Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

“Het is wel een hele organisatie, maar we krijgen veel positieve reacties”

“Het is wel een hele organisatie, maar we krijgen veel positieve reacties”

“Het is wel een hele organisatie, maar we krijgen veel positieve reacties”

Bij Stichting Reanimatie en AED Onderwijs Zaanstreek zijn ze weer begonnen met reanimatietrainingen. Alles volgens de richtlijnen van het RIVM en die in het protocol van de NRR. Lees de ervaringen van Cees Doorman (secretaris) en Kirsten Zwart (instructrice BLS-PBLS).

Op zoek naar een grotere zaal

Cees vertelt: “Voordat we de trainingen konden herstarten, moesten we op zoek naar een nieuwe zaal. De zaal die in het buurtcentrum in Koog aan de Zaan was te klein om een afstand van 1,5 meter te kunnen waarborgen. Gelukkig konden we in hetzelfde buurtcentrum een  grotere zaal huren. Nadeel is wel dat de huurprijs bijna twee keer zo hoog is.”

Duidelijke informatie van tevoren

“Trainingen organiseren volgens de nieuwe richtlijnen kost wel meer tijd en organisatie, maar is wel te doen. Wij informeren onze cursisten een week voor de training over de covid-19 richtlijnen van het buurtcentrum en de gedragsregels tijdens de cursus. Wij vragen ze ook cursusgeld alvast over te maken, zodat de docent geen contant geld hoeft aan te nemen. Ook sturen we 24 uur voor de cursus nog een e-mail met het dringende verzoek niet te komen als ze verschijnselen van corona hebben.”

Ieder zijn eigen pop

Kirsten is een van de instructeurs bij Stichting Reanimatie en AED onderwijs Zaanstreek. Ze heeft al een aantal trainingen in de nieuwe vorm gegeven.

Kirsten vertelt hoe zij alles voorbereidt: “Het kost me nu meer tijd om de cursusruimte in te richten. Ik zet tafels tussen de stoelen waar de cursisten op plaatsnemen. Zo garanderen we een tussenruimte van 2,5 meter. Op die tafels leg ik alvast alles klaar, zoals het cursusboek, pen en het diploma. Ook staat op elke tafel een flesje handgel, reinigingsdoekjes en een flesje gekoeld bronwater met een bekertje.”
 
“Elke cursist traint met een eigen pop en AED-trainer die wij van tevoren goed reinigen. Deze pop heeft alleen een jasje aan en geen benen in verband met de ruimte. Ook traint iedere cursist met een eigen masker en een schone long. Bij het klaarleggen van alle spullen draag ik handschoenen.”

Cursisten doen alles zelf

Kirsten: “Alle cursisten reinigen bij binnenkomst eerst hun handen en iedereen houdt minimaal 2 meter afstand van elkaar. Iedereen heeft eigen oefenmateriaal. Voordat ik met de training start, leg ik uit hoe de cursisten zelf de long en het masker moeten plaatsen in de oefenpop. Ik doe alle handelingen voor, maar de cursisten doen het allemaal zelf. Na de training gooien de cursisten de gebruikte materialen zelf in een bak die in de vaatwasser gaat. Ook de kleding van de poppen wassen we zo snel mogelijk na de training.”

Aangepaste oefeningen

“We oefenen uitsluitend de situatie waarin er maar één hulpverlener is en één slachtoffer. Mondeling licht ik de samenwerking met meerdere hulpverleners toe waarbij ik nadrukkelijk inga op de risico’s van onderlinge besmetting tussen hulpverleners, omstanders en familieleden van het slachtoffer.”

“Verder traint iedere cursist met een eigen AED. Dat lijkt gemakkelijk, maar heeft ook weer nadelen. Als iedereen tegelijk de AED aanzet, hoor je allerlei gesproken instructies door elkaar gaan. En wordt het best een kabaal.”

Vragen over veiligheid

“Cursisten vragen zich vaak af of een beademingskapje veilig is. Dit is ook een van de oefeningen in de training. Ik laat ze proberen het kapje om te doen zonder de pop aan te raken. Dat lukt niet. Handschoenen kunnen een optie zijn, maar wanneer je daarna je eigen gezicht aanraakt, wat ongemerkt heel vaak gebeurt, verspreid je het virus al. Ik leg uit hoe het covid-19 protocol tot stand is gekomen en wat je wèl kunt doen om een goede veilige reanimatie op te starten.”

Uitdagingen voor docenten

Volgens Cees gaan de trainingen goed, maar hebben ze moeite om docenten te vinden.

“Docenten vinden het veel werk, en dat begrijp ik ook. Ze zijn nu een stuk langer bezig om alles voor te bereiden en na afloop weer te reinigen. Niet iedere docent ziet dit zitten. Eerder hadden we altijd één docent voor zes cursisten. Nu zijn dit er bij voorkeur twee. Omdat we afstand moeten houden, is het lastiger te beoordelen of iemand de handelingen goed uitvoert. Met z’n tweeën is dat gemakkelijker.” 

Online brainstormen

Kirsten heeft nog een advies: “Communicatie met de docenten is heel belangrijk. Zorg dat je met elkaar op één lijn zit. Toen we geen les konden geven hebben we met elkaar gebrainstormd over hoe nu verder. We hebben digitaal veel contact gehad. Je moet echt een team vormen anders lukt het niet. Er mag geen verwarring ontstaan onderling, iedereen moet hetzelfde protocol kunnen en willen hanteren. Inventariseer welke docenten een andere vorm van lesgeven zien zitten en wie wat wil doen.”

Minder cursisten, wel positieve ervaringen

Cees ziet wel dat er momenteel minder belangstelling voor de trainingen is. “Het valt op dat mensen op het laatste moment nog afzeggen in verband met griepachtige klachten. Wat ook logisch is, omdat dit volledig volgens het protocol en de richtlijnen van het RIVM is. De cursisten die tot nu toe op de trainingen zijn geweest, zijn overwegend erg positief. Ze ervaren de voorzorgsmaatregelen als prettig en zeer zorgvuldig.” 

“Laat vooral aan je cursisten zien dat je de RIVM- richtlijnen en die van het nieuwe protocol serieus neemt. Geef ook van tevoren duidelijke instructies aan je cursisten, zodat ze weten wat ze te wachten staat.”

Verder lezen

HartslagSamen: mensen in contact brengen na een reanimatie

HartslagSamen: mensen in contact brengen na een reanimatie

Online partnerdag op 19 november

Online partnerdag op 19 november