Aortaklepinsufficiëntie

Aortaklepinsufficiëntie betekent ‘lekkende aortaklep’. De hartklep sluit niet goed. Hierdoor stroomt een deel van het bloed terug in de linkerkamer van het hart.

De aortaklep zit tussen de linkerkamer en de aorta, de grote lichaamsslagader. Deze klep zorgt ervoor dat het bloed niet terugstroomt de linkerkamer in op het moment dat het hart ontspant. Via de aorta stroomt het bloed verder naar de slagaders in het lichaam.

Wanneer de aortaklep lekt, stroomt er bloed terug in de linkerkamer. Dat terugstromende bloed geeft extra volumebelasting. Hierdoor zet de linkerkamer uit (dilatatie). Dit kan hartfalen veroorzaken of een lekkende mitralisklep: mitralisklepinsufficiëntie. Soms wordt de hartspier dikker. De pompkracht van het hart neemt af.

Oorzaak

Bij sommige patiënten is de lekkende aortaklep een aangeboren afwijking. Dan is het een bouwfout van het hart. Dit komt niet vaak voor.

Aortaklepinsufficiëntie is bij kinderen is vaak het gevolg van een operatie. Bijvoorbeeld na aortaklepstenose, een aandoening waarbij de aortaklep minder goed opengaat. De arts haalt hierbij weefsel weg rondom de klep. Dit veroorzaakt meestal een geringe lekkage aan de klep.

De aortaklep kan ook gaan lekken als deze ontstoken raakt door een infectieziekte zoals endocarditis of acuut reuma. De ontsteking kan de klep aantasten en vervormen waardoor deze niet meer goed sluit.

Ouderdom kan ook een oorzaak zijn van een lekkende aortaklep. Hartkleppen kunnen op den duur verkalken en minder soepel worden.

Onderzoek en diagnose

De arts kan de lekkage horen via de stethoscoop: dit klinkt als een luid geruis aan het begin van elke hartslag.

Via echocardiografie of Dopplertechniek ziet de arts of de hartklep lekt, en in welke mate. Soms is een hartkatheterisatie nodig.

Vaak gebruikt de arts een slokdarmecho om te bepalen of de hartklep gerepareerd of vervangen moet worden.

Behandeling

Als de klep niet heel erg lekt, is geen behandeling nodig. Waarschijnlijk moet de patiënt wel regelmatig op controle komen om te kijken of de lekkage toeneemt.

De behandeling kan bestaan uit medicijnen zoals vaatverwijders of plasmiddelen om het hart te ontlasten.

Een hartklepoperatie is nodig wanneer de aortaklep ernstig lekt, of als de hartfunctie verslechtert. Soms kan de aortaklep gerepareerd worden. Soms is een nieuwe hartklep de enige optie. Dan wordt de eigen hartklep vervangen door een kunstklep of donorklep (homograft).

Na de behandeling

Een patiënt met een nieuwe kunstklep of donorklep heeft een verhoogd risico op endocarditis, een infectie aan de binnenkant van het hart. Om dit te voorkomen moeten deze patiënten vooraf antibiotica gebruiken bij bepaalde chirurgische ingrepen en bij sommige behandelingen aan het gebit of het tandvlees.

Na een klepoperatie is de kans groot dat de (nieuwe) aortaklep toch nog een beetje blijft lekken. Dit is niet erg, een nieuwe operatie is zelden nodig.

Als een patiënt een kunstklep heeft gekregen, moet hij levenslang antistollingsmedicijnen gebruiken.

Kind met aortaklepinsufficiëntie

Bij kinderen met een aortaklepsufficiëntie wordt vaak een Ross-operatie uitgevoerd. Dit is het vervangen aortaklep door eigen longslagaderklep. De longslagaderklep wordt vervangen door een kunstklep. Deze operatie wordt vrijwel alleen uitgevoerd bij kinderen met een aangeboren hartafwijking.

Een kind met aortaklepinsufficiëntie kan gewoon meedoen met leeftijdgenootjes. Hoogstens is uw kind iets sneller moe.

Hartvrienden: tips en steun voor ouders

Hartvrienden biedt betrouwbare informatie, praktische tips en ondersteuning voor ouders van een kind met een hartaandoening. Ook vindt u er speciale producten en diensten voor kinderen met een hartaandoening en informatie over vakanties.

Ga naar Hartvrienden

Lees ook

Onderzoek hartkleppen

Professor dr. Carlijn Bouten is onderzoeksleider en hoogleraar aan de TU Eindhoven. Zij is al jaren betrokken bij Hartstichtingsonderzoek naar een nieuw type hartklep, gemaakt van cellen uit het eigen lichaam.

Meer lezen

Deel via:
Vragen