Stel direct je vraag
Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Nieuw onderzoek naar eerder herkennen hart- en vaatziekten (2016)

Nieuw onderzoek naar eerder herkennen hart- en vaatziekten (2016)

Nieuw onderzoek naar eerder herkennen hart- en vaatziekten (2016)

De Hartstichting investeert samen met de Technologiestichting STW in 10 onderzoeksprojecten om hart- en vaatziekten eerder te herkennen. De onderzoeksprojecten zijn gericht op het ontwikkelen of verbeteren van technologieën om hart- en vaatziekten eerder te herkennen.

Eerder opsporen van stijfheid van het hart

Als de hartspier steeds minder elastisch wordt, kan er hartfalen ontstaan. Het hart wordt stijf en kan zich niet goed ontspannen en vullen met bloed. Deze vorm van hartfalen heet ook wel diastolisch hartfalen, en komt vaker voor bij vrouwen. Met de huidige technieken kun je verstijving van het hart niet in een heel vroeg stadium opsporen en er bestaat nog steeds geen goede behandeling.

In 3 nieuwe onderzoeksprojecten gaan onderzoekers proberen om deze vorm sneller op te sporen door gebruik te maken van nieuwe technieken. Hiermee hopen ze patiënten in de toekomst sneller te kunnen behandelen, en zo de achteruitgang van het hart te stoppen of te vertragen.

> Meer over onderzoek naar hartfalen

Supersnelle nieuwe echotechniek om de stijfheid van het hart te bepalen

Als patiënten met klachten bij hun arts komen, is het hart al jaren stijver aan het worden. Dit is vaak te laat. In dit project onderzoeken wetenschappers of met een supersnelle nieuwe echotechniek de stijfheid van het hart eenvoudig en snel te bepalen is. Als deze methode in het laboratorium werkt, gaan de onderzoekers de techniek direct in 3 ziekenhuizen toepassen bij vrijwilligers en patiënten.

Onderzoeksleider: Prof. dr. ir. N. de Jong | Erasmus MC

MRI verbeteren om stijfheid hart beter te signaleren

De MRI-techniek wordt steeds belangrijker om hartfalen vast te stellen en de ernst ervan te bepalen. Onderzoekers van UMC Utrecht willen de MRI zo verbeteren, dat artsen met deze techniek in een zeer vroeg stadium kunnen zien of iemands hart stijver wordt. De onderzoekers willen de techniek ook sneller en simpeler maken. Daarnaast passen zij de techniek zo aan, dat het niet meer nodig is om contrastvloeistof bij de patiënt toe te dienen.

Onderzoeksleider: Prof. dr. T. Leiner | UMC Utrecht

Nieuwe testen om hartfalen eerder op te sporen

Een team onderzoekers van Maastricht UMC+ gaat op zoek naar vroege voortekenen van diastolisch hartfalen. Ze zoeken naar stoffen in het bloed die verraden dat het hart achteruitgaat. Deze stoffen kunnen gebruikt worden bij het ontwikkelen van nieuwe testen. Zo hopen de onderzoekers mensen op te sporen voordat ze klachten krijgen.

Onderzoeksleider: Prof. dr. S.R.B. Heymans | Maastricht UMC+

Hartfalen voorkomen

Onderzoekers werken aan oplossingen om hartfalen te voorkomen en beter te behandelen. Elke bijdrage aan dit onderzoek, groot of klein, is waardevol.

Eerder herkennen boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren is een veelvoorkomende ritmestoornis. Deze aandoening kan ernstige complicaties veroorzaken, zoals een herseninfarct. Onderzoekers van het Erasmus MC proberen met een nieuwe methode de ritmestoornis al in de beginfase vast te stellen. Vaak begint boezemfibrilleren met korte aanvallen die vanzelf weer overgaan. Om te voorkomen dat de ritmestoornis chronisch wordt, is het belangrijk dat artsen de ritmestoornis in deze beginfase vaststellen. Op dit moment zijn er echter geen technieken waarmee dit mogelijk is.

De onderzoekers van dit project werken aan een methode die dit wel kan. Dit doen ze door elektrische signalen in het hart te meten én bloed te onderzoeken op eiwitten die schade aan de boezems verraden. Ze voeren het onderzoek uit bij verschillende patiënten met boezemfibrilleren in verschillende stadia. Met de toekomstige techniek kunnen artsen bepalen of iemand boezemfibrilleren heeft en zo ja, in welk stadium. Zo kunnen ze de behandeling beter afstemmen op de patiënt.

