Hartstichting.nl wordt geladen

Vaststellen hartfalen

Er zijn verschillende manieren om hartfalen vast te stellen. Er worden verschillende onderzoeken gedaan om een diagnose te stellen:

  • Luisteren en meten

    Je vertelt je arts wat voor klachten je hebt. Bij ongewone vermoeidheid, kortademigheid of vochtophoping kan de arts aan hartfalen denken. De arts controleert je bloeddruk, hartritme en gewicht. Ook luistert hij naar je longen en het hart. 

  • Bloedonderzoek

    Bij hartfalen zijn de waardes van bepaalde stofjes verhoogd (BNP en NT pro-BNP). Deze stofjes komen vrij als de hartspier lang onder hoge druk staat.

    De klachten bij hartfalen zijn niet heel specifiek. Ze komen ook voor bij andere ziekten. Door bloedonderzoek te doen ontdekt de arts mogelijk dat je hart in orde is, maar dat je bijvoorbeeld bloedarmoede of problemen met je schildklier of nieren hebt.

  • Hartfilmpje

    Op een hartfilmpje (ECG) ziet een arts of er afwijkingen zijn in je hartritme en of je eerder een hartinfarct hebt gehad. Een afwijking op het hartfilmpje kan aanwijzingen geven dat je hartfalen hebt. 

  • Röntgenfoto van hart en longen 

    Met een röntgenfoto van de borst kan de arts zien of je hart vergroot is. Ook eventuele vochtophopingen bij de longen zijn erop te zien. Problemen met de longen kunnen soms ook een verklaring zijn voor de klachten. Een röntgenfoto geeft hierover informatie. 

  • Echo 

    Als bovenstaande onderzoeken erop lijken te wijzen dat je hartfalen hebt, dan krijg je een echo van het hart. Een echo geeft informatie over de werking en knijpkracht van het hart. Hiermee kan de arts de diagnose hartfalen bevestigen en beoordelen hoe het hart eraan toe is. Meestal geeft een echo via de borstkas genoeg informatie. Anders kan een echo via de slokdarm nodig zijn. 

Knijpkracht bepalen

Bij hartfalen kan de knijpkracht van je hart afnemen. Meestal wordt die met een echo berekend. De maat voor de knijpkracht is de ejectiefractie. De ejectiefractie geeft aan hoeveel bloed je linkerhartkamer per hartslag wegpompt. Bij een gezond hart is dit ongeveer 60%, want er blijft altijd bloed achter in de hartkamers. 

De mogelijke uitkomst van de ejectiefractie is: 

  • 50% of hoger: knijpkracht normaal 
  • 41-49%: knijpkracht licht verminderd 
  • 40% of minder: knijpkracht duidelijk verminderd 

Gaat de knijpkracht altijd achteruit? 

De knijpkracht gaat niet altijd achteruit bij hartfalen. Bij hartfalen door een stijve hartspier ontspant het hart niet goed. Je hebt dan wel klachten van hartfalen, maar de knijpkracht van je linkerkamer is goed. Bij deze vorm van hartfalen is het soms moeilijk om te bepalen of je klachten door hartfalen komen. Vaak zijn er andere aandoeningen die de klachten kunnen veroorzaken. De arts kijkt daarom niet alleen of de linkerhartkamer goed knijpt, maar ook of hij zich goed vult met bloed. 

Als het harfalen erger wordt kan de knijpkracht van het hart achteruit gaan. Dit kan bij de verschillende vormen van hartfalen voorkomen. Door behandeling kan de knijpkracht echter ook verbeteren. Om de knijpkracht in de gaten te houden, wordt de ejectiefractie gemeten.  

Vervolgonderzoek

  • Oorzaak van hartfalen onderzoeken

    Als het duidelijk is dat je hartfalen hebt, is soms meer onderzoek nodig om de oorzaak te onderzoeken. Welke onderzoeken het meest geschikt zijn, hangt ook af van de vorm van hartfalen die je hebt. Mogelijke onderzoeken die je krijgt zijn:

    • Inspanningstest (fietstest): laat zien of het hart problemen krijgt bij inspanning 
    • Hartkatheterisatie: voor het opsporen van vernauwingen in de kransslagaders  
    • MRI of CT-scan: om heel nauwkeurig de vorm, structuur en werking van het hart in beeld te brengen  
    • Nucleaire scan met isotopen: geeft informatie over de doorbloeding van de hartspier tijdens inspanning en in rust  
    • Verschillende metingen met echo, MRI of CT om afwijkingen in de structuur en werking van het hart op te sporen die de klachten kunnen veroorzaken: o.a. bepalen van de druk in de linkerkamer, wanddikte van de linkerkamer en de grootte van de linkerboezem. 
  • Ontdekken of hartfalen erfelijk is

    Om uit te zoeken of hartfalen veroorzaakt wordt door een erfelijke hartspierziekte kan erfelijkheidsonderzoek nodig zijn. Als er al een andere oorzaak is gevonden voor het hartfalen, dan is erfelijkheidsonderzoek meestal niet nodig. 

  • Op tijd herkennen

    Hoe eerder hartfalen ontdekt wordt, hoe beter. Dan kun je starten met een behandeling om de klachten te verminderen. Daarna voel je je snel fitter. 

Meer inzicht in je klachten?

Heb je klachten die door hartfalen kunnen komen? Houd ze een tijdje bij met onze gratis app.
Een vrouw gebruikt de hartdagboek app

Stel je vraag aan onze voorlichters

  • Chat met een voorlichter via de chatknop (10.00 tot 16.30 uur)
  • Bel met een voorlichter: 0900 3000 300 (9.00 - 13.00 uur)

We zijn bereikbaar van maandag t/m donderdag