Overgewicht

Overgewicht is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Mensen met overgewicht hebben een grotere kans op het ontwikkelen van diabetes, een hoog cholesterol en een hoge bloeddruk.

Al deze factoren verhogen het risico op hart- en vaatziekten en versterken elkaar. Het is verstandig om overgewicht aan te pakken.

Overgewicht ontstaat als iemand meer calorieën binnenkrijgt dan hij verbruikt. Er bestaat erfelijke aanleg voor overgewicht. Maar ook dan komt overgewicht pas tot uiting bij de combinatie van te veel eten en te weinig bewegen.

BMI

De BMI (Body Mass Index) geeft de verhouding tussen het gewicht in kilogram en de lengte in meter weer. Het wordt uitgedrukt als kilogram per meter in het kwadraat.

De uitkomst geeft aan of iemand een gezond gewicht heeft. Met de BMI-meter van de Hartstichting berekent u snel uw BMI. De BMI-meter is geschikt voor volwassenen van 18 tot 70 jaar.

Bereken uw BMI

Adviezen

BMI   Advies
< 18,5 Ondergewicht Ondergewicht kan een risico zijn voor de gezondheid zijn. Neem contact op met de huisarts, vooral als u veel gewicht verliest in korte tijd, zonder dat u weet hoe dit komt.
18,5-24,9 Gezond gewicht U heeft een gezond gewicht. Dit is belangrijk om hart- en vaatziekten te voorkomen. Probeer dit gewicht vast te houden.
25-29,9 Overgewicht U heeft een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Check ook uw middelomtrek. Veel vet rond de buik vormt een extra risico. Door gezond te eten en meer te bewegen, verlaagt u uw risico.
30-34,9 Ernstig overgewicht (obesitas) U heeft een hoog risico op hart- en vaatziekten. Probeer uw gewicht te verlagen. Elke kilo minder telt. Door gezond te eten en meer te bewegen, verlaagt u uw risico. Vraag de huisarts om advies.
 > 35 Extreme obesitas U heeft een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. Probeer uw gewicht te verlagen. Elke kilo minder telt. Door gezond te eten en meer te bewegen, verlaagt u uw risico. Vraag de huisarts om advies.

 

BMI niet voor iedereen geschikt

De BMI is ooit bedacht als maat voor de bevolking en bedoeld voor mensen met een gemiddelde spier- en vetmassa. De uitkomst van de BMI is daarom minder geschikt voor mensen die:

  • jonger zijn dan 2 jaar
  • ouder zijn dan 70 jaar
  • kleiner zijn dan 1.58 meter
  • langer zijn dan 1.90 meter
  • een grote spiermassa hebben (atletische bouw)
  • een andere lichaamsbouw hebben (bijv. Aziatische bouw)
  • zwanger zijn

BMI voor kinderen

Als kinderen ouder worden, worden ze eerst zwaarder voordat ze langer worden. Daarom is een BMI-berekening voor kinderen anders dan voor volwassenen. De BMI-meter van de Hartstichting laat per leeftijdsjaar zien wat een gezond gewicht is voor kinderen.

BMI voor ouderen

De BMI is geen goede maat voor mensen boven de 70 jaar. Bij het ouder worden verandert het lichaam. Mensen verliezen spier- en botmassa, terwijl het vetweefsel minder afneemt. Het vet verplaatst zich richting de buik. Dat is minder gunstig. Met deze veranderingen houdt de BMI geen rekening.

Ouderen krijgen als advies om op gewicht te blijven en voldoende te blijven bewegen. Zo blijft de spiermassa beter behouden.

Middelomtrek

De middelomtrek zegt iets over de hoeveelheid vet in de buikholte en vult de BMI-meting aan. Het is belangrijk te weten waar in het lichaam zich vet ophoopt. Dat is niet bij iedereen gelijk.

Veel buikvet betekent een hoger risico op hart- en vaatziekten, terwijl veel vet rond de heupen hier niet of nauwelijks invloed op heeft.

Verschil mannen en vrouwen

We zien een verschil tussen mannen en vrouwen in de vetopslag. Vet wordt bij mannen vaker in de buikholte opgeslagen (appelvorm) en bij vrouwen vaker rond de heupen (peervorm).

Hoger risico bij buikvet

De vetcellen rond de heupen zijn weinig actief. Het heeft niet of nauwelijks invloed op het risico op hart- en vaatziekten. De vetcellen rondom de buikorganen zijn veel actiever; ze produceren hormonen en andere stoffen. Deze activiteit is ongunstig en kan leiden tot diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.

Meten middelomtrek

Het is belangrijk dat u de middelomtrek op de juiste plek meet:

  • meet uw middel op de blote huid, tussen de onderste rib en de bovenkant van uw bekken
  • trek het meetlint niet te strak aan

De BMI en de middelomtrek zijn voor een arts goede maten om te bepalen of iemand een gezond gewicht heeft. Ze vullen elkaar aan.

BMI   Middelomtrek:
< 88 cm bij vrouwen
< 102 cm bij mannen
Middelomtrek:
> 88 cm bij vrouwen
> 102 cm bij vrouwen
< 18,5 Ondergewicht Geen verhoogd risico Geen verhoogd risico
18,5 - 24,9 Gezond gewicht Geen verhoogd risico Geen verhoogd risico
25 - 29,9 Overgewicht Verhoogd risico Hoog risico
30 - 34,9 Obesitas Hoog risico Zeer hoog risico
> 35 Extreme obesitas Zeer hoog risico Zeer hoog risico

Hoog risico

Heeft u volgens deze tabel een hoog of zeer hoog risico op hart- en vaatziekten? Dan is het belangrijk om af te vallen. Dit kan door gezond te eten en voldoende te bewegen.