Onderzoeksleider: N.M.S. de Groot | Erasmus MC

> Meer over onderzoek naar hartritmestoornissen

Hartinfarcten voorkomen

Met beeldvormende technieken en met hulp van signaalstoffen is het risico op een hartinfarct steeds beter te voorspellen. Onderzoekers van dit project willen voorkomen dat mensen blijvend patiënt worden, bijvoorbeeld door mensen te screenen. De eerste stap in zo’n screening kan een CT-scan zijn. Een goedkope techniek waarmee je kunt meten hoeveel kalk er in de bloedvaten rondom het hart zit: de kalkscore. Hoe hoger deze score, hoe groter de kans dat er vernauwingen in je kransslagaders zitten.

Hoe ernstig deze vernauwingen zijn en of het hart daardoor te weinig zuurstof krijgt, kun je vaststellen met een MRI-scan. Een MRI is niet altijd nodig en het is een kostbaar en belastend onderzoek. Onderzoekers willen weten welke mensen ze na een CT-scan moeten doorverwijzen voor MRI-onderzoek.

Signaalstoffen in het bloed kunnen daarbij wellicht helpen. Daarom verzamelen de onderzoekers bloed van duizenden deelnemers. Ze analyseren welke bekende signaalstoffen kunnen helpen beter de patiënten te selecteren die risico lopen op een hartinfarct. En in deze bloedmonsters kunnen de onderzoekers ook zoeken naar nieuwe signaalstoffen.

Onderzoeksleider: Prof. dr. P. van der Harst | UMC Groningen

> Meer over onderzoek naar signaalstoffen

Prof. dr. Pim van der Harst, hoogleraar cardiologie

"In de toekomst is er een app die inzicht geeft in de conditie van je bloedvaten."

Lees het verhaal

Beroerte voorkomen

Een herseninfarct ontstaat vaak door afsluitingen in een van de kleinere slagaderen in de hersenen. Die zijn met de huidige technieken moeilijk op te sporen. Als het onderzoekers lukt om met nieuwe technieken vernauwingen of beschadigingen in slagaders naar of in de hersenen eerder te herkennen, zijn beroertes te voorkomen. Ook is het van belang om erfelijke factoren op te sporen die tot een hersenbloeding kunnen leiden.

> Meer over onderzoek naar beroerte

Eerder opsporen aneurysma's in de hersenen

In de bloedvaten rond de hersenen kan een uitstulping (aneurysma) ontstaan. Het barsten van zo’n aneurysma leidt tot een hersenbloeding. Dit type hersenbloedingen treedt vooral op bij relatief jonge mensen en heeft vaak de dood of blijvende invaliditeit tot gevolg.

Als artsen een aneurysma herkennen voordat het barst, kan behandeling een bloeding voorkomen. In dit project werken de onderzoekers aan een computerprogramma waarmee mensen kunnen achterhalen of subarachnoïdale bloedingen in hun familie voorkomen en of screening zinvol is voor hen. 

De onderzoekers gaan daarnaast op zoek naar erfelijke factoren, waardoor mensen een grotere kans lopen om een aneurysma of een bloeding uit een aneurysma te krijgen. Ook bestuderen ze of ze met MRI-scans bepaalde afwijkingen in de hersenvaten kunnen vinden, waardoor mensen een verhoogde kans op aneurysma’s hebben.

Onderzoeksleider: Prof. dr. G.J.E. Rinkel | UMC Utrecht

Herseninfarct voorkomen met nieuwe CT-techniek

De meeste mensen krijgen een herseninfarct door afsluitingen in één van de kleinere slagaderen in de hersenen. Deze kleine afsluitingen zijn met de huidige technieken moeilijk op te sporen. De afsluitingen kunnen ontstaan als stolsels uit het hart of losgeraakte stukjes slagaderverkalking uit de halsslagaders doorschieten naar de hersenen.

Ondanks het feit dat stolsels uit het hart een belangrijke oorzaak vormen, wordt het hart niet standaard afgebeeld in de acute fase. Omdat mensen met een herseninfarct de kans lopen om binnen enkele dagen een tweede, groter infarct te krijgen is het van belang de afsluiting en de oorzaak ervan zo snel mogelijk aan te tonen.

Met een nieuwe CT-techniek hopen de onderzoekers bloedstolsels in het hart en slagaderverkalking in de halsslagaders eerder op te sporen en de ernst te bepalen. Ook onderzoeken ze of ze met deze techniek kleine infarcten beter kunnen herkennen in de acute fase.

Met deze informatie proberen de onderzoekers te voorspellen wie een verhoogd risico heeft op een tweede infarct. Hierdoor hopen de onderzoekers in de toekomst patiënten beter te kunnen behandelen om zo een tweede infarct te voorkomen.

Onderzoeksleider: Dr. ir. H.W.A.M. de Jong | UMC Utrecht

Nieuwe methoden om hersenbeschadiging beter en sneller in beeld te brengen

Dit onderzoeksprogramma van het UMC Utrecht werkt aan nieuwe methoden voor CT- en MRI-scans. Hiermee hopen ze beschadigingen van de grote en kleinere slagaders in de hersenen beter en sneller in beeld te brengen. De onderzoekers bestuderen verschillende beschadigingen, die vaak een voorbode van latere problemen zijn. Zo proberen ze kalk in de hersenbloedvatwand af te beelden en beschadigingen aan de bloed-hersenbarrière, de scheiding tussen de bloedstroom en het hersenweefsel.

Ook proberen ze micro-infarcten in beeld te krijgen. Van zulke infarcten merken patiënten niets, maar ze kunnen wel een voorloper zijn van een groter en veel ernstiger herseninfarct. Schade aan hersenbloedvaten kan uiteindelijk leiden tot gevaarlijke, en zelfs levensbedreigende herseninfarcten. Door deze beschadigingen in een vroeg stadium te ontdekken, kunnen artsen mensen behandelen om zo’n herseninfarct te voorkomen en zo hersenweefsel te sparen.

Onderzoeksleider: Prof. dr. J. Hendrikse | UMC Utrecht

Eerder opsporen erfelijke hartziekten

Onderzoekers van het AMC en het UMC Utrecht geven voorlichting over erfelijke hartziekten. Ze willen mensen met een erfelijke aanleg voor dodelijke hartziekten opsporen. Ze hopen mensen met vroege voortekenen van deze ziekten te behandelen, voordat zij klachten krijgen of ernstig ziek worden. Het is nu nog niet te voorspellen of en wie levensbedreigende klachten krijgt. 

Onderzoeksleiding: Dr. J.P. van Tintelen | AMC en prof. dr. F.W. Asselbergs | UMC Utrecht

Hartfalen voorkomen bij kinderen die kanker hebben gehad

Gelukkig overleven steeds meer kinderen kanker. Later krijgen zij soms klachten die niet bij hun leeftijd horen. Ze hebben bijvoorbeeld last van kortademigheid, vermoeidheid en verminderde conditie. Dit kan te maken hebben met de eerdere behandelingen tegen kanker. Bepaalde kankermedicijnen en bestralingen in de buurt van het hart kunnen iemands hart beschadigen. Bij 30% van de kinderen die deze behandelingen hebben ondergaan, werkt het hart minder goed.

Met dit nationale project willen de onderzoekers achterhalen welke kinderen later een hogere kans op hartfalen hebben. Ook onderzoeken ze hoe deze mensen eerder op te sporen zijn, nog voordat zij hartklachten krijgen. Zo kunnen artsen deze overlevers van kinderkanker behandelen voordat zij weer ernstig ziek worden.

Onderzoeksleider: dr. L.C.M. Kremer | AMC en Prinses Maxima Centrum voor de kinderoncologie

Wetenschappelijk onderzoek Hartstichting

Wetenschappers zoeken naar oplossingen om hart- en vaatziekten eerder op te sporen en beter te behandelen. Bekijk welk onderzoek er loopt. 

Ga naar het overzicht

Financiering voor wetenschappers

Ben je een wetenschapper? Bekijk dan de financieringsmogelijkheden.

> Naar de financieringsvormen

Stel je vraag aan de Infolijn

  • Bel 0900 3000 300 (ma t/m vrij van 9.00 - 13.00 uur)
  • Chat met de Infolijn 

Lees meer over eerder herkennen van hart- en vaatziekten

Op wintersport? Goed voor je hart!

Op wintersport? Goed voor je hart!

Ruim 10.000 mensen met hoge bloeddruk opgespoord

Ruim 10.000 mensen met hoge bloeddruk opgespoord

Hartleeftijd helpt voor beter begrip gezondheidsrisico

Hartleeftijd helpt voor beter begrip gezondheidsrisico