Hartfalen is een ernstige aandoening, waarbij de pompfunctie langzaam afneemt. In het begin merk je er weinig van dat het hart iets minder goed werkt, maar op een gegeven moment ontstaan er klachten.

Bij hartfalen onderzoekt de cardioloog wanneer er klachten optreden bij inspanning. Hij gebruikt een indeling in vier klassen om de ernst van hartfalen te bepalen. 

Tabel - Indeling in vier klassen

Hartfalen is in te delen in vier klassen. De cardioloog beoordeelt hiervoor of en wanneer u klachten krijgt. Het gaat hierbij om klachten zoals hartkloppingen, benauwdheid en erge vermoeidheid.

Indeling in klassen bij hartfalen
1 Geen klachten bij normale inspanning.
2 In rust geen klachten. Wel klachten bij normale inspanning.
3 In rust weinig of geen klachten. Al klachten bij lichte inspanning.
4 Klachten bij elke inspanning, ook klachten in rust.

Indeling New York Heart Association - NYHA

Waar gaat het mis?

Bij elke hartslag zijn er twee fases:

  • de hartspier trekt krachtig samen en pompt het bloed uit de kamers van het hart (systole)
  • de hartspier ontspant zich en de hartkamers vullen zich weer met bloed (diastole)

In elke fase kan er iets mis gaan met het hart: het hart kan niet goed samentrekken of niet goed ontspannen. In beide gevallen pompt het hart minder bloed rond.

Soorten hartfalen

Er zijn twee soorten hartfalen:

  • hartfalen met verminderde knijpkracht
  • hartfalen met verminderde vulling

Meer over soorten hartfalen

Wat is het verschil tussen een hartinfarct, hartstilstand en hartfalen?

De termen hartinfarct, hartstilstand en hartfalen worden vaak door elkaar gehaald.

  • Bij hartfalen is de pompkracht van het hart verminderd.
  • Bij een hartinfarct (hartaanval) raakt een kransslagader van het hart verstopt..
  • Bij een hartstilstand stopt het hart met kloppen en pompt het geen bloed meer rond door ernstige ritmestoornissen.

Bekijk de verschillen

Oorzaken hartfalen

Er zijn verschillende oorzaken voor hartfalen. Veel voorkomende oorzaken zijn een hartinfarct of langdurige hoge bloeddruk. Ook andere hartaandoeningen kunnen het hart belasten en tot hartfalen leiden. 

Hartfalen door hartinfarct

Bij een hartinfarct sterft een deel van de hartspier af, en hier vormt zich een litteken. Dit stukje hartspier trekt na het infarct niet meer hetzelfde samen als de rest van de hartspier. Hierdoor kan op den duur de pompfunctie van het hart verminderen en hartfalen ontstaan. Of dit gebeurt is afhankelijk van de ernst en de plek van het infarct.

Na een hartinfarct kan het litteken uitrekken, waardoor er een soort uitstulping ontstaat. Dit wordt aneurysma cordis genoemd. Soms rekt de hele wand van de hartkamer(s) uit, dit heet dilateren. In beide gevallen is dit ongunstig voor de pompfunctie van het hart en kan er hartfalen ontstaan.

Hartfalen door hoge bloeddruk

Hartfalen kan het gevolg zijn van een langdurig hoge bloeddruk. Het hart moet harder werken en voortdurend tegen een hoge druk in pompen. Eerst lost het hart dit zelf op en maakt meer spierweefsel aan. Op den duur helpt dit niet meer en wordt de verdikte hartspier stijver en minder soepel. De pompkracht neem af en er ontstaat hartfalen.

Hartfalen door ritmestoornissen

Bij ritmestoornissen klopt het hart te snel, te langzaam of onregelmatig. Dit vraagt meer inspanning van het hart. Bij langdurige ritmestoornissen, zoals boezemfibrilleren, kan dit leiden tot hartfalen.

Hartfalen door hartspieraandoening

Cardiomyopathie is een hartspierziekte waarbij de hartspier verdikt of verwijd is . De cellen hebben een abnormale bouw of zijn vervangen door vet- of bindweefsel. De pompkracht van het hart neemt hierdoor langzaam af.

Hartfalen door hartklepaandoening

Bij een hartklepaandoening sluiten de hartkleppen niet goed of zijn vernauwd. Hierdoor moet het hart harder werken en dit kan op den duur hartfalen veroorzaken. Als de kapotte hartklep gerepareerd of vervangen is, kan de pompfunctie zich weer grotendeels herstellen.

