Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
Trombose en longembolie
Uw arts luistert goed naar uw klachten en onderzoekt uw pijnlijke been of arm. De arts zoekt met u naar een oorzaak voor een mogelijke trombose: bent u bijvoorbeeld net geopereerd of heeft uw been in het gips gezeten?
De volgende onderzoeken helpen om de diagnose definitief te stellen:
Antistollingsmiddelen
Het eerste doel van de behandeling van trombose is voorkomen van een longembolie en zorgen dat het stolsel niet verder aangroeit. Wanneer de diagnose diep veneuze trombose is gesteld, krijgt u direct antistollingsmiddelen.
Is de trombose groot of is het een trombose in het bekken dan is meestal ziekenhuisopname nodig. Ook bij een longembolie belandt u in het ziekenhuis. In het begin krijgt u tweemaal daags een prik met heparine en tegelijkertijd antistollingstabletten. Is uw bloed voldoende ontstold dan krijgt u alleen tabletten.
Bij thuiskomst ondersteunt de trombosedienst de behandeling. Zij bepalen geregeld de stollingswaarden van het bloed en stemmen de medicijnen daarop af.
Elastische kous
Het tweede doel van de behandeling is het voorkomen van nare gevolgen van de trombose op de lange duur.
U krijgt een elastische kous aangemeten. Deze kous draagt u overdag. De kous voorkomt zwelling van het been en bevordert de doorstroming van het bloed. Hiermee verkleint de kans op een herhaling van de trombose en op complicaties zoals een open been.
Lees meer over elastische kousen
Lees verder
Wat kunt u zelf doen om (nieuwe) trombose te voorkomen?