huisarts of 112 bij deze klachten!

Verschil klachten rechtszijdig en linkszijdig hartfalen

Rechtszijdig en linkszijdig hartfalen veroorzaken verschillende symptomen. Bij beide vormen zijn vermoeidheid en kortademigheid de meest voorkomende klachten.

Bij linkszijdig hartfalen hoopt zich vocht op in de longen. De patiënt is eerst alleen bij inspanning kortademig, maar later heeft hij ook bij platliggen last van kortademigheid en prikkelhoest.

Bij rechtszijdig hartfalen hoopt zich vooral vocht op in de voeten, enkels, benen, lever en buik. Vocht in de lever of maag geeft klachten zoals misselijkheid en gebrek aan eetlust. Op den duur neemt het lichaam het voedsel niet meer goed op en verlies je gewicht en spiermassa.

Combinatie met andere aandoeningen

Patiënten met hartfalen hebben vaak ook nog andere aandoeningen (comorbiditeit). Veel voorkomend zijn hoge bloeddruk, diabetes, nierproblemen, COPD, depressie, bloedarmoede en slaapstoornissen.

Soms is hartfalen tijdelijk, bijvoorbeeld als hartfalen ontstaat als gevolg van een hartklepaandoening of een ritmestoornis. Dan kan hartfalen weer verdwijnen of verminderen bij het succesvol behandelen van deze aandoeningen.

Onderzoek en diagnose

Op basis van de klachten, lichamelijk onderzoek en eventuele voorgeschiedenis zal de arts vermoeden dat het om hartfalen gaat. Nader onderzoek is nodig om de diagnose te bevestigen. Onderzoeken waarmee de patiënt te maken kan krijgen, zijn:

BNP-gehalte

Ook kan het BNP-gehalte in het bloed aanvullende informatie geven. BNP (Brain Natriuretic Peptide) is een eiwit dat vrijkomt als hartspiercellen lange tijd onder hoge druk staan. Bij een hoog BNP-gehalte doet de cardioloog nader onderzoek om te bepalen of dit hoge gehalte door hartfalen komt. Bij een laag BNP-gehalte is hartfalen vrijwel uitgesloten.

Ejectiefractie

De ejectiefractie geeft aan hoeveel procent van het bloed wordt weggepompt per hartslag. De ejectiefractie is nooit 100%. Tijdens een hartslag blijft er altijd een deel van het bloed achter in de hartkamer. Gezonde mensen hebben een ejectiefractie van 60 tot 70%.

Bij hartfalen is de ejectiefractie vaak sterk afgenomen. Bij een ejectiefractie van 40% of minder is er mogelijk sprake van hartfalen. Aanvullend onderzoek toont aan of dit werkelijk zo is.

Indeling in klassen

De cardioloog benoemt soms een klasse van hartfalen, om de ernst van hartfalen aan te geven. In totaal zijn er 4 klassen volgens de indeling van de New York Heart Association (NYHA).

Tabel hartfalen

Klasse Hartfalen
Klasse 1 Geen klachten van hartfalen
Klasse 2 Alleen klachten bij forse inspanning
Klasse 3 Klachten ontstaan ook al bij matige inspanning
Klasse 4 Ook klachten in rust of bij lichte inspanning

Bij hartfalen klasse 1 of 2 heeft de patiënt niet altijd door dat er sprake is van hartfalen. Bij hartfalen klasse 3 of 4 merkt de patiënt al klachten bij dagelijkse inspanningen als stofzuigen en traplopen.

Behandeling

Meestal nemen de klachten bij hartfalen in de loop van de tijd toe en is behandeling nodig. Mogelijke behandelingen zijn medicijnen, cardiale resynchronisatietherapie (CRT) of uiteindelijk een harttransplantatie.

Medicijnen

Bij hartfalen worden vaak meerdere soorten medicijnen voorgeschreven. Deze zijn voornamelijk bedoeld om het hart te ontlasten en vocht af te voeren.

De behandeling bij chronisch hartfalen kan bestaan uit:

  • vaatverwijders (RAS-remmers en nitraten) om de vaten te verwijden en daardoor het hart te ontlasten
  • bètablokkers om de bloeddruk en hartslag te verlagen en het hart te ontlasten
  • plastabletten om overtollig vocht af te voeren

Als er klachten blijven bestaan, wordt de behandeling soms aangevuld met andere medicijnen, zoals:

  • kaliumsparende plastabletten (MRA): afvoer van overtollig vocht zonder dat er een kaliumtekort ontstaat.
  • ivabradine: verlaagt de hartslag en verbetert de pompkracht van het hart.
  • digoxine: verbeteren van de pompkracht van het hart en verlagen van de hartslag
  • nitroglycerine: verwijden van bloedvaten, onder andere bij acuut hartfalen. Ook verlaagt het medicijn de bloeddruk. Hierdoor vermindert het vocht in de longen en voelt de patiënt zich minder benauwd.

Cardiale resynchronisatietherapie (CRT)

Bij sommige hartfalenpatiënten trekken de hartkamers niet meer tegelijk samen. Dan pompt het hart het bloed minder efficiënt door het lichaam. In dat geval kan een pacemaker of ICD met een CRT-functie krijgen. Cardiale resynchronisatietherapie (CRT) zorgt ervoor dat de beide hartkamers weer tegelijk samentrekken.

Operatie

Soms is een operatie mogelijk bij hartfalen. Vaak worden dan diverse ingrepen gecombineerd in een operatie.

Mogelijkheden zijn:

  • Reparatie of operatie van de hartklep
  • Bypassoperatie of dotter- en stentbehandeling bij ernstige vernauwingen van de kransslagaders.
  • Behandelen van een aneurysma van de linkerhartkamer (Dor-operatie). De chirurg haalt daarbij een stuk littekenweefsel weg en hecht de goed werkende hartspiergedeeltes aan elkaar. Als het nodig is, gebruikt hij een lapje om ervoor te zorgen dat de linkerkamer de goede vorm krijgt en niet te klein wordt. Deze ingreep wordt vrijwel alleen uitgevoerd als er ook een bypassoperatie of een klepreparatie nodig is.

Steunhart en harttransplantatie

Als de pompfunctie erg verslechterd is, kan een harttransplantatie de enige uitkomst zijn. Dit is slechts voor weinig patiënten mogelijk. De criteria om hiervoor in aanmerking te komen zijn streng en het aantal donorharten is beperkt. Om de wachttijd tot aan de transplantatie te overbruggen, wordt soms een steunhart geplaatst. Lees meer over harttransplantatie

Begeleiding bij hartfalen

Hartfalen is niet te genezen, maar de patiënt kan er wel mee leren leven. Een patiënt krijgt altijd het advies om gezond te leven, soms is een apart dieet nodig met minder vocht en minder zout.

Veel ziekenhuizen hebben een hartfalenpoli, waar gespecialiseerde hartfalenverpleegkundigen werken die patiënten begeleiden en het gewicht en de bloeddruk controleren. Ook signaleren ze als klachten verergeren en sturen ze de behandeling tijdig bij.

Telemonitoring: begeleiding op afstand

Telemonitoring betekent dat patiënten samen met hun arts vanuit huis de gezondheid in de gaten kunnen houden met een meetapparaat. Patiënten hoeven zo minder vaak naar het ziekenhuis. Telemonitoring is geschikt voor mensen met hartfalen, of met een pacemaker of ICD.

Er zijn verschillende merken en systemen voor telemonitoring bij hartfalen in gebruik. De functionaliteiten zijn per systeem verschillend. De cardioloog beoordeelt welke functies zinvol voor een patiënt kunnen zijn.

Adviezen voor drinken

Een patiënt met hartfalen loopt het risico vocht vast te houden.

Hij krijgt als advies:

  • Controleer het gewicht, bij voorkeur op steeds hetzelfde tijdstip
  • Waarschuw de arts bij een als je meer dan 2 kilo binnen een paar dagen aankomt. Dan kan tijdig ingegrepen worden.

Bij ernstige vormen van hartfalen krijgt de patiënten het advies de hoeveelheid vocht te beperken. Vaak is dit maximaal 1,5 of 2 liter vocht per dag. Hiermee ontlast je het hart.