Hartfalen na ontsteking van de hartspier

Myocarditis is een acute ontsteking van de hartspier, meestal veroorzaakt door een virus. Als deze aandoening de hartspier ernstig heeft beschadigd, kan er hartfalen ontstaan.

Hartfalen bij aangeboren hartafwijking

Kinderen die op jonge leeftijd geopereerd zijn aan een aangeboren hartafwijking, hebben later een hoger risico op hartfalen. Hoe groot die kans is, heeft te maken met de soort en de ernst van de hartaandoening.

Klachten bij hartfalen

Als het hart minder bloed rondpompt, krijgen de organen minder zuurstof en voedingsstoffen. Dit kan leiden tot klachten zoals:

  • vermoeidheid
  • kortademigheid
  • vocht vasthouden: opgezette benen en enkels
  • onrustig slapen en ’s nachts vaak plassen

Heeft u last van deze klachten? Bespreek ze dan met uw huisarts of uw specialist.

112 bellen bij ernstige klachten

Meestal ontstaat hartfalen geleidelijk, maar het kan ook ineens ontstaan of plotseling verergeren. Er hoopt zich dan in korte tijd vocht op in de longen. De patiënt heeft last van erge benauwdheid en een piepende ademhaling.  De klachten worden erger bij liggen.

Bel direct 112 bij deze klachten: er is dringend behandeling nodig in het ziekenhuis.

 

Onderzoek en diagnose

De arts kan op basis van uw lichamelijke klachten al vermoeden dat het om hartfalen gaat.

Onderzoek om de diagnose te bevestigen is:

De cardioloog bepaalt welk onderzoek nodig is.

Wat is het BNP-gehalte?

BNP (Brain Natriuretic Peptide) is een eiwit dat vrijkomt als hartspiercellen lange tijd onder hoge druk staan. Bij een hoog BNP-gehalte doet de cardioloog nader onderzoek om te bepalen of dit hoge gehalte door hartfalen komt. Bij een laag BNP-gehalte is hartfalen vrijwel uitgesloten.

Bepalen knijpkracht van het hart

De cardioloog wil weten of de knijpkracht van het hart nog goed is. Hij bepaalt hiervoor de zogenaamde ejectiefractie van de linkerkamer. De ejectiefractie geeft aan hoeveel bloed de kamer per hartslag wegpompt.

Een normaal werkend hart pompt ongeveer twee derde van de inhoud van de linkerhartkamer weg. De ejectiefractie is dan rond de 60%.  Bij hartfalen zijn drie categorieën van knijpkracht: normaal, licht verminderd en verminderd.

 Ejectiefractie  Knijpkracht
 50% of hoger  Normaal
 40 - 49%  Licht verminderd
 Minder dan 40%  Verminderd

Behandeling hartfalen

Meestal nemen de klachten bij hartfalen in de loop van de tijd toe en is behandeling nodig. Mogelijke behandelingen zijn medicijnen, een speciale ICD of een steunhart of harttransplantatie.

Als u een andere hartziekte heeft, of bijvoorbeeld diabetes, nierproblemen of COPD, kan een behandeling van deze aandoeningen hartfalen verminderen.

Medicijnen bij hartfalen

Bij hartfalen worden vaak meerdere soorten medicijnen voorgeschreven. Deze zijn voornamelijk bedoeld om het hart te ontlasten en vocht af te voeren.

De behandeling bij chronisch hartfalen kan bestaan uit:

  • vaatverwijders (RAS-remmers en nitraten) om de vaten te verwijden en daardoor het hart te ontlasten
  • bètablokkers om de bloeddruk en hartslag te verlagen en het hart te ontlasten
  • plastabletten om overtollig vocht af te voeren

Als er klachten blijven bestaan, wordt de behandeling soms aangevuld met andere medicijnen, zoals:

  • kaliumsparende plastabletten (MRA): afvoer van overtollig vocht zonder dat er een kaliumtekort ontstaat.
  • ivabradine: verlaagt de hartslag en verbetert de pompkracht van het hart.
  • digoxine: verbeteren van de pompkracht van het hart en verlagen van de hartslag
  • nitroglycerine: verwijden van bloedvaten, onder andere bij acuut hartfalen. Ook verlaagt het medicijn de bloeddruk. Hierdoor vermindert het vocht in de longen en voelt de patiënt zich minder benauwd.

