Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

Een nieuw hart is een grote verandering in uw leven. Voor uzelf, maar ook voor uw familie en vrienden. Waar moet u rekening mee houden in de eerste periode na de harttransplantatie?

De meeste mensen vinden dat hun leven sterk is verbeterd na de harttransplantatie.

U merkt dat u weer energie heeft en dingen wilt ondernemen. Maar het is ook normaal dat niet alles meteen zorgeloos verloopt. Vooral in het eerste jaar bestaat de kans op complicaties.

Psycho-sociale zorgNa harttransplantatie is kwaliteit van leven goed
U krijgt begeleiding van een maatschappelijk werker om uw uw ervaringen te bespreken:

  • hoe voelt u zich na de transplantatie?
  • hoe reageren uw partner, familie en vrienden?
  • heeft u hulpmiddelen nodig?
  • lukt het om de leefregels en adviezen te volgen?

Medicijnen
Na een harttransplantatie krijgt u diverse soorten medicijnen:

  • medicijnen tegen afstoting
  • bloedverdunners
  • middelen om infectie te voorkomen (de eerste maanden)
  • soms maagbeschermende middelen 
  • middelen tegen hoge bloeddruk

Voorkomen afstotingsverschijnselen 
Uw lichaam probeert stoffen af te stoten die er niet thuishoren. Na een harttransplantatie moet dit natuurlijk niet gebeuren.

Afstoting van het hart is een risico, maar komt niet zo vaak voor. Afstotingsverschijnselen zijn goed te behandelen, maar ze moeten wel tijdig herkend worden.

U krijgt medicijnen om acute afstoting te voorkomen. Zeker in het eerste jaar houdt de cardioloog in de gaten of medicijnen goed aanslaan.

Regelmatig onderzoekt hij stukjes hartweefsel om te kijken of er geen afstotingsverschijnselen zijn. Dit onderzoek heet hartbiopsie

Ook zelf moet u goed alert zijn. In het begin geven afstotingsverschijnselen vrij vage klachten die lijken op een griepje. U voelt zich niet lekker en bent moe, kortademig en koortsig.

In een latere fase zijn de klachten :

  • vocht vasthouden
  • grauwe of gelige huidskleur
  • hartritmestoornissen
  • shock

Neem klachten altijd serieus en neem contact op met de transplantatieverpleegkundige als u:

  • zich ziek voelt of niet lekker bent
  • koorts heeft
  • erg moe of kortademig bent
  • plotseling veel zwaarder wordt
  • tekenen van een infectie of ontsteking heeft

Uw huisarts zal niet zomaar een behandeling starten, maar overlegt altijd eerst met iemand van het transplantatieteam.

Voorkomen infecties
De medicijnen die afstoting tegengaan, maken u vatbaarder voor infecties. Een infectie is misschien op het oog  heel onschuldig, maar kan voor u grote gevolgen hebben.

Maatregelen die u zelf kunt nemen om infecties te voorkomen zijn:

  • persoonlijke hygiëne
  • goede tandzorg en mondhygiëne 
  • hygiënisch werken bij het koken 
  • uit de buurt blijven van mensen met infecties, zoals griep, keelontsteking of een koortslip
  • jaarlijks een griepprik halen (niet tijdens de behandeling tegen afstoting of bij ziekte)

Meld aan uw tandarts dat u een harttransplantatie heeft gehad. Hij moet dan met het transplantatieteam overleggen bij welke ingrepen u van tevoren antibiotica krijgt (endocarditisprofylaxe).

Controle op vernauwingen in de kransslagaders
Bij ongeveer 1 op de 4 mensen ontstaan na een harttransplantatie vernauwingen in de kransslagaders van het nieuwe hart. 

Het klassieke symptoom van angina pecoris of hartinfarct is een drukkende pijn op de borst. Maar na een harttransplantatie voelt u dit niet, omdat er 2 zenuwbanen zijn doorgesneden. Elk jaar krijgt u daarom een onderzoek van de kransslagaders.

Leefregels
De transplantatieverpleegkundige geeft u advies over uw leefstijl:

  • niet roken
  • minimaal alcoholgebruik
  • voldoende rust, ontspanning en regelmaat
  • gezonde voeding
  • vermijden van fel zonlicht (medicijnen maken de huid gevoeliger voor zonlicht)
U krijgt vóór ontslag uit het ziekenhuis een voedingsadvies van een diëtist over gezonde voeding en persoonlijk advies over de maximale hoeveelheid:
  • zout 
  • vocht
  • kilocalorieën per dag
Seksualiteit
Uw behoefte aan seksualiteit kan veranderd zijn na een harttransplantatie. Oorzaken zijn:
  • lichamelijke of psychische problemen
  • medicijnen

Stel uw vragen over seksualiteit of een eventuele kinderwens gerust aan het transplantatieteam.

Vrije tijd
De meeste mensen met een donorhart merken dat hun uithoudingsvermogen sterk verbeterd is na de transplantatie. Welke activiteiten kunt u weer oppakken na de transplantatie?Fietsen na harttrransplantatie

  • wandelen mag vrijwel direct. Begin met een korte wandeling en loop steeds langere stukken
  • fietsen en zwemmen mag na 6 weken 
  • autorijden mag na ongeveer 6 weken, bespreek dit met uw arts

In het eerste jaar na de transplantatie kunt u beter geen verre reizen maken. Daarna mag het wel, mits uw gezondheid goed en stabiel is. Bespreek uw reisplannen met uw cardioloog of transplantatieverpleegkundige.

Weer aan het werk
Veel mensen met een donorhart zijn jonger dan 65 jaar. Een groot deel van kan zijn oude werk op termijn weer oppakken. Uiteraard in goed overleg met de bedrijfsarts en werkgever. Soms is het nodig aangepast werk te doen of een beperkt aantal uren te werken.
Lees verder
Veelgestelde vragen over harttransplantatie