Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

Er bestaan verschillende vragenlijsten op het gebied van kwaliteit van leven of determinanten daarvan. Denk daarbij aan depressieve klachten of zelfmanagement.

Vragenlijsten over kwaliteit van leven kunnen worden ingedeeld in generieke en ziektespecifieke vragenlijsten.

Generiek
Generieke vragenlijsten zijn bedoeld om kwaliteit van leven te meten van gezonde mensen of patiënten met verschillende ziektebeelden die vervolgens met elkaar vergeleken kunnen worden. Voorbeelden van dergelijke kwaliteit van leven vragenlijsten:

Ziektespecifiek
Ziektespecifieke vragenlijsten meten de kwaliteit van leven van patiënten met een specifieke aandoening, zoals hartfalen. Deze vragenlijsten beoordelen wat de impact van de ziekte op het dagelijkse leven van de patiënt is.

Kwaliteit van leven van patiënten met betrekking tot het specifieke ziektebeeld kan worden vergeleken tussen verschillende patiëntengroepen met dezelfde aandoening. Voorbeelden van dergelijke vragenlijsten, specifiek voor patiënten met hartfalen, zijn:


Bekijk de kwaliteit van levenvragenlijsten met een bijbehorende handleiding in pdf-file (Nederlandse vertaling) .

Specifiek gezondheidsaspecten
Naast vragenlijsten over kwaliteit van leven die de algemene gezondheidstoestand meten, is het vaak wenselijk om specifieke aspecten van kwaliteit van leven te meten.

Depressieve klachten.
Een veel gebruikte uitkomstmaat is de aanwezigheid van psychische klachten al dan niet als gevolg van moeilijkheden of vervelende gebeurtenissen. Wanneer in onderzoek depressie wordt gemeten door middel van zelfrapportage wordt meestal de mildere vorm van depressie bedoeld en niet de klinische depressie (Ensel, 1986).

Depressieve klachten kunnen worden gemeten door middel van vragenlijsten en semi- gestructureerde interviews.
Voorbeelden van veel gebruikte vragenlijsten om depressieve klachten te meten, die ook in het Nederlands zijn vertaald, zijn:

Type D persoonlijkheid
Type D persoonlijkheid (distressed personality) verwijst naar mensen die zowel hoog scoren op negatieve affectiviteit (neiging om negatieve emoties te ervaren) als op sociale remming/inhibitie (neiging om je niet te kunnen uiten). Deze mensen hebben een verhoogd risico op overlijden of het opnieuw doormaken van een hartaanval of hartstilstand.

Of iemand een type D persoonlijkheid heeft kan worden uitgevraagd met een vragenlijst (DS14).
De vragenlijst heeft 14 vragen met een 5 punts likertschaal antwoordencategorie (onjuist (0), eerder onjuist (1), neutraal (2), eerder juist (3), juist (4)).
De antwoorden van de vragen 1 en 3 moeten worden gespiegeld.
Vervolgens kunnen 2 subscores worden berekend, te weten: negatieve affectiviteit (optellen van de punten van de antwoorden op de vragen 2+4+5+7+9+12+13) en sociale inhibitie (optellen van de punten van de antwoorden op de vragen 1+3+6+8+10+11+14).
Indien op beide subscores 10 punten of meer wordt gescoord, kun je spreken van een type D persoonlijkheid. De vragenlijst is ontwikkeld door Denollet et al, 2005.

Zelfmanagement
Naast kwaliteit van leven, kunnen patiënten ook worden gevraagd naar andere aspecten die te maken hebben met het kunnen omgaan met hartfalen in het dagelijkse leven zoals zelfmanagement, kennis over hartfalen, therapietrouw, de impact van hartfalen op partners, belasting voor partners. Deze aspecten worden meestal voorgelegd in de vorm van vragenlijsten.

  • European Heart Failure Self-Care Behaviour Scale-NLversie (EHFScBS) (Jaarsma et al. 2003
  • Self-Care Heart Failure Index (SCHFI) (Riegel et al. 2004). De Self-Care Heart Failure Index is een vragenlijst die patiënten zelf kunnen invullen. De index bevat 15 items met 4 antwoord mogelijkheden per item. De SCHFI heeft 3 subschalen: Self-Care Maintenance; Self-Care Management en Self-Care Self Confidence en is (nog) niet vertaald in het Nederlands. 
  •  Kennis over hartfalen. Dutch Heart Failure Knowledge Scale (Van der Wal et al., 2005). Dit is een schaal die beoogt de kennis van patiënten met hartfalen te meten. De vragenlijst bevat 15 vragen over hartfalen in het algemeen, over de behandeling, het dieet, vochtbeperking en het herkennen van symptomen.
  • Therapietrouw bij hartfalen: Revised Heart Failure Compliance Scale. Dit betreft een vragenlijst over therapietrouw naar afspraken op de polikliniek, medicatie, dieet (wegen, vochtbeperking, zoutbeperking) en activiteiten. Deze vragenlijst is een vertaalde versie van de vragenlijst naar therapietrouw: Revised Heart Failure Compliance Scale (Evangelista et al., 2001) en is gebruikt in de COACH studie.

Rol van de partner bij hartfalen
Bovenstaande vragenlijsten hebben allen betrekking op patiënten met hartfalen.
Uit onderzoek blijkt dat het zorgen voor een patiënt met hartfalen effect heeft op de kwaliteit van leven van de partner van de patiënt. 

  • Caregiver Reaction Scale (CRA; opent in nieuw scherm) (Given CW et al., Res Nurs Health. 1992;15: 271-83.) Dit is een vragenlijst voor partners van chronische zieken, waarmee geïnventariseerd wordt in welke mate partners zich belast voelen, zowel in positieve als negatieve zin, door te zorgen voor een chronische zieke patiënt. De CRA is een vragenlijst naar de ervaren belasting van partners van patiënten met een chronische aandoening
  • Dutch Objective Burden Inventory (DOBI) (Luttik ML et al., 2007). Dit is een vragenlijst voor partners van patiënten met hartfalen waarmee inzicht wordt verkregen in de taken die de partner van een patiënt met een chronische aandoening vervult. Hierbij wordt gekeken naar het wel/niet uitvoeren van de taken en de mate van belasting van het uitvoeren van deze taak