Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

De Hartstichting financiert veel onderzoek naar hartfalen (een verminderde pompkracht door bijvoorbeeld een infarct).

 

 

Enkele voorbeelden:

Hartinfarct sneller opsporen
Dotteren beter uitstellen
Minder schade na hartinfarct
Hart past zich aan
Ziekenhuis of huisarts?



Hartinfarct sneller opsporen

Wetenschappers hebben een bloedtest ontwikkeld waarmee artsen sneller kunnen nagaan of iemand een hartinfarct heeft gehad. De behandeling kan dus eerder beginnen, en dat verbetert het herstel.

De nieuwe test kan aantonen of iemand kenmerken in zijn bloed heeft van een 'slechte' plaque (ophoping van vet en bloedcellen). In tegenstelling tot goede, stabiele plaques, scheuren slechte plaques snel.

Een gescheurde plaque kan leiden tot een hartinfarct, doordat het losgekomen bloedpropje een bloedvat afsluit.

Wie, waar, wanneer?

  • Dr. K.B.J.M Cleutjens
  • Pathologie, Maastricht Universitair Medisch Centrum
  • Looptijd: 2002 - 2005


Dotteren beter uitstellen

Bij plotselinge pijn op de borst kunnen artsen beter niet te snel starten met dotteren, ontdekten Amsterdams onderzoekers. 

De hartspier raakt minder beschadigd als patiënten eerst een aantal uren medicijnen krijgen tegen bloedstolling. Na 24 tot 48 uur kan het dotteren beginnen.

De onderzoekers trekken deze conclusie nadat ze twee groepen patiënten vergeleken. Alle patiënten hadden een vernauwing in een bloedvat dat de hartspier van bloed voorziet. Zo'n vernauwing leidt vaak tot pijn op de borst.

De patiënten uit beide groepen ondergingen een operatie waarbij artsen een stent plaatsten (een soort metalen buisje), om het bloedvat open te houden. Groep 1 ging direct bij opname onder het mes, terwijl groep 2 eerst medicijnen kreeg, onder meer tegen bloedstolling.

Wat bleek? De mensen in de eerste groep kregen vaker een hartinfarct dan patiënten in groep 2.

Artsen zijn soms geneigd om patiënten met pijn op de borst zo snel mogelijk te opereren, omdat ze willen voorkomen dat iemand een spontaan hartinfarct krijgt. Maar het lijkt er dus op dat een snelle operatie juist leidt tot meer hartschade.
  
Wie, waar, wanneer?

  • Prof. Dr. G.J. Laarman
  • Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam
  • Looptijd: 2005 - 2007




Minder schade na hartinfarct

Een hartinfarct lijkt minder schade aan te richten als de patiënt snel eiwitten tegen bloedstolling krijgt toegediend.

Maastrichtse onderzoekers deden deze ontdekking bij muizen, die ze twee verschillende eiwitten toedienden. De beide eiwitten zorgden ervoor dat er minder ontstekingscellen naar het hart gingen, en dat er minder tekenen van ontsteking in het bloed zaten.

Deze resultaten bieden nieuwe ingangen om de hartschade na een infarct te beperken.

Tijdens een infarct is een van de bloedvaten naar het hart afgesloten, waardoor het achterliggende weefsel te weinig zuurstof krijgt. Dit leidt tot een ontsteking, en eiwitten voor de bloedstolling lijken hierbij een rol te spelen. Remming van die eiwitten zou dus de schade aan het hart verminderen.  

Wie, waar, wanneer?

  • Prof. Dr. H. Ten Cate
  • Interne geneeskunde, Maastricht Universitair Medisch Centrum
  • Looptijd: 2004 - 2008


Hart past zich aan

Hoe behoudt het hart zijn pompkracht, ook na jarenlange hoge bloeddruk of een hartinfarct?

Het hart past zich aan bij inspanning. Dat gebeurt op twee manieren. Op een gunstige manier, als je regelmatig in beweging komt, of op een ongunstige manier - als het hart extra pompkracht nodig heeft omdat je bijvoorbeeld jarenlang een hoge bloeddruk hebt.

De aanpassing aan de extra belasting van het hart (positief of negatief) gebeurt in de genen: sommige worden actiever, andere minder actief.
Rotterdamse onderzoekers willen weten om welke genen het precies gaat. Als die gevonden worden, kunnen mensen met een verminderde pompkracht van het hart (hartfalen) mogelijk eerder en beter behandeld worden.  

Wie, waar, wanneer?

  • Prof. Dr. D.J.G.M. Duncker
  • Experimentele cardiologie, Erasmus Medisch Centrum
  • Looptijd: 2006 - 2010




Ziekenhuis of huisarts?

Is de jarenlange zorg voor mensen met hartfalen over te dragen van het ziekenhuis naar de huisarts?

Groningse onderzoekers zien aankomen dat ziekenhuizen onvoldoende capaciteit hebben om de groeiende groep patiënten ook in de toekomst goed te begeleiden.

In principe zouden huisartsen en gespecialiseerde verpleegkundigen de zorg op zich kunnen nemen, maar tot nu toe lijkt de begeleiding vanuit het ziekenhuis beter. 

De wetenschappers gaan twee vergelijkbare groepen patiënten een jaar lang volgen. De ene groep staat onder begeleiding van een cardioloog en hartfalenverpleegkundige in het ziekenhuis. De andere patiënten staan onder controle van een huisarts en eventuele verpleegkundige, die hetzelfde protocol volgen als ziekenhuizen. De huisartsen kunnen overleggen met het ziekenhuis en patiënten zo nodig doorsturen. 

De resultaten zullen helpen om de langdurige begeleiding van patiënten met hartfalen ook in de toekomst goed te regelen.

Wie, waar, wanneer?

  • Dr. T. Jaarsma
  • Cardiologie, Universitair Medisch Centrum Groningen
  • 2009 - 2013