Speciale ICD of pacemaker 

Bij sommige hartfalenpatiënten trekken de hartkamers niet meer tegelijk samen. Dan pompt het hart het bloed minder efficiënt door het lichaam. In dat geval kan een speciale pacemaker of ICD uitkomst bieden. Hierdoor kunnen beide hartkamers weer tegelijk samentrekken. Deze behandeling heet ook wel cardiale resynchronisatietherapie (CRT)

Operatie bij hartfalen

Soms is een operatie mogelijk bij hartfalen. Vaak worden dan diverse ingrepen gecombineerd in een operatie.

Mogelijkheden zijn:

  • Reparatie of operatie van de hartklep
  • Bypassoperatie of dotter- en stentbehandeling bij ernstige vernauwingen van de kransslagaders.
  • Behandelen van een aneurysma van de linkerhartkamer. De chirurg haalt daarbij een stuk littekenweefsel weg en hecht de goed werkende hartspiergedeeltes aan elkaar. Als het nodig is, gebruikt hij een lapje om ervoor te zorgen dat de linkerkamer de goede vorm krijgt en niet te klein wordt. Deze ingreep wordt vrijwel alleen uitgevoerd als er ook een bypassoperatie of een klepreparatie nodig is.

Steunhart en donorhart

Als de pompfunctie erg verslechterd is, kan een harttransplantatie de enige uitkomst zijn. Dit is slechts voor weinig patiënten mogelijk. De eisen zijn streng en het aantal donorharten is beperkt. Soms wordt een steunhart geplaatst, totdat er een donorhart beschikbaar is.

Een steunhart kan tegenwoordig ook een blijvende oplossing zijn. De techniek van het steunhart is de afgelopen jaren sterk verbeterd, waardoor steeds meer patiënten hier langdurig mee leven en zelfs niet meer op de wachtlijst voor een donorhart komen.

Meer over het steunhart en donorhart

Begeleiding bij hartfalen

Veel ziekenhuizen hebben een hartfalenpoli, waar verpleegkundigen werken die patiënten met hartfalen begeleiden. Ze controleren bijvoorbeeld het gewicht en de bloeddruk of kijken of er een aanpassing nodig is in de medicijnen.

Ziekenhuizen werken tegenwoordig vaak via telemonitoring, dit betekent begeleiding op afstand. Patiënten krijgen meetapparatuur en sturen vanaf huis de waarden van bijvoorbeeld hun bloeddruk en gewicht door naar de arts. Indien nodig neemt de arts contact op met de patiënt.

Meer over telemonitoring

Aanpassen leefstijl

Een patiënt met hartfalen krijgt altijd het advies om gezond te leven. Vooral ernstig overgewicht is een extra belasting voor het hart. Soms is daarom professionele hulp nodig bij het afvallen.

Verder kan bij hartfalen een apart dieet nodig zijn, met minder vocht en minder zout.

Adviezen voor drinken

Bij extra vocht in het lichaam moet het hart extra hard werken. Bij hartfalen moet je dit voorkomen, zeker bij ernstig hartfalen. De cardioloog of verpleegkundige geeft daarom een persoonlijk advies, vaak is dit maximaal 1,5 tot 2 liter vocht per dag.

Wees verder voorzichtig met alcohol. Als alcohol de oorzaak is van hartfalen, mag je helemaal geen alcohol drinken.

Gewicht controleren

Een patiënt met hartfalen loopt het risico vocht vast te houden. Hij kan dit zelf in de gaten houden door zich regelmatig te wegen, bij voorkeur op hetzelfde tijdstip. Als hij meer dan 2 kilo binnen een paar dagen aankomt, kan dit wijzen op vochtophoping en moet hij de arts waarschuwen.

Minder zout

Zout zorgt ervoor dat je vocht vasthoudt. Het hart en de nieren moeten dan meer vocht verwerken. Bij hartfalen is de pompkracht al verminderd en moet het hart niet nog meer belast worden. De cardioloog, diëtist of verpleegkundige geeft advies over het minderen van zout.

Niet roken

Hartfalenpatiënten krijgen dringend het advies niet te roken. Bij hen heeft het hart al moeite om voldoende zuurstofrijk bloed rond te pompen. Door te roken wordt de belasting voor het hart nog groter. Roken is daarnaast een belangrijke risicofactor voor het krijgen van een (volgend) hartinfarct. 

Veelgestelde vragen

Hartfalen niet te genezen, maar je kunt wel mee leren leven. Bekijk de veelgestelde vragen over het leven met hartfalen.

Mag ik auto rijden met hartfalen?

Of u mag autorijden met hartfalen is afhankelijk van de ernst van hartfalen. Mensen met ernstig hartfalen zijn ongeschikt voor elk rijbewijs.