Mensen met hartfalen moeten voorzichtig omgaan met alcohol. Als alcohol de oorzaak is van hartfalen, mag iemand geen alcohol meer gebruiken.

Niet roken

Hartfalenpatiënten krijgen dringend het advies niet te roken. Bij hen heeft het hart al moeite om voldoende zuurstofrijk bloed rond te pompen. Door te roken wordt de belasting voor het hart nog groter. Roken is daarnaast een belangrijke risicofactor voor het krijgen van een (volgend) hartinfarct. 

Minder zout

Zout houdt vocht vast in uw lichaam. Het hart en de nieren moeten dan meer vocht verwerken. Bij hartfalen is de pompkracht verminderd en moet het hart niet nog meer belast worden. De adviezen voor zoutbeperkingen verschillen per patiënte. De cardioloog, diëtist of hartfalenverpleegkundige adviseert hierover.

Afvallen bij ernstig overgewicht

Ernstig overgewicht is een extra belasting voor het hart. Zeker voor mensen met hartfalen. Daarom krijgen deze personen het advies om hulp te zoeken bij het afvallen.

Veelgestelde vragen

Mag ik auto rijden met hartfalen?

Of u mag autorijden met hartfalen is afhankelijk van de ernst van hartfalen.

Mensen met ernstig hartfalen zijn ongeschikt voor elk rijbewijs.

Voor mensen met licht hartfalen (klasse 1 en 2) geldt:

Rijbewijs voor privévervoer (groep 1):

  • autorijden is meestal toegestaan
  • u heeft een eigen verklaring nodig: aantekening van de keuringsarts op geneeskundige verklaring is meestal voldoende
  • het rijbewijs is geldig voor maximaal 5 jaar, daarna is opnieuw beoordeling nodig

Rijbewijs voor beroepsvervoer (groep 2):

  • van beroepschauffeurs wordt het rijbewijs meestal afgewezen
  • een specialistisch rapport is vereist

Waar moet ik rekening mee houden op vakantie?

Bij het plannen van een vakantie is het vooral belangrijk om uw reisplannen af te stemmen op uw mogelijkheden. Bij licht hartfalen zijn er nauwelijks beperkingen, maar bij ernstig hartfalen zijn de mogelijkheden beperkt. Bespreek bij twijfel de vakantieplannen met uw huisarts of cardioloog. 

Vliegen is meestal geen probleem. Verblijf op grote hoogte (boven 1500 meter) of in heel warme en vochtige gebieden wordt afgeraden. Zeker als u ondanks de medicijnen lichte klachten houdt.

Heb ik een griepprik nodig?

Ja. Hartfalenpatiënten wordt geadviseerd zich elk jaar te laten vaccineren tegen griep.

Mag ik me inspannen of moet ik rust nemen?

Het is belangrijk een goede balans te vinden tussen rust en activiteit. Bij ernstig hartfalen is het soms nodig om tijdelijk (bed)rust te houden. Als het weer beter gaat, dan is het vaak goed als u in beweging blijft om uw conditie op peil te houden.

Probeer zelf uit wat het beste werkt. Spreid bijvoorbeeld de activiteiten over de dag en neem tussendoor voldoende rust. 

Verschillen hartinfarct, hartstilstand en hartfalen

De termen hartinfarct, hartstilstand en hartfalen worden vaak door elkaar gehaald.

  • Bij hartfalen is de pompkracht van het hart verminderd.
  • Bij een hartinfarct (hartaanval) raakt een kransslagader van het hart verstopt..
  • Bij een hartstilstand stopt het hart met kloppen en pompt het geen bloed meer rond door ernstige ritmestoornissen.

Download de factsheet met een helder overzicht van de verschillen.

Wetenschappelijk onderzoek hartfalen

De Hartstichting steekt veel geld in onderzoek naar hartfalen. Wetenschappers zoeken naar oorzaken van hartfalen en werken aan nieuwe behandelingen. Veelbelovend is stamcelonderzoek om de beschadigde hartspier te herstellen met stamcellen.

Lees meer over onderzoek naar hartfalen

Wendy

Na de bevalling van een tweeling werd ik na 5 dagen wakker als hartpatiënt.

Deel via:
Vragen