Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
De ingreep vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving.
De arts plaatst de pacemaker meestal onder het linkersleutelbeen. Bij mensen die de linkerarm veel gebruiken heeft het rechtersleutelbeen de voorkeur. De pacemaker wordt onder de huid geplaatst (subcutane implantatie), of dieper in het lichaam, onder de borstspier (submusculaire implantatie).
De arts maakt een klein zakje (pocket) onder de huid of onder de borstpier. Hierin plaatst hij de pacemaker. Via de sleutelbeenader en de grote holle ader schuift de arts de elektroden naar het hart.
De elektrode haakt vast aan de binnenzijde van de hartwand (endocardiale pacemaker). Dit kan met weerhaakje of een soort kurkentrekkertje.
Wanneer de chirurg ervoor kiest de elektrode(n) aan de buitenkant van het hart (epicardiale pacemaker) vast te maken, gebeurt dat met een openhartoperatie. Zo'n operatie vindt onder volledige narcose plaats.
Na afloop controleert de pacemakertechnicus of de pacemaker goed werkt. daarna wordt de wond gesloten.
Na de operatie blijft u nog 1 Ć 2 dagen in het ziekenhuis.
Risico's en complicaties
Een operatie brengt altijd een risico met zich mee. Ook het implanteren van een pacemaker. Er bestaat een kans op:
Waarom een klaplong? De chirurg kan per ongeluk door het longvlies prikken bij het openmaken van de borstkas of bij het aanprikken van de ader waar de elektrode doorheen moet. Een ingeklapte long is goed te verhelpen. De chirurg is hier goed op voorbereid.
Kort na de implantatie kan een elektrode losraken van de hartwand. De pacemaker verliest het contact met het hart en werkt dan niet meer. De losgeraakte pacemakerdraad wordt dan weer operatief vastgezet.
Als u voortdurend de hik heeft, neem dan contact op met uw cardioloog. Dit wijst vaak op een losgeraakte pacemakerdraad.
Thuis, en dan?
Na thuiskomst voelt u mogelijk een tijdlang de elektroden trekken. Dat is normaal.
Maak in het begin geen extreme rek- en strekbewegingen. De draden moeten eerst nog vastgroeien.
Pacemakercontrole
Na de implantatie moet u regelmatig voor controle komen bij uw:
De pacemakertechnicus onderzoekt of uw pacemaker goed werkt. Hij meet de pacemaker uitvoerig door en stelt deze indien nodig bij. Uw cardioloog doet medische controle van uw hart.
Controle vanaf huis
Bij de nieuwste pacemakers hoeft u niet steeds naar het ziekenhuis voor controle. Uw arts houdt de werking van uw pacermaker via uw (mobiele) telefoon in de gaten.
Dit heet telemonitoring.
Video implantatie van een pacemaker
Bekijk leve beelden van het plaatsen van een pacemaker:
Lees verder
Leven met een pacemaker