Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
Onderzoek hartstilstand
De Hartstichting financiert veel onderzoek naar hartstilstand.
Enkele voorbeelden:
Herkenning hartstilstand redt levens
Gen verstoort hartritme
Rem op ritme
Gevaarlijke genen
Slechte afloop te voorspellen
Herkenning hartstilstand redt levens
De kans om een hartstilstand te overleven stijgt als omstanders de tekenen van een hartstilstand herkennen. De meldkamer van de ambulance moet goed navragen of het slachtoffer normaal ademt.
Als het slachtoffer niet of onregelmatig ademhaalt terwijl hij buiten bewustzijn is, wijst dat op een hartstilstand. Als de meldkamer weet dat het om een hartstilstand gaat, is de overlevingskans van het slachtoffer groter.
Deze conclusie volgt uit een analyse van bijna 15.000 telefoontjes naar Noord-Hollandse meldkamers.
Bij een hartstilstand spoort de meldkamer omstanders aan om zo snel mogelijk te reanimeren. Bovendien stuurt de meldkamer twee ambulances op pad, in plaats van één. Daardoor is de hulp sneller ter plaatse.
Wie, waar, wanneer?
Maastrichtse onderzoekers willen meer weten over een afwijkend gen dat de overdracht van elektrische prikkels in het hart verandert, en leidt tot ritmestoornissen op jonge leeftijd.
De wetenschappers gaan een nieuwe meetmethode ontwikkelen, zodat mensen met het afwijkende gen meer informatie kunnen krijgen over eventuele problemen met de elektrische prikkels in hun hart.
Niet iedereen met het afwijkende gen krijgt problemen met het hartritme. En niet alle mensen met hartritmestoornissen hebben het afwijkende gen.
Soms krijgt een relatief jong persoon plotseling hevige hartritmestoornissen. Die kunnen leiden tot een hartstilstand, en tot overlijden.
Wie, waar, wanneer?
Onderzoekers zijn een veelbelovende stof op het spoor, die een nieuwe behandeling van ritmestoornissen dichterbij brengt.
De wetenschappers bestudeerden ritmestoornissen in varkensharten. Ze ontdekten onder meer dat de stof carbenoxolone voor een ontkoppeling zorgt van hartlagen.
Het hart bestaat uit verschillende lagen. Als deze goed met elkaar verbonden zijn, lopen de stroomsignalen soepel over het hart. Hierdoor trekt het hart samen, en pompt het bloed rond.
Dat carbenoxolone deze hartlagen van elkaar kan loskoppelen, is een belangrijke ontdekking. Na een infarct overleeft de buitenste laag het gebrek aan bloedtoevoer, terwijl de binnenste laag afsterft. De elektrische geleiding tussen deze twee delen raakt verstoord, waardoor het hartritme op hol slaat.
Carbenoxolone kan een verstoord ritme mogelijk voorkomen. De stof biedt wetenschappers een nieuwe ingang voor een geneesmiddel tegen ritmestoornissen na een infarct.
Wie, waar, wanneer?
Sommige mensen hebben genetische aanleg voor een hartstilstand. Zij hebben een verhoogde kans dat een hartkamer op hol slaat na een infarct. Dit 'kamerfibrilleren' kan leiden tot een hartstilstand en overlijden.
De kans dat de hartkamer in de eerste uren na een hartinfarct op hol slaat (kamerfibrilleren), is ruim 2,5 keer groter als iemand in de directe familie plotseling is overleden aan een hartkwaal.
Dit blijkt uit een analyse van ruim 300 patiënten met kamerfibrilleren na een hartinfarct. Deze patiënten bleken relatief vaak familie te hebben die plotseling was overleden aan een hartkwaal. De controlepatiënten, bij wie een hartinfarct niet tot leidde tot kamerfibrilleren, hadden minder vaak een ouder of kind verloren op zo'n manier.
Het lijkt er dus op dat sommige families genetische aanleg hebben voor kamerfibrilleren. De onderzoekers zijn nu op zoek naar de betrokken genen.
Wie, waar, wanneer?
Als een patiënt 24 uur na een hartstilstand en reanimatie nog bewusteloos is, vertellen een paar lichamelijke kenmerken of er nog hoop is op een goede afloop. Dit bespaart de betrokkenen veel onzekerheid.
Een patiënt herstelt niet meer als de hersenen 24 uur na reanimatie niet reageren op stroomstootjes in de vingers. De patiënt zal overlijden of blijvend bewusteloos blijven. Ditzelfde geldt als de oogpupillen na 3 dagen niet meer reageren op licht. Ook epileptische aanvallen en spontane spierschokken zijn voorspellers van een slechte afloop.
Onderzoekers trekken de conclusies na tests bij ruim 400 patiënten uit 32 Nederlandse ziekenhuizen. Alle patiënten waren 24 uur na reanimatie nog bewusteloos.
Door dit onderzoek kunnen artsen eerder een betrouwbare prognose geven. Dit voorkomt dat familieleden onnodig lang in onzekerheid zitten, en de patiënt zinloze behandelingen ondergaat.
Wie, waar, wanneer?