Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

Van het ene op het andere moment is het zover. Er is iemand overleden die zijn hart beschikbaar stelt. Wat gebeurt er dan en hoe wordt een harttransplantatie uitgevoerd?

Als er iemand overlijdt die zijn hart beschikbaar heeft gesteld in het donorcodicil, moet er snel gehandeld worden. De stappen zijn:

  • de bloedsomloop van de overledene op gang houden, zodat het hart bruikbaar blijft voor transplantatie
  • het hart uitnemen en behandelen met een vloeistof, waardoor het hart nog 4 tot 6 uur bruikbaar is voor transplantatie
  • onderzoeken of het hart gezond isHarttransplantatie: zoeken naar een geschikt hart

Eurotransplant gaat na een melding van een (mogelijk) donorhart, direct op zoek naar de meest geschikte patiënt. Ze zoeken naar iemand op de wachtlijst die: 

  • een vergelijkbare lichaamsbouw heeft
  • dezelfde bloedgroep heeft

Als meerdere personen geschikt zijn voor het donorhart, is de patiënt die het langst op de wachtlijst staat de eerste keuze.

U bent aan de beurt, wat nu?
Als u degene bent voor wie een geschikt hart gevonden is, moet er snel gehandeld worden.

U krijgt een telefoontje dat er een hart beschikbaar is en u wordt opgehaald per ambulance. In het ziekenhuis krijgt u een aantal onderzoeken om uw conditie te bepalen.

Ondertussen onderzoeken artsen of het donorhart gezond is en geen afwijkingen heeft. Daarna hoort u of de transplantatie definitief doorgaat.

Hoe verloopt de operatie?
Op de operatiekamer wordt u onder narcose gebracht en aangesloten op de beademingsmachine. Na het inbrengen van infusen en een maagslang kan de operatie beginnen. De operatie duurt meestal 4 tot 6 uur.

Tijdens de operatie wordt het bloed via een hart-longmachine rondgepompt door het lichaam.

Uw eigen hart wordt verwijderd en vervangen door een donorhart. De hartchirurg verbindt het nieuwe hart met de bloedvaten van uw oude hart. Daarna koppelt hij de hart-longmachine af wordt uw bloedsomloop hersteld. Daarna is het afwachten of het nieuwe hart zelf op gang komt. 

Als de operatie bijna klaar is, wordt een pacemaker ingebracht. Deze moet uw hart ondersteunen. Meestal is dit tijdelijk. Ook blijven een paar slangen (drains) voor de afvoer van wondvocht achter.

Risico's en complicaties
Een harttransplantatie is een zware ingreep. Mogelijke complicaties zijn:

  • het donorhart komt na implantatie niet op gang
  • heel af en toe ontstaat er hersenschade tijdens de operatie
  • direct na de operatie is er een kleine kans op een bloeding in het operatiegebied
  • tijdelijke nierproblemen (gevolg van het gebruik van de hart-longmachine en medicijnen tijdens operatie)

Het komt voor dat patiënten tijdens de transplantatie (of vlak ná de ingreep) overlijden. De kans hierop is ruim 5 procent.

Na afloop van de operatie moet u ongeveer 3 weken in het ziekenhuis blijven. De eerste paar dagen op de intensive care en daarna op de verpleegafdeling. 

Controle
In het eerste jaar na de transplantatie heeft u regelmatig contact met uw cardioloog om:

  • te controleren of het nieuwe hart goed werkt
  • afstotingsverschijnselen tijdig te herkennen
  • infecties te herkennen en voorkomen
  • te beoordelen of medicijnen goed aanslaan en om eventuele bijwerkingen te bespreken

Ook na het eerste jaar gaat u nog af en toe voor controle naar de polikliniek.

Lees verder
Leven met een donorhart