Stel direct je vraag
Naar content trash arrow-down-light menu paper stack arrow-left mail-bordered instagram linkedin youtube minus arrow-right arrow-right-la heart-border share heart facebook twitter arrow-down stethoscope heartbeat link timer food smoke close briefcase plus question-mark mail sheet external scale search info whatsapp check aed 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 mannen niuews nieuwsbrief onderzoek overgewicht reanimeren recepten roken samenwerken phone sphere location play home

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Mijn Gids?

Je kunt alles in de Gids bewaren om later terug te lezen, of om te delen.

    Door op bewaar te klikken geef je toestemming voor het gebruik van jouw gegevens voor de Gids. Als je de website verlaat, worden de gegevens verwijderd.

    Meer over privacy en voorwaarden.

    Mijn Gids?

    Klik nu hier om deze pagina
    in je Gids te bewaren.

    Een hartinfarct zorgt voor blijvende schade aan het hart. Daarom wil een arts een hartinfarct zo snel mogelijk stoppen. Een vlotte diagnose en start van een behandeling is daarom belangrijk.

    Snel vaststellen

    Een hartinfarct moet snel worden vastgesteld. Eerst kijkt de (huis)arts of het ambulancepersoneel naar de klachten van de patiënt. Een hartfilmpje en (in het ziekenhuis) een bloedonderzoek kunnen het vermoeden van een hartinfarct bevestigen.

    Hartfilmpje

    Het hart knijpt samen. Dit komt door elektrische stroompjes die over het hart lopen. Deze stroompjes kun je met plakkers (elektroden) op de borst opvangen. De plakkers zijn verbonden aan een ECG (Electro Cardiogram) apparaat. Die zet de stroompjes om naar een grafiek: het hartfilmpje. Zo kan de arts de elektrische activiteit van het hart bekijken.

    Een hartinfarct zorgt voor een zuurstoftekort van de hartspier. Door het zuurstoftekort kan het hart de elektrische stroompjes niet meer normaal doorgeven. Dit kan de cardioloog meestal zien op het hartfilmpje. Zo weet de arts of er sprake is van een hartinfarct.

    > Meer over het hartfilmpje

    Bloedonderzoek

    Tijdens een hartinfarct komen er stoffen in het bloed vrij. Dit zijn onder andere de hartenzymen troponine en CK-MB. In de uren en dagen na het hartinfarct neemt de hoeveelheid van de hartenzymen toe. Daarna nemen ze weer af.

    Een hartinfarct kan hierdoor met een bloedonderzoek worden vastgesteld. Ook zeggen de maximale waarden iets over de grootte van het hartinfarct.

    > Meer over bloedonderzoek

    Behandeling

    Door een hartinfarct krijgt een deel van de hartspier geen zuurstof meer. Zonder zuurstof sterven hartspiercellen af. Dode hartspiercellen kunnen niet meer levend worden. Daarom richt de eerste behandeling zich op het –zo snel mogelijk– openmaken van het verstopte bloedvat. Dit kan door een dotter- en stentbehandeling of een bypassoperatie. Ook krijgt iemand medicijnen.

    Dotter- en stentbehandeling

    Als een hartinfarct is vastgesteld, volgt meestal direct een dotterbehandeling. De specialist rekt hierbij de vernauwing van de kransslagader op. Dit gebeurt met een kleine ballon aan een slangetje (katheter). De vernauwing wordt hiermee aan de kant geduwd. Meestal wordt op die plek ook een stent geplaatst. Een stent is een buisje. Zo voorkom je dat de vaatwand weer ‘terugveert’ na de dotterbehandeling.

    > Meer over een dotter- en stentbehandeling

    Bypassoperatie

    Als de kransslagader erg vernauwd is of volledig is afgesloten, dan kiest de arts voor een bypassoperatie. Bij een bypass maakt de arts een omleiding om de verstopping heen. De arts zorgt er daarmee voor dat er toch voldoende bloed in de hartspier terechtkomt. De bypassoperatie is een openhartoperatie.

    > Meer over een bypassoperatie

    Medicijnen

    Naast de ingrepen in het hart worden er bij een hartinfarct altijd direct medicijnen gegeven. Deze medicijnen zorgen ervoor dat:

    • een nieuwe verstopping moeilijker kan ontstaan
    • het hart in het juiste ritme blijft kloppen
    • er geen (verdere) schade aan de hartspier ontstaat

    > Meer over medicijnen

    Vervolgonderzoek

    Enkele dagen na het hartinfarct kan een arts vaststellen welk gedeelte van het hart is getroffen. En hoe groot de schade is. Hiervoor kan de arts een aantal onderzoeken uitvoeren.

    Inspanningstest (fietstest)

    Met een inspanningstest wordt vastgesteld hoeveel het hart nog aankan. En of er sprake is van zuurstoftekort bij inspanning.

    > Meer over de inspanningstest

    Echografie

    Met een echografie of echo van het hart kijkt de arts naar de dikte en de beweging van de hartspier. Dit geeft de arts informatie over de grootte van het hartinfarct. Ook geeft het informatie over de pompfunctie van het hart en eventuele andere afwijkingen.

    > Meer over de echografie

    Isotopenonderzoek

    Soms wordt na een hartinfarct een SPECT- of PET-scan gedaan. Hiermee onderzoekt de arts de stofwisseling en doorbloeding van het hartspierweefsel. Dit helpt bij het bepalen van de beste behandeling.

    > Meer over isotopenonderzoek

    Hartkatheterisatie

    Soms wordt na het hartinfarct een hartkatheterisatie gedaan. Hiermee kan de arts het hart en de kransslagaders van binnen onderzoeken. Tijdens dit onderzoek kunnen verschillende metingen gedaan worden. Zo kan de arts afwijkingen aan het hart opsporen en de beste behandeling bepalen.

    > Meer over de hartkatheterisatie

    Vervolgbehandeling

    Na het hartinfarct wordt een hartrevalidatieprogramma aangeboden. Dit is erop gericht iemand zo snel mogelijk weer in de best haalbare fysieke, psychische en sociale conditie te brengen en te houden. Ook wordt samen met de patiënt gewerkt aan het verminderen van het risico op een nieuw hartinfarct. Bijvoorbeeld door professionele begeleiding te bieden bij het ontwikkelen en behouden van een gezonde leefstijl.

    > Meer over de hartrevalidatie

    Behandelen in de toekomst

    Een hartinfarct leidt tot beschadiging (afsterven) van hartcellen. Artsen kunnen deze schade nog niet repareren. De hoop is dat stamceltherapie in de toekomst de schade na een hartinfarct kan herstellen. Stamcellen zijn cellen die kunnen uitgroeien tot verschillende weefsels, zoals bloedvat of hartspier. Stamceltherapie zou de pompfunctie van het hart kunnen verbeteren.

    > Meer over stamceltherapie 

    Meer in de Gids Hartinfarct
    • Hartinfarct herkennen

    • Risico op hartinfarct

    • Diagnose en behandeling

    Chat met de Infolijn

    Maak je je zorgen of er iets mis is met je hart? 

    • Chat met een voorlichter van de Infolijn via het groene chatbalkje aan de zijkant
    • De chat is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 - 16.30 uur

    ;