Stel direct je vraag
Naar content

Hier komen de NAW-gegevens formulieren

Gevolgen van een beroerte

Een beroerte - zowel een herseninfarct als een hersenbloeding - kan ingrijpende gevolgen hebben. Soms vallen beperkingen direct op, zoals een verlamde arm. Andere beperkingen, zoals moeite met plannen of een verandering van het karakter, komen pas later naar voren.

Lichamelijke gevolgen

Een beroerte zorgt vaak voor lichamelijke gevolgen. Dat kunnen zichtbare gevolgen zijn, bijvoorbeeld een verlamming. Maar ook vermoeidheid komt vaak voor en is onzichtbaar. Lees meer over de lichamelijke gevolgen en tips om hier mee om te gaan:

Verlamming

Als één zijde van je lichaam (gedeeltelijk) verlamd is, kan je de neiging hebben die zijde helemaal niet te gebruiken. Hierdoor wordt de andere zijde van het lichaam meer belast. Dit kan tot pijn en vergroeiingen leiden. Probeer daarom de verlamde lichaamszijde zo veel mogelijk te gebruiken. Vraag je fysiotherapeut welke oefeningen je thuis (met hulp van je naaste) kunt doen.

Tip voor naasten

Stimuleer jouw naaste om aandacht te besteden aan de verlamde zijde. Help met het doen van oefeningen.

Verwaarlozen van deel van het lichaam

Een beroerte kan ervoor zorgen dat je niet in de gaten hebt wat er aan één kant van je lichaam gebeurt. Het lijkt alsof je deze kant negeert. Artsen noemen dit neglect. Bij neglect komt het bijvoorbeeld voor dat je:

  • je bord maar half leeg eet, omdat je de andere helft niet opmerkt
  • geluiden aan één kant van het lichaam negeert
  • woorden maar half leest of halve figuren tekent
  • niet merkt dat je arm van de armleuning valt
  • alleen praat met bezoek aan je rechterkant

Meestal zorgt revalidatie voor verbetering van deze klachten. In veel gevallen gaat een neglect nooit helemaal over.

Tip voor naasten

Stimuleer je naaste door te wijzen op dingen die aan de kant staan die hij of zij verwaarloost.

Problemen met zien

Problemen met zien die op kunnen treden zijn:

  • uitval van de helft of een kwart van de linker- of rechterhelft van het gezichtsveld, meestal aan de verlamde zijde
  • minder scherp zien
  • dubbelzien
Er bestaan speciale trainingen om hiermee te leren omgaan.

Vermoeidheid

Het is heel normaal als je vooral in de eerste maanden na de beroerte snel vermoeid bent. Omgaan met alle beperkingen en het herstel kosten veel energie.

Tip voor naasten

Als naaste is het soms lastig te beoordelen wat er werkelijk aan de hand is. Als iemand na een beroerte liever de hele dag in bed ligt, kan dat ook andere redenen hebben. Misschien wil hij of zij niet voortdurend geconfronteerd worden met beperkingen. Of hij of zij is somber en depressief. Door met elkaar of met een professional te praten, kunnen jullie hier achter komen.

Problemen met coördinatie en evenwicht

Bij een beroerte in de kleine hersenen kunnen er coördinatie- en evenwichtsstoornissen optreden, zoals:

  • problemen met coördinatie
  • problemen met het evenwicht
  • bewegingen zijn schokkerig of komen onhandig of ongecontroleerd over

Bij loopproblemen kan soms een gangbeeldanalyse worden gemaakt. De behandelaar kan daarbij het looppatroon goed onderzoeken. Daardoor krijg je meer inzicht in de mogelijkheden voor behandeling.

Tip voor naasten

Het kan zijn dat je naaste (tijdelijk) gebruik moet maken van een hulpmiddel. Soms schaamt iemand zich hiervoor. Als naaste kan je dit bespreken en iemand helpen om het hulpmiddel te accepteren.

Incontinentie

Het kan zijn dat je na een beroerte moeite hebt met het ophouden van plas of ontlasting. Meestal gaat dit na verloop van tijd over. Realiseer je dat je niet de enige bent bij wie dit gebeurt. Vraag advies aan een speciale incontinentieverpleegkundige van de thuiszorgorganisatie.

Gevolgen denken en geheugen

Een beroerte heeft naast de lichamelijke gevolgen ook vaak gevolgen voor het denken en geheugen. Dit zijn vaak onzichtbare en moeilijke problemen.

Spreken en begrijpen van taal

Na een beroerte komen problemen met praten veel voor. Bij een spraakstoornis (dysartrie) heb je moeite met het duidelijk uitspreken van woorden. Dit komt bijvoorbeeld door een verlamming aan één kant van het gezicht. In dat geval begrijp je wel goed wat iemand tegen je zegt. Als het taalgebied beschadigd is door een beroerte, is het begrijpen van de taal moeilijker. Dit heet ook wel afasie. Bij afasie heb je één of meerdere problemen:

  • je weet wat je wil zeggen, maar kan de woorden niet vinden
  • je zegt weinig of niets of spreekt wartaal
  • je begrijpt niet wat de ander zegt
  • je hebt moeite met lezen en schrijven

Als je moeite hebt met spreken en schrijven, is het toch belangrijk dat je blijft communiceren. Een logopedist weet om welke taal of spraakstoornis het gaat en helpt met oefeningen en praktische tips. Je kunt daarbij ook gebaren, bewegingen en bepaalde geluiden gebruiken.

Tip voor naasten

Heb je een naaste die een beroerte heeft gehad en niet meer alles goed begrijpt wat je zegt? Blijf ook dan in gesprek. Maak geen ingewikkelde lange zinnen, maar spreek kort, kernachtig en rustig. Kijk je naaste goed aan en zorg voor een rustige omgeving. Soms begrijpt je naaste wel wat je zegt en hoef je zinnen niet aan te passen. Dit is afhankelijk van het probleem van je naaste. Voor advies kun je terecht bij een afasiecentrum in jouw regio. Adressen vind je op afasiecentrum.nl. Ook bestaan er trainingen om beter met je naaste te kunnen communiceren. Bijvoorbeeld de Partners van Afasiepatiënten Conversatie Training (PACT). De logopedist kan je hier verder over informeren.

Ga naar Afasiecentrum.nl

Verwerken prikkels

Na een beroerte kan je vaak minder snel reageren op onverwachte situaties, bijvoorbeeld in het verkeer. Ook kun je sneller overprikkeld raken en minder goed tegen drukte. Bijvoorbeeld in een kamer vol visite, bij veel achtergrondgeluiden of op het werk. Daarnaast is het vaak lastig om je goed te concentreren.

Tip voor naasten

Hoe en hoe snel iemand overprikkeld wordt verschilt per persoon, per situatie en per moment. Probeer samen deze momenten te leren herkennen. Dan kunnen jullie samen een plan maken hoe hiermee om te gaan. Andere professionals zoals bijvoorbeeld een ergotherapeut of neuropsycholoog kunnen hier ook bij helpen.

 

Begrip en leervermogen

Er kunnen na een beroerte problemen optreden met:

  • dag- en nachtritme
  • tijdsbesef
  • bepalen van de plek waar je bent of naartoe moet
  • het geheugen
  • planning
  • rekenen en betalen in een winkel

Ook kan je na een beroerte moeite hebben met dagelijkse handelingen, zoals aankleden, koken of boodschappen doen. Soms weet je dan de juiste volgorde niet meer. Dit heet apraxie.

Tip voor naasten

De patiënt zelf ziet deze beperkingen soms niet, wat kan leiden tot overmoedig en riskant gedrag. Vraag altijd aan zorgverleners wat de mogelijkheden van je naaste zijn. Leg dit ook uit aan familie en vrienden.

Geheugenstoornissen

Veel mensen die een beroerte hebben gehad, hebben moeite om nieuwe informatie te onthouden. De naam van de nieuwe buurman bijvoorbeeld of een boodschap. Dat is lastig. Wen jezelf aan om afspraken en andere belangrijke dingen op te schrijven.

Tip voor naasten

Als naaste van de patiënt kan je helpen door eenvoudige informatie in kleine porties te geven. Herhaal eventueel de belangrijkste dingen en vraag je partner voor de zekerheid die nog eens te herhalen. Of schrijf afspraken en andere belangrijke dingen op in notitieboekjes of een gedeelde agenda.

Moeite met handelingen

Heb je problemen met het uitvoeren van handelingen? Dit heet apraxie. Je kunt de handelingen in woorden wel uitbrengen, maar niet in de praktijk brengen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat je je tanden poetst met een scheerapparaat. Of je kleding niet meer in de juiste volgorde aantrekt. Je partner kan je helpen door stap voor stap de handelingen met je uit te voeren.

Tip voor naasten

Je kunt iemand met apraxie helpen door de activiteit in delen te splitsen. Ook helpt het wanneer er duidelijke aanwijzingen worden gegevens tijdens het uitvoeren van een activiteit. Sommige mensen vinden het prettig als alles alvast in de juiste volgorde wordt klaargelegd of wanneer er plaatjes worden gebruikt. Dit kan werken als een stappenplan.

Vind tips op Hersenletsel-uitleg.nl

Ruimtelijke waarneming

Iedereen heeft wel eens problemen met de ruimtelijke waarneming: je zet als je even niet oplet bijvoorbeeld je kopje naast de tafel of stapt net mis op een traptrede. Als je een beroerte hebt gehad in de rechterhersenhelft, kan je daar regelmatig last van hebben. Je verwart links en rechts of je kunt de afstand tot een bepaald voorwerp niet goed inschatten.

Tip voor naasten

Als naaste kan je helpen door te wijzen op duidelijke herkenningspunten. Goede verlichting en een geordend huis kunnen ook helpen.

Stel je vraag over beroerte

  • Chat op deze pagina met een voorlichter 
  • Bel 0900 3000 300 (werkdagen 9 tot 13 uur)

Gevolgen gedrag

Veranderingen in gedrag en persoonlijkheid zijn niet direct zichtbaar. Meestal valt het mensen die jou goed kennen als eerste op. Veranderingen in gedrag kunnen komen door een beschadiging in de hersenen, maar er kan ook frustratie meespelen over het leven met beperkingen. Therapie kan helpen om te ontdekken wat je nog wél kan.

Impulsief gedrag

Veel mensen zijn na een herseninfarct impulsief: ze beginnen al met handelen voordat ze nagedacht hebben en kunnen dit vaak niet onderdrukken. Het kan voorkomen dat je bijvoorbeeld al probeert uit je rolstoel te komen, voordat je de remmen erop hebt gezet. Of dat je al begint met eten zonder dat anderen iets op hun bord hebben liggen.

Tip voor naasten

Als naaste kan je helpen door de handeling uit te leggen. Je vertelt dan niet hoe iemand iets kan doen, maar welke stapjes hij of zij moet zetten. Motiveer je naaste om eerst na te denken, voordat hij of zij met de volgende handeling begint. Hier is ook in de revalidatie aandacht voor.

Interesse- en initiatiefverlies

Na een beroerte komt interesse en initiatiefverlies voor. Dit kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je moeite hebt om op gang te komen. De afwezigheid van emotionele reacties valt hier ook onder. Ook kan je onverschillig zijn. Het helpt wanneer anderen je hierbij stimuleren.

Tip voor naasten

Het is waarschijnlijk dat jouw naaste minder initiatief toont en minder belangstelling heeft voor zijn of haar omgeving, familie of hobby’s, omdat hij of zij veel met zichzelf bezig is. Betrek hem bijvoorbeeld bij familiegebeurtenissen en stimuleer hem of haar de krant te lezen, televisie te kijken of hobby’s uit te oefenen. En laat hem of haar zelf met initiatieven komen, door ernaar te vragen.

Minder flexibel

Na een beroerte kan het moeilijk zijn voor je om met veranderingen om te gaan. Je kan uit je doen raken wanneer iets anders loopt dan verwacht. Denk hierbij aan onverwacht bezoek, verandering in de dagplanning of tegenslagen. Iedereen reageert hier weer anders op.

Tip voor naasten

Mogelijk merk je als directe naaste dat je partner, vriend(in) of familielid niet goed tegen veranderingen kan, zeker niet als deze plotseling komen. Als je weet dat er iets gaat veranderen, vertel dit dan zo vroeg mogelijk en zeg ook waarom dit zo is. Neem er de tijd voor en schrijf de veranderingen eventueel op een briefje. 

Waardigheidsverlies

Tip voor naasten

Waardigheidsverlies uit zich in ander gedrag dan voor de beroerte. Daarmee word je als directe naaste het meest geconfronteerd. Was je partner, vriend(in) of familielid vroeger heel precies en netjes, dan kan het zijn dat hij of zij nu juist slordig is en zich nergens druk om maakt. Ook kan de manier van communiceren anders zijn. Zo kan iemand die voorheen heel correct was, nu ineens heel direct, kortaf of ongeremd zijn in taalgebruik. Probeer op een rustig moment over dit gedrag te praten en vertel rustig en duidelijk hoe je het graag anders zou willen. Vraag hierbij eventueel hulp aan een professional.

Veranderd tijdsbesef en gehaast gedrag

Door de hersenbeschadiging weet je soms niet meer automatisch hoe lang iets duurt of hoeveel tijd er is verstreken. Hierdoor ben je soms gehaast, kom je te vroeg op afspraken of wil je ergens al snel weer weg.

Tip voor naasten

Spreek van tevoren met je naaste tijden af waarop jullie ergens heen gaan of vertrekken en hoe lang jullie ergens blijven. Wijs op die afspraak als hij of zij eerder weg wil. Probeer zo veel mogelijk je eigen tempo aan te houden en spreek dit duidelijk af.

Emotionele gevolgen

Een herseninfarct doormaken brengt veel emoties met zich mee. Je bent misschien het vertrouwen in je lichaam kwijt en bang dat het je opnieuw overkomt. Ook depressie en ernstige vermoeidheid komen veel voor. Merk je dat je angst ervaart? Of voel je je somber? Praat er dan over tijdens de revalidatie of ga in gesprek met je huisarts. Soms is professionele hulp van een zorgprofessional nodig.

Ook voor naasten zijn de gevolgen van een beroerte ingrijpend. Daardoor kunnen er onderlinge spanningen ontstaan. Vind je het fijn om met iemand te praten die hetzelfde heeft meegemaakt? Hersenletsel.nl is een vereniging voor mensen die door hersenletsel zijn getroffen en hun naasten. De vereniging heeft diverse regionale afdelingen met activiteiten voor lotgenoten. 

Angst

Als je een beroerte hebt gehad in de linkerhersenhelft, dan heb je mogelijk last van angst. Je bent bijvoorbeeld bang om jezelf aan te kleden of te lopen. Probeer geduldig te blijven en denk goed na voordat je gaat doen. Het kan helpen om een activiteit in stapjes te verdelen. Zo krijg je meer overzicht in de juiste volgorde.

Tip voor naasten

Als naaste kan je helpen door de handelingen in stapjes te verdelen. Wacht eerst af of je naaste zichzelf verbetert, als hij of zij een fout maakt. Gebeurt dat niet, vertel dan wat er niet goed ging en hoe het wel moet. Probeer negatieve opmerkingen te voorkomen en geef af en toe een schouderklopje. 

Labiliteit, dwanghuilen en frustraties

Na een beroerte hebben veel mensen geen inzicht meer in hun eigen gedrag. Het kan ook zijn dat je net na de beroerte je eigen problemen niet herkent. Die herkenning komt soms wel als je weer thuis komt. Daardoor kan je somber of depressief worden. Of prikkelbaar, omdat het je dwars zit dat bepaalde dingen niet meer gaan. Dwanghuilen komt ook voor. Dat zijn huilbuien zonder dat je weet waarom. Heb je last van deze problemen? Praat er dan over met iemand. Dat kan een naaste zijn, maar je kan ook de hulp van een psycholoog of maatschappelijk werker.

Tip voor naasten

Als partner merk je meestal vanzelf het verschil tussen huilen uit verdriet of dwanghuilen. Besteed geen aandacht aan het dwanghuilen of probeer juist de aandacht af te leiden. Dan gaat het meestal vanzelf over. Als je partner echt verdrietig is, praat er dan juist wel over. En geef complimenten voor alle dingen die goed gaan. Dat werkt stimulerend. Je kan eventueel een (neuro)psycholoog of maatschappelijk werker om raad vragen.

Praktische gevolgen

Een beroerte kan verschillende praktische gevolgen met zich meebrengen.

Zorg thuis

Als je door een herseninfarct verlamd bent geraakt, dan kan je bij de meeste simpele handelingen tegen problemen aanlopen. Wassen en aankleden, brood smeren, de krant lezen en naar het toilet gaan zijn soms niet meer vanzelfsprekend. Het kan zijn dat je daarbij extra hulp nodig hebt. Het regelen van de zorg thuis is in de praktijk een ingewikkelde taak die overal in Nederland anders geregeld wordt. Vaak komt veel neer op de partner en kinderen, de mantelzorgers. Soms kun je thuiszorg of huishoudelijke hulp krijgen. Een combinatie is mogelijk. De transferverpleegkundige in het ziekenhuis of revalidatiecentrum kan je hierbij adviseren.

Tip voor naasten

Thuiszorg (verpleging of hulp bij de persoonlijke verzorging) kun je aanvragen door contact op te nemen met de wijkverpleegkundige. De wijkverpleegkundige kijkt welke hulp nodig is. Wijkverpleegkundigen zijn vaak in dienst van een thuiszorgorganisatie. Ondersteuning thuis om zo lang en goed mogelijk zelfstandig te blijven wonen wordt geregeld via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze wordt uitgevoerd door de gemeente waar je woont. Meer informatie over thuiszorg en over ondersteuning vanuit de Wmo is te vinden op de website regelhulp.nl van de Rijksoverheid.

