Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave

Veelgestelde vragen over een dotter- en stentbehandeling
Heeft u andere vragen? Stel ze dan aan de Infolijn Hart en Vaten via dit formulier.

Wilt u liever telefonisch contact met een voorlichter? Dit kan van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 13.00 uur. Het telefoonnummer is 0900 - 3000 300 (lokaal tarief).
Mijn cardioloog zegt dat ik kans heb op een restenose na een dotterbehandeling. Wat is dit?

Een stenose is een vernauwing. Een dotter- of stentbehandeling heft vernauwingen op. Soms treedt er in dat bloedvat toch opnieuw een vernauwing op. Dit heet restenose. De oorzaken zijn:

  • het proces van slagaderverkalking in de vaatwand gaat door en zorgt opnieuw voor een vernauwing
  • littekenvorming in de stent als reactie van het lichaam op de stent  (in-stent-restenose)

Er zijn stents die medicijnen bevatten om littekenvorming tegen te gaan (drug eluting stents).

Waarom moet ik antistolling gebruiken na het plaatsen van een stent?

U krijgt zowel tijdens als na het plaatsen van een stent antistollingsmiddelen.

Tijdens de behandeling is het belangrijk dat uw bloed niet gemakkelijk stolt en er geen bloedstolseltjes ontstaan aan de katheter. U krijgt dan antistolling via een infuus.

Na plaatsing van een stent zorgt uw lichaam ervoor dat de stent ingekapseld wordt. Zolang de stent niet bedekt is met een nieuw laagje cellen is er meer kans op bloedstolseltjes.

Hoe verbeter ik mijn conditie na een dotter- of stentbehandeling?

De meeste ziekenhuizen bieden een hartrevalidatieprogramma aan. Hier leert u om weer vertrouwen in uw lichaam te krijgen en werkt u aan uw lichamelijke conditie.Via de Beweegzoeker van de Hart & Vaatgroep vindt u sportmogelijkheden onder deskundige begeleiding bij u in de buurt.