Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
De diagnose hartfalen is niet eenvoudig. Welke onderzoeken zijn er nodig om hartfalen vast te stellen?
U kunt te maken krijgen met een aantal onderzoeken, zoals:
De arts luistert met de stethoscoop naar aanwijzingen voor klepafwijkingen of vocht in de longen. Verder kijkt hij of u vocht vasthoudt in uw benen en of de lever gezwollen is.
Aanvullende onderzoeken zijn: een hartkatheterisatie, een slokdarmecho of een inspanningsonderzoek (fietstest of loopband) en een inspanningsonderzoek met isotopen.
Wat is de ejectiefractie?
De ejectiefractie is een goede maat voor de pompkracht van het hart. De ejectiefractie geeft aan welk percentage van het bloed bij elke hartslag uit de hartkamer wordt geperst. Dit is nooit 100%. Er blijft altijd een deel van het bloed achter. Gezonde mensen hebben een ejectiefractie van 60 tot 70 %. De ejectiefractie is op verschillende manieren te meten. Dit gebeurt via echocardiografie, een scan met isotopen of een MRI.
Wat is de BNP-bepaling?
BNP staat voor Brain Natriuretic Peptide. Het is een eiwit. Spiercellen in de hartkamers scheiden het eiwit af als zij lange tijd onder verhoogde druk staan. Een hoog bnp-gehalte in het bloed is aanleiding voor nader onderzoek naar hartfalen. Een laag bnp-gehalte in het bloed geeft aan, dat er geen sprake is van hartfalen.
Lees verder
Behandeling hartfalen
Nieuw!
Brochure Hartfalen als luisterversie