Spring direct naar Zoeken, Site-navigatie, Inhoudsopgave
Persbericht
Den Haag, 27 september 2009 – Nieuw moleculair onderzoek moet ertoe leiden dat analyse van bijvoorbeeld een druppel bloed in de toekomst bepaalt of iemand een hart- of vaatziekte krijgt. Met dit soort nieuwe technieken zijn hart- en vaatziekten veel eerder en beter op te sporen dan nu het geval is.
De Nederlandse Hartstichting en het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) verwachten dat hierdoor over zes tot tien jaar minder mensen overlijden aan hart- en vaatziekten en patiënten een betere kwaliteit van leven hebben. Daarom investeert CTMM met financiële ondersteuning van de Hartstichting 110 miljoen euro in nieuw moleculair onderzoek. Dit maken zij bekend op Wereld Hart Dag, dé dag die wereldwijd in het teken staat van de preventie van hart- en vaatziekten.
Biomarkers sporen ziekten op
De 7 nieuwe moleculaire onderzoeksprojecten richten zich op de opsporing en de behandeling van:
De onderzoekers speuren naar ‘biomarkers’, signalen die ons lichaam afgeeft als er iets mis gaat. Dit valt onder meer af te lezen aan eiwitten (zoals in ons bloed of onze urine) of aan ons DNA.
Moleculair onderzoek levert technieken op die veranderingen in ons lichaam meten voordat ziektesymptomen zich openbaren. Dit zal de preventie van hart- en vaatziekten ingrijpend verbeteren.
Tijdig opsporen redt levens
Hart- en vaatziekten treden vaak onaangekondigd op bij ogenschijnlijk gezonde personen.
De meeste mensen die plotseling aan hart- en vaatziekten overlijden, hadden daarvoor geen klachten. Zo is plotse hartdood of een hartinfarct in ongeveer de helft van de gevallen het eerste signaal van slagaderverkalking. Slagaderverkalking is een van de belangrijkste veroorzakers van hart- en herseninfarcten.
Hart- en vaatziekten richten onherstelbare schade aan. Tijdige opsporing redt levens en voorkomt (verdere) schade.
Op dit moment schatten artsen in of iemand hart- en vaatziekten krijgt op basis van factoren die onze kans op hart- en vaatziekten kunnen vergroten. Deze klassieke risicofactoren - zoals
kunnen dit echter niet precies voorspellen. Niet alle mensen met een hoog risico krijgen hart- en vaatziekten en niet alle mensen met hart- en vaatziekten hebben een verhoogd risico.
Noot voor de redactie (niet voor publicatie)
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Nelleke van der Houwen, team Wetenschap, Nederlandse Hartstichting, 070 - 315 55 69, 06 - 81 47 01 90
Marjoke Kortas, communicatiemanager CTMM, 040 - 800 23 03, 06 - 29 40 97 70
Over CTMM (Center for Translational Molecular Medicine)
CTMM is een jong Nederlands publiek-privaat samenwerkingsverband met inmiddels 100 partners, afkomstig uit het bedrijfsleven en universitaire instellingen.
CTMM richt zich op onderzoek naar de meest voorkomende aandoeningen in de Westerse wereld: kanker, hart- en vaatziekten, neurodegeneratieve en infectie/auto-immuun ziekten.
In totaal bedraagt het CTMM onderzoeksbudget 265 miljoen euro dat wordt betaald door de betrokken bedrijven (25%), betrokken academische instellingen (25%) en door de overheid (50%).
Voor de zeven cardiovasculaire projecten stelt CTMM 100 miljoen euro beschikbaar.
De Nederlandse Hartstichting levert een aanvullende bijdrage waardoor het totale onderzoeksbudget ruim 110 miljoen euro bedraagt.
De looptijd van de projecten is vijf jaar. De onderzoeksresultaten komen zo snel mogelijk tot de beschikking van medici en dus ook de patiënt.
Meer informatie: www.ctmm.nl
Over de Nederlandse Hartstichting
De Nederlandse Hartstichting strijdt tegen hart- en vaatziekten. Zij investeert in onderzoek naar hart- en vaatziekten in Nederland. De Nederlandse Hartstichting zet zich in voor een betere opsporing en behandeling van hart- en vaatziekten. Daarom steunt zij onderzoek naar hart- en vaatziekten binnen het CTMM.
Daarnaast geeft de Hartstichting voorlichting over een gezonde leefstijl en initieert zij innovatieve verbeteringen in preventie en zorg. De Hartstichting kan dit werk uitsluitend doen dankzij giften van de Nederlandse bevolking en de inzet van vrijwilligers.
Meer informatie op deze website