Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
ICD
Als u een ICD heeft zijn er een aantal zaken waarmee u rekening moet houden:
De ICD reageert op een kamerritmestoornis, maar meestal zult u wel het bewustzijn verliezen. Er zijn activiteiten die u beter kunt mijden of die u beter samen met anderen kunt doen, omdat het gevaarlijk is als u bij deze activiteiten bewusteloos raakt.
Controlere van uw ICD
U moet tenminste 2 keer per jaar voor controle naar het ziekenhuis.
De ICD-technicus controleert met een draadloos apparaat of uw ICD goed werkt en of de instellingen juist zijn. Ook de batterij van de ICD wordt gecontroleerd.
De cardioloog controleert uw hart en uw hartritme. Hij kan aan de gegevens uit het geheugen van de ICD zien of u in de voorafgaande periode hartritmestoornissen heeft gehad en hoe de ICD daarop heeft gereageerd.
Magnetische velden
Rondom draaiende elektromotoren of in de buurt van grote magneten ontstaat een magnetisch veld dat de werking van de ICD kan beïnvloeden. Televisie, magnetron en andere huishoudelijke apparaten zijn meestal ongevaarlijk.
U kunt anti-diefstalpoortjes in winkels zonder problemen passeren, maar loop er wel snel doorheen.
De ICD-identiteitskaart
Deze kaart krijgt u van het ziekenhuis. Hierop staat informatie over uw ICD en de naam en telefoonnummer van uw behandelend arts. Draag deze kaart steeds bij u. Als u het bewustzijn verliest, weten de mensen die u helpen dankzij deze kaart dat u een ICD draagt en met wie ze eventueel contact moeten opnemen.
Autorijden en ICD
U mag gedurende twee maanden na implantatie van de ICD niet autorijden. U krijgt van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) pas een vergunning als uw cardioloog eerst een schriftelijke verklaring heeft ondertekend.
Dit gebeurt na cardiologische controle die tenminste 2 maanden na implantatie plaats vindt.
Als een ICD in of na deze observatieperiode een of meer stroomstoten afgeeft, dan bent u minimaal 2 maanden na de laatste schok ongeschikt om te rijden.
Op de website van de Stichting ICD-dragers Nederland (STIN), vindt u informatie over autorijden met een ICD.
Op vakantie met een ICD
Met een ICD kunt u gerust op vakantie. U mag ook vliegen.
Op vliegvelden kunt u het beste meteen aan de beveiligingsbeambte uw ICD-identiteitskaart laten zien. U kunt dan gefouilleerd worden. De opsporingsapparatuur reageert vrijwel zeker op uw ICD.
Ook in het buitenland zijn centra waar u in geval van een schok of problemen met de ICD terecht kunt. Het type ICD bepaalt waar u terecht kunt. De fabrikant van uw ICD heeft de meest recente lijst van ziekenhuizen in de directe omgeving van uw vakantieadres.
Op de website van de STIN staat nuttige informatie voor als u op vakantie gaat, onder andere: