Vetten

Er zijn verschillende soorten vetten. Verzadigd vet is minder goed dan onverzadigd vet. Door verzadigd vet te vervangen door onverzadigd vet, neemt de kans op hart- en vaatziekten af.

Vet heeft over het algemeen een negatieve klank: het levert veel calorieën en je wordt er dik van. Toch heeft ons lichaam dagelijks vet nodig voor:

  • Energieopslag
  • Bouwstof: Vetten zijn een belangrijk onderdeel van hersenen, zenuwen en hormonen.
  • Betere opname van vitamines A, D, E en K. Deze vitamines lossen alleen in vet op en niet in water.
  • Bescherming tegen kou en bescherming van organen en zenuwcellen tegen beschadiging.

Soorten vetten

Er zijn verschillende soorten vetten:

  • verzadigd vetten en transvetten zijn 'slechte' vetten
  • onverzadigde vetten zijn 'goede' vetten

Vervang verzadigd vet zo veel mogelijk door onverzadigd vet. 

Verzadigd vet

Verzadigde vetten verhogen het slechte LDL-cholesterolgehalte in het bloed en daarmee het risico op hart- en vaatziekten. Verzadigd vet is bij kamertemperatuur vaak gestold. Het komt veel voor in dierlijke producten:

  • roomboter en margarine in een wikkel
  • volvette kaas en volle melkproducten
  • (vet) vlees
  • chocolade, koek, gebak en snacks

Ook in sommige plantaardige vetten komen veel verzadigde vetten voor, zoals:

  • cacaoboter
  • palmolie
  • kokosvet

Transvetten

Transvetten hebben een ongunstig effect op het cholesterolgehalte. Veel meer nog dan verzadigde vetten. Transvetten verhogen het LDL-cholesterolgehalte en verlagen bovendien het gunstige HDL-cholesterol.

Vervanging van verzadigde vetten en transvetten door onverzadigde vetten heeft een gunstig effect op het cholesterolgehalte in het bloed.

Transvet ontstaat door chemische bewerking van (onverzadigde) vetten in de fabriek en zit vaak verborgen in:

  • koek en gebak
  • snacks

Ook natuurlijke producten bevatten transvet. Melk, roomboter, kaas, rundvlees en schapenvlees bevatten kleine hoeveelheden transvet.

Onverzadigd vet

Onverzadigde vetten verhogen het gunstige HDL-cholesterol in het bloed. Producten met veel onverzadigd vet zijn onder andere vloeibare bakproducten, oliën, noten en vette vis.

Onverzadigd vet komt voor als:

  • enkelvoudig onverzadigde vetzuren
  • meervoudig onverzadigde vetzuren (o.a. omega-3 vetzuren)

Omega-vetzuren uit vis en plantaardige producten

Omegavetzuren zijn te verdelen in:

  • visvetzuren (EPA en DHA)
  • alfa-linoleenzuur

Visvetzuren

Omega-3 vetzuren zijn EPA en DHA. Een hoog gehalte vind je in vette vissoorten, zoals: makreel, haring en zalm.

Een gemiddeld gehalte aan EPA en DHA is te vinden in vissoorten zoals baars, garnalen, kabeljauw, mosselen, kreeft of schelvis.

Weinig EPA en DHA zit in gefrituurde vissoorten, zoals vissticks, lekkerbekjes of kibbeling.

Alfa-linoleenzuur

Alfa-linoleenzuur (ALA) is ook een omega-3 vetzuur. Dit is een plantaardig vetzuur, dat voorkomt in onder andere:

  • noten, onder andere walnoten
  • zaden
  • oliën
  • sommige plantaardige (dieet)margarines

Het lichaam maakt ook zelf EPA en DHA aan uit alfa-linoleenzuur (ALA). Het is echter nog onduidelijk hoeveel.

Advies

Het algemene advies is: probeer zoveel mogelijk verzadigd vet in de voeding te vervangen door onverzadigd vet.

Er is nog veel onduidelijkheid over visoliecapsules en voedingsmiddelen met omega-vetzuren. Daarom is de Hartstichting terughoudend in haar advies over deze producten.

De Hartstichting volgt het advies van de Gezondheidsraad voor omega-3 vetzuren: eet 1 a 2 keer per week vis, waarvan 1 keer vette vis, zoals zalm, haring of makreel. Hartpatiënten die niet van vis houden, kunnen het beste met hun arts overleggen over alternatieven voor omega-3 vetzuren.

Hartstichting en vetten

De Hartstichting zet zich in om de samenstelling van bewerkte voedingsmiddelen te verbeteren. We pleiten voor minder zout, verzadigd vet en suiker in bewerkte voedingsmiddelen.

Lees wat we doen aan productverbetering

Deel via:
Vragen