Ga naar Regelhulp.nl

Autorijden na een TIA of herseninfarct

Voor het autorijden na een herseninfarct gelden wettelijke regels. Daarnaast krijg je een medische keuring, op basis waarvan de arts beslist of en wanneer je weer mag rijden. In de eerste 2 weken na de uitvalsverschijnselen bij een herseninfarct of TIA mag je niet autorijden. Na deze 2 weken beoordeelt de keurend arts (huisarts of basisarts) of het weer kan. Als het weer kan, dan vult de arts een vragenlijst in. Deze stuur je samen met de ingevulde Eigen Verklaring op naar het CBR. Zijn er na de eerste 2 weken nog beperkingen, dan mag je 3 maanden niet rijden.

Na deze 3 maanden stelt de neuroloog of revalidatiearts een specialistisch rapport op. Als dit positief is, dan mag je weer rijden. Wel moet je een rijtest doen bij het CBR. Als je die haalt geldt de nieuwe rijgeschiktheid voor maximaal 5 jaar. Voor beroepschauffeurs gelden andere regels. Als beroepschauffeur mag je de eerste 4 weken niet rijden. Na 4 weken beoordeelt de keurend arts (huisarts of basisarts) of er nog beperkingen zijn. Zijn die er niet, dan moet je de ingevulde vragenlijst van de arts samen met je Eigen Verklaring opsturen naar het CBR. Op basis hiervan kan je als beroepschauffeur weer een rijbewijs (groep 2) krijgen voor onbepaalde tijd.

Als er na 4 weken nog beperkingen zijn, dan mag je 3 maanden niet rijden. Daarna is een specialistisch rapport vereist van de neuroloog of een revalidatiearts. En kan een rijtest van het CBR nodig zijn voor de beoordeling.

Autorijden na een hersenbloeding

Na een hersenbloeding gelden strenge regels voor autorijden. De neuroloog bekijkt per patiënt wat kan. Na een hersenbloeding is elke 3 jaar een herkeuring nodig voor het rijbewijs.

Intimiteit en seksualiteit

Door een beroerte kan ook je relatie en seksleven veranderen. Veel mensen hebben na een beroerte minder zin in intiem contact en gemeenschap dan voor de beroerte. Vaker is er wel behoefte aan intimiteit, maar geen seksuele behoefte. Die behoefte kan terugkomen, maar dit is niet altijd zo. Soms spelen gevoelens van minderwaardigheid, afkeer of tekortschieten een rol. Mannen kunnen door de hersenbeschadiging last hebben van erectie- en zaadlozingsstoornissen.

Ook vrouwen raken soms moeilijker lichamelijk opgewonden. Dat kan leiden tot relatieproblemen. Het is daarom belangrijk dat je intimiteit en seks met elkaar bespreekt en gevoelens met elkaar deelt. Zo kun je je relatie opnieuw vormgeven, met of zonder seksualiteit en met behoud van eigen waardigheid. Je kunt ook je huisarts, neuroloog of de verpleegkundige van de CVA-nazorgpoli om advies vragen.

Reizen en verblijf in de bergen

Na een beroerte is vliegen meestal geen probleem, zolang jouw situatie stabiel is. Vliegen in een sportvliegtuigje op grote hoogte kan problemen geven. Het is raadzaam om met de behandelend arts te overleggen of er beperkingen zijn met betrekking tot reizen.

Een verblijf in de bergen is niet altijd mogelijk. Mensen die een beroerte hebben gehad of een vernauwing van de halsslagader hebben, kunnen beter niet op grote hoogte verblijven vanwege het risico op trombose. Het is verstandig vooraf met de neuroloog te overleggen of er bezwaren zijn.

Duiken na een beroerte kan lang niet altijd. Allereerst moet de beroerte langer dan zes maanden geleden zijn. Ten tweede moet je voldoende kunnen bewegen, zien en denken. Overleg altijd eerst met de huisarts of neuroloog wanneer je wilt gaan duiken. De behandelend artsen kunnen persoonlijke risico's het best inschatten.

Beroertequiz

Herken jij het als iemand een beroerte heeft? Test jezelf in 5 situaties. 

Doe de quiz

Lees meer over beroerte

Meer duidelijkheid risico’s beroerte op lange termijn

Meer duidelijkheid risico’s beroerte op lange termijn

Bestel het gratis Beroerte-alarmpakket

Bestel het gratis Beroerte-alarmpakket

Grote verbetering verwacht in behandeling van beroerte

Grote verbetering verwacht in behandeling van beroerte

Stel je vraag aan onze voorlichters

  • Bel 0900 3000 300 (ma t/m vrij van 9.00 - 13.00 uur)
  • Chat met een voorlichter