Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
Met een pacemaker kunt u gewoon wandelen, fietsen en sporten. Alleen met contactsporten, zoals vechtsporten of balsporten moet u oppassen. Een klap of trap op de plek van uw pacemaker is erg pijnlijk. De pacemaker gaat hierdoor niet kapot, maar er is wel een kleine kans dat de aansluiting van een elektrode knapt.
Autorijden
Na het plaatsen van een pacemaker krijgt u het advies om een week tot een maand lang geen auto te rijden. Dit heeft te maken met het feit dat uw wond moet genezen en dat u moet wennen aan een pacemaker. Uw cardioloog informeert u hierover. Na deze periode mag u weer in een personenauto rijden.
Voor personenauto's (rijbewijzen van groep 1) is het niet nodig om bij het CBR te melden dat u een pacemaker heeft. Eventueel kunt u voor alle zekerheid aan uw cardioloog vragen in uw medisch dossier aan te tekenen dat u mag autorijden.
Als u beroepschauffeur bent van een vrachtwagen of bus (rijbewijzen van groep 2) dan moet een onafhankelijk medisch specialist eerst een rapport opstellen.
Elektrische apparatuur
Sterke elektrische apparaten kunnen de werking van de pacemaker storen. Apparaten die niet of nauwelijks invloed hebben op de pacemaker zijn:
MRI-veilige pacemaker
Met de meeste pacemakers mag u geen MRI-onderzoek ondergaan. Sinds kort is er echter een nieuwe MRI-veilige pacemaker beschikbaar. Met deze pacemaker kunt u een MRI-onderzoek van het hele lichaam, dus ook het borstgebied, ondergaan. Of u in aanmerking komt voor deze pacemaker kunt u overleggen met uw cardioloog.
Pacemaker registratie
Uw ziekenhuis registreert uw pacemaker bij de Dutch ICD and Pacemaker Registry (DIPR). U krijgt van uw arts een pacemaker-registratiekaart. Het is handig om deze altijd bij u te hebben. Hierop staan de gegevens van uw pacemaker en enkele persoonlijke gegevens. Als u deze niet ontvangen heeft, vraag uw cardioloog hier dan gerust naar.
Een gezonde leefstijl is belangrijk. Lees meer over gezond leven.