Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

Veelgestelde vragen over een aneurysma

Heeft u andere vragen? Stel ze dan aan de Infolijn Hart en Vaten via dit formulier.

Wilt u liever telefonisch contact met een voorlichter? Dit kan van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 13.00 uur. Het telefoonnummer is 0900 - 3000 300 (lokaal tarief).

Waarom komt een aneurysma vaker voor in de buikholte dan in de borst?

In de wand van de aorta bevinden zich veel elastische vezels. De aorta kan zo de drukgolf van de hartslag goed opvangen. Vooral in het eerste deel van de aorta is dit belangrijk. Het deel van de aorta dat verder van het hart verwijderd is, heeft minder steun van elastische vezels nodig.   Ook wordt de aorta daar steeds smaller. Hierdoor neemt de kans op een aneurysma toe.

 

Wat is moet ik doen tot aan de operatie van een aneurysma?

In de periode waarin u nog niet geopereerd wordt, moet u vooral de bloeddruk laag houden. De volgende afspraken helpen:

  • volgens voorschrift uw medicijnen slikken
  • regelmatig uw bloeddruk laten controleren
  • met uw arts streefwaarden afspreken voor uw bloeddruk

1 of 2 keer per jaar krijgt u een CT-scan om te zien of het aneurysma groeit.

Is een controle met een scan nog jaarlijks nodig nadat een vaatprothese is geplaatst?

Controle na een aortaprothese is niet perse nodig. Een endoprothese wordt nog wel gecontroleerd op lekkages.

Mag ik sporten of tuinieren met een aneurysma?

Het is belangrijk dat u in goede conditie blijft. Dat betekent:

  • stoppen met roken
  • niet te zwaar worden
  • voldoende bewegen!

Kies voor beweegactiviteiten die u langer kunt volhouden zoals wandelen, fietsen of zwemmen. Sporten met veel krachtsexplosies of sprintjes zijn minder geschikt.

Tuinieren is een prima activiteit, maar zwaar spitten of struiken rooien kunt u beter aan een ander overlaten. Misschien vindt u het leuk om te sporten met andere hart- en vaatpatiĆ«nten. Kijk op de beweegzoeker van De Hart&Vaatgroep voor activiteiten in uw buurt.

Voor alle activiteiten geldt: vraag uw specialist wat u wel en wat u niet mag.

Patiƫntenorganisaties

Infolijn februari 2012