Voor mensen met licht hartfalen (klasse 1 en 2) geldt:

Rijbewijs voor privévervoer (groep 1):

  • autorijden is meestal toegestaan
  • u heeft een eigen verklaring nodig: aantekening van de keuringsarts op geneeskundige verklaring is meestal voldoende
  • het rijbewijs is geldig voor maximaal 5 jaar, daarna is opnieuw beoordeling nodig

Rijbewijs voor beroepsvervoer (groep 2):

  • van beroepschauffeurs wordt het rijbewijs meestal afgewezen
  • een specialistisch rapport is vereist

Waar moet ik rekening mee houden op vakantie?

Bij het plannen van een vakantie is het vooral belangrijk om uw reisplannen af te stemmen op uw mogelijkheden. Bij licht hartfalen zijn er nauwelijks beperkingen, maar bij ernstig hartfalen zijn de mogelijkheden beperkt. Bespreek bij twijfel de vakantieplannen met uw huisarts of cardioloog. 

Vliegen is meestal geen probleem. Verblijf op grote hoogte (boven 1500 meter) of in heel warme en vochtige gebieden wordt afgeraden. Zeker als u ondanks de medicijnen lichte klachten houdt.

Heb ik een griepprik nodig?

Ja, bij hartfalen is een griepprik aanbevolen. 

Griep is meestal een vervelende ziekte die vanzelf overgaat. Maar van griep kunt ook heel ziek worden. Als hartfalenpatiënt loopt u hier extra risico op. Daarom krijgt u het advies om elk jaar een gratis griepprik te halen.

Mag ik me inspannen of moet ik rust nemen?

Het is belangrijk een goede balans te vinden tussen rust en activiteit. Bij ernstig hartfalen is het soms nodig om tijdelijk (bed)rust te houden. Als het weer beter gaat, dan is het vaak goed als u in beweging blijft om uw conditie op peil te houden.

Probeer zelf uit wat het beste werkt. Spreid bijvoorbeeld de activiteiten over de dag en neem tussendoor voldoende rust. 

Begeleiding in de laatste levensfase

Het verloop van hartfalen is moeilijk te voorspellen. Wanneer bespreek je dan als arts of naaste de laatste levensfase (palliatieve zorg)? Bij voorkeur gebeurt dit als een patiënt zich fysiek en mentaal nog goed voelt.

Behandeling met medicijnen vermindert de klachten bij hartfalen, maar voorkomt meestal niet dat iemand langzaam achteruit gaat. In de laatste fase krijgt een patiënt steeds meer last van vermoeidheid, kortademigheid en vocht vasthouden. Ook somberheid en depressie komen voor. Later kunnen klachten voorkomen zoals angst, slaapstoornissen en verwardheid. 

Wensen vastleggen

In de laatste fase wordt een zorgplan opgesteld met de wensen van de patiënt en zijn naasten. Hierin staat onder andere:

  • Waar wil de patiënt verblijven tijdens de laatste levensfase?
  • Wil de patiënt wel of geen levensverlengende behandelingen en reanimatie?
  • Wanneer worden bepaalde functies van ICD of pacemaker uitgezet (indien van toepassing)?
  • Is er behoefte aan psychische ondersteuning?

Mantelzorg

In deze laatste fase is ook aandacht voor de mantelzorger heel belangrijk. Ernstig hartfalen komt vaak voor op latere leeftijd. De kans is groot dat de partner ook niet meer de jongste is. Het is dan de vraag of hij of zij de zorg en verantwoordelijkheid aankan, al dan niet met hulp van kinderen of andere mantelzorgers. Indien nodig moet er tijdig professionele hulp ingeschakeld worden.

Medicijnen

Bij hartfalen krijgen patiënten het advies om hun medicijnen door te blijven slikken. Daarnaast kunnen andere medicijnen worden gebruikt, waaronder:

  • Medicijnen die de angst verminderen
  • Medicijnen die onrust en psychose verminderen
  • Morfine om de pijn en klachten van ernstige benauwdheid te verminderen
  • Zuurstof om verlichting te geven bij kortademigheid

Blijf op de hoogte

Schrijf u in voor de nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws over onze activiteiten, hart- en vaatziekten en wetenschappelijk onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek hartfalen

De Hartstichting steekt veel geld in onderzoek naar hartfalen. We willen hartfalen voorkomen en mensen met hartfalen beter behandelen.

Meer over onderzoek bij hartfalen

Joyce

Ik leef nog, maar door het hartinfarct is mijn leven ingrijpend veranderd.

Deel via: