Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

Diabetes. U kent het misschien wel onder de naam suikerziekte. Wat heeft suiker met diabetes te maken?

Een andere naam voor suiker is glucose. U heeft glucose nodig als bron van energie. Glucose is een koolhydraat, net zoals zetmeel. Producten die relatief veel koolhydraten bevatten zijn brood, aardappelen, rijst, pasta, fruit en natuurlijk kristalsuiker.  suikerklontjes

Normaal heeft u precies genoeg glucose in het bloed. Dit regelt het hormoon insuline, dat aangemaakt wordt in de alvleesklier.

De alvleesklier krijgt een signaal om dit hormoon aan te maken als het glucosegehalte in het bloed te hoog is. Insuline zorgt er dan voor dat het glucosegehalte in het bloed daalt tot een normaal niveau.

Bij diabetes werkt dit systeem niet goed en is de glucosestofwisseling verstoord. Er zijn 2 soorten diabetes:

  • diabetes type 1
  • diabetes type 2

Diabetes type 1
Mensen met diabetes type 1 maken niet of nauwelijks insuline aan. Door het gebrek aan insuline stijgt het glucosegehalte in het bloed. Diabetes type 1 komt vooral voor bij kinderen en jongvolwassenen.

Diabetes type 2
Mensen met diabetes type 2 maken wel insuline aan, maar te weinig. Hierdoor worden de cellen in het lichaam geleidelijk minder gevoelig voor insuline. 

Meestal ontstaat deze aandoening bij mensen van middelbare leeftijd. Vroeger sprak men ook wel van ouderdomsdiabetes. Deze benaming klopt niet meer. Diabetes type 2 komt op steeds jongere leeftijd voor. Dit heeft onder andere te maken met onze leefstijl.

Diabetes is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. U heeft als diabetespatiënt een hogere kans op het  krijgen van een hart- of vaatziekte. Daarnaast krijgen veel mensen met diabetes problemen met hun ogen en nieren.

Soms is dát pas het moment dat iemand naar de arts gaat en de diagnose diabetes wordt gesteld. Dat is eigenlijk te laat. Hoe eerder u het weet, hoe beter!

Lees verder
Sommige mensen lopen een hoger risico dan anderen. Wie loopt extra risico op diabetes?