Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
Harttransplantatie
De meeste mensen vinden dat hun leven sterk is verbeterd na de harttransplantatie.
U merkt dat u weer energie heeft en dingen wilt ondernemen. Maar het is ook normaal dat niet alles meteen zorgeloos verloopt. Vooral in het eerste jaar bestaat de kans op complicaties.
Psycho-sociale zorg
U krijgt begeleiding van een maatschappelijk werker om uw uw ervaringen te bespreken:
Medicijnen
Na een harttransplantatie krijgt u diverse soorten medicijnen:
Voorkomen afstotingsverschijnselen
Uw lichaam probeert stoffen af te stoten die er niet thuishoren. Na een harttransplantatie moet dit natuurlijk niet gebeuren.
Afstoting van het hart is een risico, maar komt niet zo vaak voor. Afstotingsverschijnselen zijn goed te behandelen, maar ze moeten wel tijdig herkend worden.
U krijgt medicijnen om acute afstoting te voorkomen. Zeker in het eerste jaar houdt de cardioloog in de gaten of medicijnen goed aanslaan.
Regelmatig onderzoekt hij stukjes hartweefsel om te kijken of er geen afstotingsverschijnselen zijn. Dit onderzoek heet hartbiopsie.
Ook zelf moet u goed alert zijn. In het begin geven afstotingsverschijnselen vrij vage klachten die lijken op een griepje. U voelt zich niet lekker en bent moe, kortademig en koortsig.
In een latere fase zijn de klachten :
Neem klachten altijd serieus en neem contact op met de transplantatieverpleegkundige als u:
Uw huisarts zal niet zomaar een behandeling starten, maar overlegt altijd eerst met iemand van het transplantatieteam.
Voorkomen infecties
De medicijnen die afstoting tegengaan, maken u vatbaarder voor infecties. Een infectie is misschien op het oog heel onschuldig, maar kan voor u grote gevolgen hebben.
Maatregelen die u zelf kunt nemen om infecties te voorkomen zijn:
Meld aan uw tandarts dat u een harttransplantatie heeft gehad. Hij moet dan met het transplantatieteam overleggen bij welke ingrepen u van tevoren antibiotica krijgt (endocarditisprofylaxe).
Controle op vernauwingen in de kransslagaders
Bij ongeveer 1 op de 4 mensen ontstaan na een harttransplantatie vernauwingen in de kransslagaders van het nieuwe hart.
Het klassieke symptoom van angina pecoris of hartinfarct is een drukkende pijn op de borst. Maar na een harttransplantatie voelt u dit niet, omdat er 2 zenuwbanen zijn doorgesneden. Elk jaar krijgt u daarom een onderzoek van de kransslagaders.
Leefregels
De transplantatieverpleegkundige geeft u advies over uw leefstijl:
Stel uw vragen over seksualiteit of een eventuele kinderwens gerust aan het transplantatieteam.
Vrije tijd
De meeste mensen met een donorhart merken dat hun uithoudingsvermogen sterk verbeterd is na de transplantatie. Welke activiteiten kunt u weer oppakken na de transplantatie?
In het eerste jaar na de transplantatie kunt u beter geen verre reizen maken. Daarna mag het wel, mits uw gezondheid goed en stabiel is. Bespreek uw reisplannen met uw cardioloog of transplantatieverpleegkundige.
Weer aan het werk
Veel mensen met een donorhart zijn jonger dan 65 jaar. Een groot deel van kan zijn oude werk op termijn weer oppakken. Uiteraard in goed overleg met de bedrijfsarts en werkgever. Soms is het nodig aangepast werk te doen of een beperkt aantal uren te werken.