Vraag ondersteuning van de huisarts of de diëtist als het lastig is om af te vallen. Soms lukt het wel om redelijk snel gewicht kwijt te raken, maar komt u daarna weer snel aan. Ook dan kan de huisarts of diëtist helpen.

Risicotest

Bovenstaande tabel geeft alleen aan of uw gewicht een risico is voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Overgewicht is slechts een van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Doe de risicotest om een indruk te krijgen van uw totale risico op hart- en vaatziekten.

Doe de risicotest

Eet- en beweegplan

Een eet- en beweegplan is het halve werk bij het afvallen. Voor het maken van een goed plan, is het goed te weten hoeveel u nu eet en beweegt en wat u daarin wilt veranderen.

Beantwoord voor uzelf de vragen:

  • Hoe vaak eet u op een dag?
  • Hoeveel eet u dan?
  • Wat eet u?
  • Hoeveel beweegt u per dag?
  • Hoe intensief is deze beweging?

Maak het eet- en beweegplan

Afvallen kost tijd, het is niet iets wat u er even bij doet. Stel voor uzelf vast:

  • Hoeveel kilo wil ik afvallen?
  • Wanneer begin ik?
  • Hoe lang wil ik erover doen?

Vervolgens bepaalt u:

  • Wil ik meer bewegen?
  • Welke vorm van bewegen past bij mij?
  • Wil ik minder of anders eten?
  • Doe ik het alleen of samen met een diëtist, fysiotherapeut of sporttrainer?

Stel een haalbaar doel en denk in kleine stapjes. Een halve kilo per week is prima. Ga niet elke dag op de weegschaal staan, maar kies een vast moment in de week. Het gaat er uiteindelijk om dat u een blijvend andere leefstijl aanleert.

Leefstijltest

Door het doen van de leefstijltest krijgt u een indruk van uw huidige leefstijl. Na afloop ontvangt u een advies op maat voor een gezonde(re) leefstijl. Het advies houdt rekening met uw motivatie: aan welke punten van uw leefstijl wilt u werken?

Doe de leefstijltest

Professionele hulp

Een gezond(er) eetpatroon kost tijd. Er is doorzettingsvermogen voor nodig om het gewicht op peil te houden en om af te vallen.

Komt u toch steeds in de verleiding om te veel ongezonde producten te eten? Zoek dan hulp van bijvoorbeeld een diëtist. Een diëtist helpt bij het aanleren van een gezond eetpatroon. Vraag de zorgverzekeraar of u in aanmerking komt voor vergoeding van een diëtist. Misschien is een verwijzing van een huisarts nodig.

Bij een BMI hoger dan 30 heeft u ernstig overgewicht (obesitas). Obesitas is een ziekte, waarvoor een speciale behandelrichtlijn is ontwikkeld. Overweeg daarom om bij obesitas professionele hulp te zoeken. Overleg dit met de huisarts. Hij kan samen met u zoeken naar de beste aanpak of therapie.

Praktische tips om af te vallen

Om af te vallen is het belangrijk om:

  • minder te eten
  • meer te bewegen

Bewegen verhoogt de stofwisseling en helpt om een dieet beter vol te houden en op gewicht te blijven.

Minder eten

Om af te vallen is het belangrijk minder calorieën binnen te krijgen. De voeding van een gemiddelde volwassene bevat:

  • 2500 kilocalorieën per dag voor mannen (30 -50 jaar)
  • 2000 kilocalorieën per dag voor vrouwen (30-50 jaar)

Met deze calorieën blijft u op gewicht. Om af te vallen moet u 500 tot 1000 kilocalorieën minder binnenkrijgen.

Bij een dieet met nog minder calorieën bestaat het risico dat:

  • de spiermassa afneemt in plaats van de vetmassa
  • u te weinig vitamines en mineralen binnenkrijgt
  • u het dieet minder lang volhoudt of daarna weer snel terugvalt (jojo-effect)

Gezonder eten

Gezonder en minder eten is belangrijker dan streng lijnen. Kies bij voorkeur:

  • producten die weinig verzadigd vet of toegevoegde suikers bevatten
  • producten met voldoende vezels, zoals volkoren producten
  • verse groenten en fruit

Een goed ontbijt en een normale lunch en avondmaaltijd zorgen voor een vol gevoel. U heeft dan minder behoefte aan zoete of hartige lekkernijen tussendoor.

Gebruik zo min mogelijk olie of bakproducten bij de bereiding van de maaltijd door gebruik van te maken van een pan met anti-aanbaklaag, de grill of magnetron.

Informatie op de verpakking biedt houvast. Vergelijk de hoeveelheid calorieën, vet, eiwitten en koolhydraten.

Beloning

Beloon uzelf als het goed gaat. Dat stimuleert om door te gaan.

Sneller afvallen

Geleidelijk afvallen werkt op de lange termijn het beste. Wilt u toch sneller afvallen, dan kunt u het beste snacks en tussendoortjes laten staan en de normale porties verkleinen, bijvoorbeeld door minder brood, aardappelen, rijst of pasta te eten. Neemt u brood of pasta, kies dan voor volkoren soorten.

Vraag bij een diëtist om persoonlijke begeleiding en advies of u genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt met uw dieet.

Vragen over hart of vaten?

Mail de Infolijn Hart & Vaten

stuur een e-mail

Bel de Infolijn Hart & Vaten 0900 3000 300

maandag t/m vrijdag van 9.00 - 13:00 uur.

Hartstichting.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van hartstichting.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert. Lees ons cookie-statement voor meer informatie.